
DE KRACHT VAN DE LIEFDE
KAREN VOS KRUIDT HAAR LEVEN TURKS
In Istanbul mag je nooit te veel willen
op één dag. Het verkeer is er hels waardoor een simpel
taxiritje een urenlange slakkengang wordt. Maar als ik de eerste
schok van de verkeerschaos te boven ben, wacht mij een mooie ontvangst,
een blijde intrede bijna aan de boorden van de Zwarte Zee. De Vlaamse
Karen Vos en haar Turkse echtgenoot Fahhan Özçelik nodigen
me uit in een heerlijk visrestaurant in Demirciköy. Een oase
van rust, in vogelvlucht echt niet zo ver van de broeierige grootstad.
Karen licht hier haar groeiend Turks inzicht toe en openbaart voor
VIW enkele eigenschappen van de Turkse gezondheidszorg.
Hun
liefdeshistorie heeft wel wat weg van een oud en wijd verbreid
verhaal, maar anderzijds ook helemaal niet. “Het is misschien
allemaal net wat anders”, gaat Karen van wal. “Fahhan
werkte twee jaar in België voor Black & Decker en werd
toen overgeplaatst naar Istanbul. Gek genoeg ontmoetten we elkaar
niet in deze twee jaar maar in de periode daarna waarin hij af
en toe in Brussel vertoefde om enkele dossiers af te werken. We
werden aan elkaar voorgesteld en zo ging de bal aan het rollen.”
Karen ging niet over één nacht ijs want had al een
bevlogen buitenlandse relatie achter de rug. “Ik was ooit
de liefde naar Mauritius gevolgd. Ik had me laten uitschrijven,
maar stond na vier maanden alweer terug op Belgische grond. Dat
is niet zo evident, want dan moet je je terug inschrijven, een
job zoeken,... Daarom pakte ik het deze keer wat bedachtzamer
aan.” Niettemin had haar beslissing ook nu verstrekkende
gevolgen. “Ik had net een nieuwe en goede baan bij United
Airlines. Na amper twee maanden stapte ik naar de general manager
en vertelde dat ik een Turk had leren kennen en naar Istanbul
vertrok. Hij verklaarde me gek, maar ik was 32 en wist dat dit
geen vakantieliefde was. Maar goed, het was wel een risico, dat
geef ik toe. Ik heb mezelf de tijd gegeven om me aan te passen,
zelfs een tijdlang gependeld, maar toch zijn we al gauw gehuwd.”
TWAALF JAAR TURKIJE
Turkije twaalf jaar geleden en Turkije vandaag, het is een hele
andere tijdsgeest. Een terugblik is in zekere zin confronterend.
“Als ik alleen nog maar denk aan wat ik die eerste jaren
allemaal meesleurde. Dat ging veel verder dan chocolade. Ook pickles
van Devos Lemmens, wasproducten en ontvlekkers gingen de koffer
in. Zelfs wijn, want niet-Turkse wijnen waren een decennium terug
een rariteit. Intussen verminderde het Turkse protectionisme wel
sterk. Het land, de stad, de cultuur… voor mij waren ze
in de begindagen echter van bijkomend belang. De enige drijfveer
om mij in Istanbul te vestigen, was Fahhan. Ik heb uiteraard wel
inspanningen geleverd om mij te integreren. En intussen kruis
ik mijn vingers in de hoop dat we hier nog lang kunnen blijven.
We vertoefden immers ook een tijdje in Saoedi-Arabië. Het
was een tijdelijke migratie voor Fahhan’s job, momenteel
bij Pepsi Cola. Voor een vrouw heeft een leven in Saoedi-Arabië
toch een aantal beperkingen: het dragen van zwarte kousen en het
bedekken van het haar om er maar twee te noemen. Ik wil echt in
Istanbul blijven, want ik hou van deze magnifieke stad.”
“Ik volgde vrij snel Turkse taalles. Uit noodzaak want je
staat in de winkel, denkt boter te kopen, maar thuis blijkt het
platte kaas te zijn. De vlootjes zien er nu eenmaal soortgelijk
uit. Ik kon het toch niet altijd met pen en papier uitleggen?
Het kennen van de taal is ook een must om de mentaliteit beter
te vatten. Turken zijn heel subtiel en je moet de finesses kennen
om hen te begrijpen. Een Turk zal nooit zeggen dat hij je niet
begrijpt of iets niet kent. Vraag een bepaalde richting en men
zal je in een richting sturen, maar of die juist of fout is, weet
je niet. Het is maar door op zeker moment de lichaamstaal te vatten
dat je begrijpt dat het beter is om het iemand anders te vragen.”
Meer nog, die lichaamstaal blijkt zelfs in het verkeer de voornaamste
leidraad te zijn. Chauffeurs in Istanbul rijden erg agressief
en zwierig. “Uiteindelijk moet je je daaraan aanpassen.
Doe je dat niet, dan kom je nergens in het verkeer. Richtingaanwijzers
worden niet gebruikt. Hoe je dan weet of iemand naar links of
rechts zal rijden? Lichaamstaal!!” De Turkse taal is ook
hét instrument bij uitstek om de juiste prijs te betalen
in toeristische wijken als Sultanahmet. “Ik ging er een
handtas kopen en vroeg de verkoper, bij wijze van test, in het
Engels, hoeveel deze kostte. ‘Special price, only for you’,
riep hij. Maar toen hij een veel te hoog bedrag noemde, repliceerde
ik in het Turks, waarop hij zich verbaasd, luidop en retorisch
afvroeg, waarom ik niet meteen Turks sprak? Ik vroeg hem waarom
hij twee prijzen hanteert en hij antwoordde dat het een spel is.
Een spel van afdingen en bluffen, waar ze allen heel erg goed
in zijn. Soms als ik met Belgen op stap ben, aanzien de verkopers
mij als hun gids en bieden mij zelfs een commissie aan als ik
erin slaag om iets aan te prijzen. Misschien moet ik er mijn job
van maken”, lacht Karen.
“EEN
ZOEN IS ALLES WAT IK NODIG HEB”
Heerlijk lanterfanten kan dan misschien erg leuk klinken, Karen
stelde zich voor haar vertrek wel degelijk de vraag hoe ze het
zou kunnen bolwerken in Turkije. “Fahhan zei wel dat ik
bij hem kon wonen in Istanbul, maar waar zou ik van leven? ‘Geef
me af en toe een zoen, dat is alles wat ik nodig heb’, antwoordde
hij mij. Mijn hart smolt natuurlijk, maar ik werkte wel in België.
Het was zeker in het begin erg raar of om zo afhankelijk te zijn.
Maar de eerste ik-stel-hier-niets-voor-dip herpakte ik mij, werd
onze dochter geboren en vond meer dan zomaar wat soelaas in mijn
paardenpassie. Vandaag prijs ik mij gelukkig dat ik mijn moederschap
niet met een job hoef te combineren. Ik ben bijna altijd buiten
en rijd dagelijkse op mijn geïmporteerde Ierse Tinker, zowel
op de manege, het strand als in de vrije natuur.” Fahhan,
Karen en hun tienjarige dochter Enya wonen in Uskumruköy,
vlakbij de Bosporus en de Zwarte Zee. “Hier, in dit heerlijke
klimaat en dichtbij mijn echtgenoot en onze dochter vertoeven,
maakt mijn leven echt waardevol. Aspiraties naar een job heb ik
niet meer.”
“Fahhan is hoog opgeleid, maar ik kan me goed voorstellen
dat het leven met een onopgeleide man uit een bergdorp helemaal
anders is. Fahhan heeft in West-Europa gewerkt, waardoor hij de
Westerse cultuur al kende en voldoende bagage had om mij mijn
eigenheid te laten behouden.” Jezelf blijven bij je partner
is één, maar slechts een minderheid in een stad
als Istanbul is ingesteld op de westerse manier van leven. De
meerderheid heeft een heel ander referentiekader qua sociale omgangsnormen.
“Iets anders verwachten zou erg verwaand zijn trouwens.
Op vlak van gezondheidszorg en specifiek een zwangerschap is dit
natuurlijk een behoorlijke aanpassing. Al had ik ook een portie
geluk. Natuurlijke bevallingen zijn in het stedelijke Turkije
uitzonderlijk. Het moet immers snel gaan en een keizersnede duurt
slechts een kwartier. Gelukkig vond ik een gynaecoloog die mij
beloofde geen keizersnede uit te voeren. Uiteindelijk moest het
wel omdat Enya niet draaien wou, maar zo niet mocht ik natuurlijk
bevallen. Ik koos ook voor een epidurale terwijl Turkse vrouwen
een masker verkiezen om pas wakker te worden als alles achter
de rug is.”
“Met de bevalling had ik het dus getroffen, maar van een
ongeval op de weg blijf je beter gevrijwaard. In eerste instantie
moet je al hopen dat een ambulance je in het helse verkeer snel
kan bereiken. Vervolgens word je naar een sociaal hospitaal gebracht
waar ze met 50 in een gang zitten. Ook als het dringend is, moet
je je beurt afwachten. Op zo’n moment besef je pas goed
wat voor een luxeland België eigenlijk is. In België
helpt men eerst en pas dan vraagt men geld. In Istanbul moet je
de geneesheer kunnen bewijzen dat je geld hebt, anders kom je
er niet in. Ik moet op voorhand betalen om de gynaecoloog te zien.
Zwaai je niet met je kredietkaart, verwacht je dan maar aan problemen.
Men wil ook echt munt slaan uit medische zorgen. Voor een operatie
die in België zonder mutualiteittussenkomst 750 euro kost,
betaal je in Istanbul minstens 5 à 6.000 euro. Voor elk
toekomstig medisch probleem neem ik het vliegtuig naar België:
niet enkel om de financiële kant, maar ook om mij in het
Nederlands uit te drukken. Dat gaat toch nog altijd iets makkelijker.
Van de gelegenheid maak ik dan ook gebruik om de familie te bezoeken.
Maar na enkele weken smacht ik weer naar Istanbul, haar keuken
én jawel de Turkse desserts. Een Turks spreekwoord zegt
niet voor niets: Eet zoetigheid en je zal zoet spreken waarmee
je wordt duidelijk gemaakt dat je in Turkije een dessert niet
zomaar afwimpelt.” Zogezegd zo gedaan. Een Turkse ijskoffie
en een zoet gebak maken het diner af. Mijn gastheer en gastvrouw
bleken ware fijnproevers. Naadloos gaat de zwoele avond over in
de nacht. Rijdend langsheen de Bosporus bereiken we opnieuw het
feeërieke Istanbul, niet langer overvol, maar nog steeds
klaarwakker.
Publicatiedatum: 12/12/06
|