contact | forum | lidmaatschap | registreer als Vlaming in het buitenland | Wegbeschrijving
LEDENTOEGANG
 
| VIW.THUIS | VERTREKKEN | DIENSTVERLENING | INFOAVOND | NATIONAAL | INTERNATIONAAL | WERKEN | STUDEREN | PRIKBORD  


ONDER HET MOTTO ‘HET IS NOOIT TE LAAT’:
ALS PENSIONADO NAAR ROEMENIË


Op een dag vind je de vrouw van je leven en dan ben je al getrouwd natuurlijk. Het overkwam de vandaag 70-jarige tandarts Karel Bergé. Zijn Margareta leefde bovendien in Roemenië. Gevonden! roep je dan uit, maar wat doe je ermee? Hij blies het stof van zijn leven en werd in Sibiu op slag vijftien jaar jonger. Zijn nieuwe woonplaats is dit jaar Capitala Culturala Europeana. Er wacht mij een gesprek over kunst en geluk, heden en verleden met een praatgrage landgenoot.

Met hoorbaar genot rekent Karel af met Roemenië’s imago als Europese verschoppeling. “Wat Boekarest voor de economie is, is Sibiu dezer dagen voor de cultuur: het kloppende hart van Roemenië. Het aanbod tijdens dit cultuurjaar is groot met naast de historische binnenstad, die op de Werelderfgoedlijst van Unesco staat, een breed scala van Sibiu’s cultuurkoloriet. Dit gaat van cultuurhistorische monumenten over kunsttentoonstellingen en toneeluitvoeringen tot concerten.” Karel voelt zich thuis in de meanderende en kleine middeleeuwse steegjes. Gepassioneerd door cultuur en geschiedenis, heeft hij in de Transylvaanse stad met een herkenbaar Duits karakter een nieuwe thuis gevonden.

 

NUTTIGE INFORMATIE

Url: www.sibiu2007.ro

Het genie stopte de klok

Karel kwam in contact met Roemenië via de klassieke humanitaire hulp, zijnde grote vrachtwagens met kleding, voedsel en pakjes. Al gauw vond hij deze vorm van hulpverlening onzinnig. “Vele families moeten uiteraard rechtstreeks geholpen worden, maar té vaak is zo’n hulpverlening contraproductief en werkt het corruptie en slechte verhoudingen in de hand. Binnen het Verbond der Vlaamse Tandartsen ontstond het initiatief om Roemenië structureel te helpen en dit via vorming van onze collega’s in Roemenië. In ’93 heb ik er de leiding van genomen en vervolgens kwam ik jaarlijks in diverse steden van het Karpatenland. Ook wij voorzagen in hulpgoederen, maar dan specifiek in tandartsmateriaal, waarmee onze collega’s konden verrichten wat we hen trachten te leren.”
Dat de mondhygiëne ten tijde van Ceausescu op een laag pitje stond, is geen geheim. Het Genie van de Karpaten verbood contacten met het buitenland waardoor niemand weerwoord bood tegen zijn stelling dat Roemenië het perfecte land was. “Dat kon hij dus enkel door zijn land af te schermen van elke vooruitgang”, vat Karel het drama van het land kort samen. “De theoretische kennis van de Roemeense tandartsen was ontzettend hoog, maar praktisch hadden ze te weinig middelen om effectief te werken. Ik ben afgestudeerd in ’63 en begin jaren ’90 voerden zij nog handelingen uit die ik nooit gezien had. De tijd heeft er letterlijk stil gestaan. Paardenkarren zie je nu enkel nog in de dorpen, maar vijftien jaar geleden zag je ze meer dan auto’s. Ik stoor me trouwens enorm aan het stereotype beeld dat in West-Europa van Roemenië wordt opgezet. De moderniteit deed wel degelijk zijn intrede in Roemenië.”

Andere zienswijze

“Ik was van dag één enorm gecharmeerd door het land. De hartelijkheid lijkt wel een bestanddeel van hun leven. Mijn collega’s die hier gedurende jaren de acties ondersteunden, beamen dat.
We beleefden een joie de vivre zonder weerga. Het is alsof ik hier altijd gewoond heb. De moeilijkheid in die dagen was zelfs dat wij hier als tandartsen wilden werken en doceren, maar dat de Roemenen steeds weer wilden feestvieren. Wij werden uitgenodigd voor diners, sightseeing, culturele activiteiten,…”

Karel schuwt de zelfrelativering niet: “Anno 2007, na al die jaren, durf ik de balans opmaken en zeggen dat ons contact an sich voor hen veel belangrijker was dan de academische kennis die wij meebrachten. Er werd nieuwsgierig en vol bewondering naar ons gekeken. Wij hadden destijds onvoldoende inzicht in de mentaliteit en visie van de Roemenen: hun attitude tegenover nieuwigheden, openheid en verandering was volledig misvormd door de dictatuur”, oordeelt Karel. “Geen westerling kan zich inbeelden hoe het is om tot vijftig jaar onder het juk van het communisme te leven.”

“In dit land moet je alles in zijn perspectief zien. Vele tijdelijke residenten willen hier niet weg. Roemenen begrijpen dat niet en dat lijkt mij niet onlogisch. Ben je financieel ongebonden, dan is Roemenië een pracht van een land. Voor vele autochtonen is het echter een hard leven. Wij, westerlingen, leven financieel comfortabel en hebben hier een zeer hoge levenstandaard. Ik wind daar geen doekjes rond: ik ben gepensioneerd, heb wat geld opzij gezet en met dat geld leef ik hier veel beter dan in België. Mijn koopkracht is veel groter.”
Karel verduidelijkt: “Er is een aanzienlijk koopkrachtverschil voor wie naar Belgische normen betaald wordt, maar naar Roemeense normen uitgeeft. Met wat in België een gewoon salaris is, kan je in Roemenië riant leven. Vergelijk dat eens met de koopkracht van de modale Roemeen? Je kan dat zelfs uitbreiden: een uit België uitgezonden expat, zal in het buitenland zelden aan koopkracht inleveren, integendeel. Voor al wie open staat voor vreemde culturen en zich niet bezondigt aan navelstaarderij, is een expatjob altijd een win-win situatie.”

Fatalisme

“Doch, elke medaille heeft een keerzijde”, bekent ook de Antwerpse oud-tandarts, doelend op het Roemeense fatalisme. Maar hij koos er zelf voor, wars van wat de goegemeente dacht en leerde ermee leven. “In ’92 kwam ik in Centraal-Roemenië mijn huidige vrouw, een collega-tandarts, tegen, die ik dan vervolgens negen jaar lang niet zag. Toen we elkaar terug ontmoetten, bleek de zaak snel beklonken. Ik woon hier dus eigenlijk niet omwille van het prachtige land, maar ter wille van mijn lieve vrouw. Had ze in Alaska gewoond, dan was ik naar Alaska getrokken.
Ik heb die eerste maanden echt wel mijn ogen opengetrokken. Het leven en de houding van de Roemenen is een reflectie van de Orhtodoxe cultuur. En daar hebben wij eigenlijk helemaal geen kaas van gegeten. Wij denken dat het een andere godsdienst is, maar het is een heel andere manier van leven. Het is een vorm van fatalisme. Laat de feiten dus maar komen, God lost het allemaal wel op.”

“Vandaar ook het alomtegenwoordige gebrek aan visie en planning. Ze lossen het probleem wel op als het zich stelt. Dat is trouwens een zinnetje dat mijn vrouw geregeld en expliciet gebruikt. Maar dan is het vaak te laat. Onlangs nog was er paniek onder de schapenboeren die geconfronteerd werden met meer Europese regels. Dat is typisch Roemeens. Sinds twee jaar weten ze dat Europa geld heeft klaar liggen om hun sector te ondersteunen, maar het geld is blijven liggen. Ook jongeren hebben dat nog in zich. Margareta’s dochter erkent de voordelen van het Westers rationeel denken, maar repliceert: ‘Kijk eens hoe gestresst de mensen in het Westen zijn.’
Het is echt een niet te onderschatten verschil. Als Belg heb je een vrij gestructureerd leven en dat heb ik voor een stuk afgeleerd, wat op mijn leeftijd toch niet zo makkelijk was. Maar ook dat heeft weer zijn charme, want zo slecht de Roemeen is als organisator, zo groots is hij als improvisator.”

Capitala Culturala Europeana


Sibiu is Europa ten top, een symbool van tolerantie. De stad, oorspronkelijk Hermannstadt genoemd, is trots op haar gevarieerde multiculturele traditie. Het heeft een mengelmoes van orthodoxe Roemenen, katholieken, protestanten, Rromi, Duits-Saksische en Hongaarse inwoners. Ondanks het roerige verleden bleef de stad haar oorspronkelijke uiterlijk behouden. Erkenning hiervoor kreeg Sibiu door Unesco in 2004, wanneer het de binnenstad op de Werelderfgoedlijst plaatste. Het culturele jaar is de kers op de taart. “De idee voor de kandidatuurstelling groeide vanuit de theaterwereld en het befaamde Festivalul International de Teatru de la Sibiu.
Theater is ook de kern van het culturele jaar in Sibiu, misschien tot spijt van de muziek- en tentoonstellingliefhebbers. Het enige minpunt is misschien dat het lokale cultuureldorado, de nieuwe concertzaal, slechts 430 plaatsen telt. En voor de komst van een huisvoorstelling van de Scala uit Milaan is de organisatie erin geslaagd om 500 invitaties te versturen en nog eens 250 kaarten aan te bieden aan het publiek. En dan zijn we terug bij de achillespees van de Roemeen: hun gebrek aan planning. Gelukkig wordt dat dan weer gecompenseerd met het lokale theaterpubliek. Dat is echt wel geweldig. Je zou de discussies moeten horen voor en na een voorstelling. Zowel klassiek als hedendaags theater ligt goed in de markt. Ik was thuis in de Singel in Antwerpen en durf zeggen dat we ook hier waar voor ons geld krijgen. Fan-tas-tisch gewoon!”

Als ik vraag naar Vlaamse accenten in het culturele jaar moet Karel mij het antwoord schuldig blijven. Weerom verwijst hij naar de gebrekkige planning én decentralisatie. Boekarest was overdonderd door Sibiu’s kandidatuur en toont zich een jaloerse grote broer door maar met mondjesmaat geld vrij te geven. Boekarest beslist dus mee dat het programma slechts maand per maand wordt ingevuld. Ik heb ermee leren leven. Dat belette een groep Vlamingen, waaronder mezelf, niet om zelf een Vlaamse week te organiseren met een tentoonstelling, concerten, een orgeltournee, een literaire voordracht én het internationaal colloquium Euroregional Cross-Border Co-operation met als gastspreker voormalig Vlaams minister-president Luc Van Den Brande. Hij komt als ondervoorzitter van het Comité van de Regio's. Wij leven in Sibiu samen met diverse bevolkingsgroepen zonder enige spanning en dat dit perfect mogelijk is, willen we graag in de kijker zetten. De burgemeester bijvoorbeeld is afkomstig uit de kleinste groep . Het is een Saks en hij wordt geapprecieerd voor zijn visie en efficiëntie in een land dat elders veel te kampen heeft met corruptie in de politiek. Het zegt ongetwijfeld iets over de zelfkennis van de Roemenen dat ze een Saks kozen om hun stad efficiënt te besturen”, lacht Karel.

Flandrenses & Bruckenthal


Karel kent de geschiedenis van Transylvanië ofte Siebenbergen en meer bepaald het roerige verleden van Sibiu. “Eind twaalfde eeuw werd het gesticht door kolonisten uit onze contreien, oorspronkelijk Flandrenses genoemd, Duitsers, Luxemburgers en vooral Vlamingen, die uitgestuurd waren door de Hongaarse koning om de streek te verdedigen. Later werden ze gemeenzaam Saksen genoemd”, verhaalt Karel. “Sibiu ontwikkelde zich tot de meest prachtvolle en belangrijkste van de Saksiche steden. Dat Saksische karakter is geheel bewaard gebleven en het centrum van Sibiu is op zonnige dagen sprookjesachtig mooi. De hoeveelheid neerslag bedraagt hier net de helft van in België. Wij zien de zon bijna elke dag.”

“Overal in het rond zijn de mooiste rode, gele, groene en blauwe Saksische huizen te zien. Hoewel het aandeel van de Saksen in de bevolking na hun uittocht in de jaren '90 nog maar 1,9% is, kleiner dan dat van de Hongaren. Eerder kende de stad en heel Transylvanië de langzame exodus gekend van haar Duitse inwoners, die na de tweede wereldoorlog totaal onterecht het stigma droegen van collaboratie met de bezetter.”

Een mooie bijkomstigheid voor landgenoten die plannen om Sibiu te bezoeken is het Bruckenthal-museum. Na 58 jaar, en net voor aanvang van het culturele jaar, kwamen een kleine twintig werken van Brueghel en Van Eyck, Jordaens en vele anderen weer ‘thuis’. “In 1948 werden de werken door het communistische regime uit het museum gehaald. Het museum ontstond nadat Von Bruckenthal, die ooit gouverneur was, op de grote markt zijn eigen huis van bij aanvang concipieerde als museum. De werken verzamelde hij in Wenen en kocht hij op in heel Europa. Vlaamse en Nederlandse meesterwerken lagen hem het nauwst aan het hart.”


Het Toscane van Roemenië

De eerste aanblik van Sibiu’s stadscentrum is er één van vele oh’s en ah’s. Maar Roemenië kan je onmogelijk in één zin samenvatten. Het is heel uitgestrekt en qua oppervlakte de evenknie van Spanje met erg verschillende streken. “Transsylvanië, waar wij wonen, is prachtig, voor mij ook de mooiste streek van het land. Sibiu ligt op een golvende hoogvlakte en is omringd door de Karpaten. De regio heeft wat weg van Toscane, maar dan zeer dun bevolkt. Vanuit onze stek in de stad zien wij de bergen. Grote delen van de regio zijn nog dichtbebost, woest en onbebouwd. Op 15 km van ons huis leven nog beren en wolven. Dat is geenszins te vergelijken met ons volgebouwde Belgenlandje.”
Geïsoleerd voelt hij zich niet, ver van zijn geboorteland, zegt Karel overtuigend. Margareta’s vriendenkring werd de zijne. “Ik werd enorm goed geaccepteerd. Vriendschappen die bij haar op een lager pitje stonden, zijn zelfs terug geactiveerd. Ook op dat vlak ben ik erg gelukkig. Het debat leeft hier nog meer dan in Vlaanderen. Wij kunnen hier hele avonden praten over sociologische en psychologische kwesties. Maar ook ikzelf, ik hoef maar een vreemde taal op straat te horen, of ik spreek de bezoeker aan. Ik woonde hier nog maar enkele weken en ging naar een concert. Ik ben op de directeur afgegaan en zeer snel zijn we goede vrienden geworden. Ik zing trouwens ook ik in het Bachkoor.”

 

 

Koen Van der Schaeghe

Publicatiedatum: 02/04/06

© Vlamingen in de Wereld