
ONDER HET MOTTO
‘HET IS NOOIT TE LAAT’:
ALS PENSIONADO NAAR ROEMENIË
Op een dag vind je de vrouw van je leven en dan ben je al getrouwd
natuurlijk. Het overkwam de vandaag 70-jarige tandarts Karel Bergé.
Zijn Margareta leefde bovendien in Roemenië. Gevonden! roep
je dan uit, maar wat doe je ermee? Hij blies het stof van zijn leven
en werd in Sibiu op slag vijftien jaar jonger. Zijn nieuwe woonplaats
is dit jaar Capitala Culturala Europeana. Er wacht mij een gesprek
over kunst en geluk, heden en verleden met een praatgrage landgenoot.
Met hoorbaar genot rekent Karel af met Roemenië’s
imago als Europese verschoppeling. “Wat Boekarest voor de
economie is, is Sibiu dezer dagen voor de cultuur: het kloppende
hart van Roemenië. Het aanbod tijdens dit cultuurjaar is groot
met naast de historische binnenstad, die op de Werelderfgoedlijst
van Unesco staat, een breed scala van Sibiu’s cultuurkoloriet.
Dit gaat van cultuurhistorische monumenten over kunsttentoonstellingen
en toneeluitvoeringen tot concerten.” Karel voelt zich thuis
in de meanderende en kleine middeleeuwse steegjes. Gepassioneerd
door cultuur en geschiedenis, heeft hij in de Transylvaanse stad
met een herkenbaar Duits karakter een nieuwe thuis gevonden.

Het
genie stopte de klok
Karel kwam in contact met Roemenië via de klassieke humanitaire
hulp, zijnde grote vrachtwagens met kleding, voedsel en pakjes.
Al gauw vond hij deze vorm van hulpverlening onzinnig. “Vele
families moeten uiteraard rechtstreeks geholpen worden, maar té
vaak is zo’n hulpverlening contraproductief en werkt het
corruptie en slechte verhoudingen in de hand. Binnen het Verbond
der Vlaamse Tandartsen ontstond het initiatief om Roemenië
structureel te helpen en dit via vorming van onze collega’s
in Roemenië. In ’93 heb ik er de leiding van genomen
en vervolgens kwam ik jaarlijks in diverse steden van het Karpatenland.
Ook wij voorzagen in hulpgoederen, maar dan specifiek in tandartsmateriaal,
waarmee onze collega’s konden verrichten wat we hen trachten
te leren.”
Dat de mondhygiëne ten tijde van Ceausescu op een laag pitje
stond, is geen geheim. Het Genie van de Karpaten verbood contacten
met het buitenland waardoor niemand weerwoord bood tegen zijn
stelling dat Roemenië het perfecte land was. “Dat kon
hij dus enkel door zijn land af te schermen van elke vooruitgang”,
vat Karel het drama van het land kort samen. “De theoretische
kennis van de Roemeense tandartsen was ontzettend hoog, maar praktisch
hadden ze te weinig middelen om effectief te werken. Ik ben afgestudeerd
in ’63 en begin jaren ’90 voerden zij nog handelingen
uit die ik nooit gezien had. De tijd heeft er letterlijk stil
gestaan. Paardenkarren zie je nu enkel nog in de dorpen, maar
vijftien jaar geleden zag je ze meer dan auto’s. Ik stoor
me trouwens enorm aan het stereotype beeld dat in West-Europa
van Roemenië wordt opgezet. De moderniteit deed wel degelijk
zijn intrede in Roemenië.”
Andere zienswijze
“Ik was van dag één enorm gecharmeerd door
het land. De hartelijkheid lijkt wel een bestanddeel van hun leven.
Mijn collega’s die hier gedurende jaren de acties ondersteunden,
beamen dat.
We beleefden een joie de vivre zonder weerga. Het is alsof ik
hier altijd gewoond heb. De moeilijkheid in die dagen was zelfs
dat wij hier als tandartsen wilden werken en doceren, maar dat
de Roemenen steeds weer wilden feestvieren. Wij werden uitgenodigd
voor diners, sightseeing, culturele activiteiten,…”
Karel schuwt de zelfrelativering niet: “Anno 2007, na al
die jaren, durf ik de balans opmaken en zeggen dat ons contact
an sich voor hen veel belangrijker was dan de academische kennis
die wij meebrachten. Er werd nieuwsgierig en vol bewondering naar
ons gekeken. Wij hadden destijds onvoldoende inzicht in de mentaliteit
en visie van de Roemenen: hun attitude tegenover nieuwigheden,
openheid en verandering was volledig misvormd door de dictatuur”,
oordeelt Karel. “Geen westerling kan zich inbeelden hoe
het is om tot vijftig jaar onder het juk van het communisme te
leven.”
“In dit land moet je alles in zijn perspectief zien. Vele
tijdelijke residenten willen hier niet weg. Roemenen begrijpen
dat niet en dat lijkt mij niet onlogisch. Ben je financieel ongebonden,
dan is Roemenië een pracht van een land. Voor vele autochtonen
is het echter een hard leven. Wij, westerlingen, leven financieel
comfortabel en hebben hier een zeer hoge levenstandaard. Ik wind
daar geen doekjes rond: ik ben gepensioneerd, heb wat geld opzij
gezet en met dat geld leef ik hier veel beter dan in België.
Mijn koopkracht is veel groter.”
Karel verduidelijkt: “Er is een aanzienlijk koopkrachtverschil
voor wie naar Belgische normen betaald wordt, maar naar Roemeense
normen uitgeeft. Met wat in België een gewoon salaris is,
kan je in Roemenië riant leven. Vergelijk dat eens met de
koopkracht van de modale Roemeen? Je kan dat zelfs uitbreiden:
een uit België uitgezonden expat, zal in het buitenland zelden
aan koopkracht inleveren, integendeel. Voor al wie open staat
voor vreemde culturen en zich niet bezondigt aan navelstaarderij,
is een expatjob altijd een win-win situatie.”
Fatalisme
“Doch, elke medaille heeft een keerzijde”, bekent
ook de Antwerpse oud-tandarts, doelend op het Roemeense fatalisme.
Maar hij koos er zelf voor, wars van wat de goegemeente dacht
en leerde ermee leven. “In ’92 kwam ik in Centraal-Roemenië
mijn huidige vrouw, een collega-tandarts, tegen, die ik dan vervolgens
negen jaar lang niet zag. Toen we elkaar terug ontmoetten, bleek
de zaak snel beklonken. Ik woon hier dus eigenlijk niet omwille
van het prachtige land, maar ter wille van mijn lieve vrouw. Had
ze in Alaska gewoond, dan was ik naar Alaska getrokken.
Ik heb die eerste maanden echt wel mijn ogen opengetrokken. Het
leven en de houding van de Roemenen is een reflectie van de Orhtodoxe
cultuur. En daar hebben wij eigenlijk helemaal geen kaas van gegeten.
Wij denken dat het een andere godsdienst is, maar het is een heel
andere manier van leven. Het is een vorm van fatalisme. Laat de
feiten dus maar komen, God lost het allemaal wel op.”
“Vandaar ook het alomtegenwoordige gebrek aan visie en planning.
Ze lossen het probleem wel op als het zich stelt. Dat is trouwens
een zinnetje dat mijn vrouw geregeld en expliciet gebruikt. Maar
dan is het vaak te laat. Onlangs nog was er paniek onder de schapenboeren
die geconfronteerd werden met meer Europese regels. Dat is typisch
Roemeens. Sinds twee jaar weten ze dat Europa geld heeft klaar
liggen om hun sector te ondersteunen, maar het geld is blijven
liggen. Ook jongeren hebben dat nog in zich. Margareta’s
dochter erkent de voordelen van het Westers rationeel denken,
maar repliceert: ‘Kijk eens hoe gestresst de mensen in het
Westen zijn.’
Het is echt een niet te onderschatten verschil. Als Belg heb je
een vrij gestructureerd leven en dat heb ik voor een stuk afgeleerd,
wat op mijn leeftijd toch niet zo makkelijk was. Maar ook dat
heeft weer zijn charme, want zo slecht de Roemeen is als organisator,
zo groots is hij als improvisator.”
Capitala Culturala Europeana
Sibiu is Europa ten top, een symbool van tolerantie. De stad,
oorspronkelijk Hermannstadt genoemd, is trots op haar gevarieerde
multiculturele traditie. Het heeft een mengelmoes van orthodoxe
Roemenen, katholieken, protestanten, Rromi, Duits-Saksische en
Hongaarse inwoners. Ondanks het roerige verleden bleef de stad
haar oorspronkelijke uiterlijk behouden. Erkenning hiervoor kreeg
Sibiu door Unesco in 2004, wanneer het de binnenstad op de Werelderfgoedlijst
plaatste. Het culturele jaar is de kers op de taart. “De
idee voor de kandidatuurstelling groeide vanuit de theaterwereld
en het befaamde Festivalul International de Teatru de la Sibiu.
Theater is ook de kern van het culturele jaar in Sibiu, misschien
tot spijt van de muziek- en tentoonstellingliefhebbers. Het enige
minpunt is misschien dat het lokale cultuureldorado, de nieuwe
concertzaal, slechts 430 plaatsen telt. En voor de komst van een
huisvoorstelling van de Scala uit Milaan is de organisatie erin
geslaagd om 500 invitaties te versturen en nog eens 250 kaarten
aan te bieden aan het publiek. En dan zijn we terug bij de achillespees
van de Roemeen: hun gebrek aan planning. Gelukkig wordt dat dan
weer gecompenseerd met het lokale theaterpubliek. Dat is echt
wel geweldig. Je zou de discussies moeten horen voor en na een
voorstelling. Zowel klassiek als hedendaags theater ligt goed
in de markt. Ik was thuis in de Singel in Antwerpen en durf zeggen
dat we ook hier waar voor ons geld krijgen. Fan-tas-tisch gewoon!”
Als ik vraag naar Vlaamse accenten in het culturele jaar moet
Karel mij het antwoord schuldig blijven. Weerom verwijst hij naar
de gebrekkige planning én decentralisatie. Boekarest was
overdonderd door Sibiu’s kandidatuur en toont zich een jaloerse
grote broer door maar met mondjesmaat geld vrij te geven. Boekarest
beslist dus mee dat het programma slechts maand per maand wordt
ingevuld. Ik heb ermee leren leven. Dat belette een groep Vlamingen,
waaronder mezelf, niet om zelf een Vlaamse week te organiseren
met een tentoonstelling, concerten, een orgeltournee, een literaire
voordracht én het internationaal colloquium Euroregional
Cross-Border Co-operation met als gastspreker voormalig Vlaams
minister-president Luc Van Den Brande. Hij komt als ondervoorzitter
van het Comité van de Regio's. Wij leven in Sibiu samen
met diverse bevolkingsgroepen zonder enige spanning en dat dit
perfect mogelijk is, willen we graag in de kijker zetten. De burgemeester
bijvoorbeeld is afkomstig uit de kleinste groep . Het is een Saks
en hij wordt geapprecieerd voor zijn visie en efficiëntie
in een land dat elders veel te kampen heeft met corruptie in de
politiek. Het zegt ongetwijfeld iets over de zelfkennis van de
Roemenen dat ze een Saks kozen om hun stad efficiënt te besturen”,
lacht Karel.
Flandrenses
& Bruckenthal
Karel kent de geschiedenis van Transylvanië ofte Siebenbergen
en meer bepaald het roerige verleden van Sibiu. “Eind twaalfde
eeuw werd het gesticht door kolonisten uit onze contreien, oorspronkelijk
Flandrenses genoemd, Duitsers, Luxemburgers en vooral Vlamingen,
die uitgestuurd waren door de Hongaarse koning om de streek te
verdedigen. Later werden ze gemeenzaam Saksen genoemd”,
verhaalt Karel. “Sibiu ontwikkelde zich tot de meest prachtvolle
en belangrijkste van de Saksiche steden. Dat Saksische karakter
is geheel bewaard gebleven en het centrum van Sibiu is op zonnige
dagen sprookjesachtig mooi. De hoeveelheid neerslag bedraagt hier
net de helft van in België. Wij zien de zon bijna elke dag.”
“Overal in het rond zijn de mooiste rode, gele, groene en
blauwe Saksische huizen te zien. Hoewel het aandeel van de Saksen
in de bevolking na hun uittocht in de jaren '90 nog maar 1,9%
is, kleiner dan dat van de Hongaren. Eerder kende de stad en heel
Transylvanië de langzame exodus gekend van haar Duitse inwoners,
die na de tweede wereldoorlog totaal onterecht het stigma droegen
van collaboratie met de bezetter.”
Een mooie bijkomstigheid voor landgenoten die plannen om Sibiu
te bezoeken is het Bruckenthal-museum. Na 58 jaar, en net voor
aanvang van het culturele jaar, kwamen een kleine twintig werken
van Brueghel en Van Eyck, Jordaens en vele anderen weer ‘thuis’.
“In 1948 werden de werken door het communistische regime
uit het museum gehaald. Het museum ontstond nadat Von Bruckenthal,
die ooit gouverneur was, op de grote markt zijn eigen huis van
bij aanvang concipieerde als museum. De werken verzamelde hij
in Wenen en kocht hij op in heel Europa. Vlaamse en Nederlandse
meesterwerken lagen hem het nauwst aan het hart.” 
Het Toscane van Roemenië
De eerste aanblik van Sibiu’s stadscentrum is er één
van vele oh’s en ah’s. Maar Roemenië kan je onmogelijk
in één zin samenvatten. Het is heel uitgestrekt
en qua oppervlakte de evenknie van Spanje met erg verschillende
streken. “Transsylvanië, waar wij wonen, is prachtig,
voor mij ook de mooiste streek van het land. Sibiu ligt op een
golvende hoogvlakte en is omringd door de Karpaten. De regio heeft
wat weg van Toscane, maar dan zeer dun bevolkt. Vanuit onze stek
in de stad zien wij de bergen. Grote delen van de regio zijn nog
dichtbebost, woest en onbebouwd. Op 15 km van ons huis leven nog
beren en wolven. Dat is geenszins te vergelijken met ons volgebouwde
Belgenlandje.”
Geïsoleerd voelt hij zich niet, ver van zijn geboorteland,
zegt Karel overtuigend. Margareta’s vriendenkring werd de
zijne. “Ik werd enorm goed geaccepteerd. Vriendschappen
die bij haar op een lager pitje stonden, zijn zelfs terug geactiveerd.
Ook op dat vlak ben ik erg gelukkig. Het debat leeft hier nog
meer dan in Vlaanderen. Wij kunnen hier hele avonden praten over
sociologische en psychologische kwesties. Maar ook ikzelf, ik
hoef maar een vreemde taal op straat te horen, of ik spreek de
bezoeker aan. Ik woonde hier nog maar enkele weken en ging naar
een concert. Ik ben op de directeur afgegaan en zeer snel zijn
we goede vrienden geworden. Ik zing trouwens ook ik in het Bachkoor.”
Koen Van der
Schaeghe
Publicatiedatum:
02/04/06
|