Sør-Rondanegebergte
Antarctica is nog de enige plek op aarde die tot de verbeelding
spreekt. Het is alsof je naar het einde van de wereld gaat. De
magie spat eraf. Dat de Zuidpool tot veler verbazing spreekt was
in september te merken op de terreinen van Tour&Taxis in Brussel,
waar de basis enkele dagen toegankelijk was voor het grote publiek.
“Bij wijze van test werd de volledige basis opgebouwd. Een
cruciale stap”, aldus Johan Berte. “Want Antarctica
is niet de locatie om te experimenteren of op mankementen te stuiten”
Johan is geen heroïsche ontdekkingsreiziger, zijn passie
is technologie. Hij is projectleider van het Princess Elisabeth
Station Project en verantwoordelijk voor het ontwerp en de bouw
van de basis. Ik ontdekte de Zuidpool pas door dit project en
uiteraard is mijn interesse voor het ijskoude, besneeuwde continent
nu meer dan gewekt”, lacht Johan.
Verliep alles naar wens, dan zijn de bouwstukken en onderdelen,
vervoerd in zo’n 106 containers, intussen gearriveerd en
afgeladen op de Zuidpool. Tijdens de Antarctische zomer die nog
duurt tot eind februari wordt in een eerste fase de ruwbouw afgerond.
De afwerking qua elektronica, ventilatie,... gebeurt negen maanden
later, tijdens de volgende poolzomer. Johan zelf vervoegt begin
februari het team. Hij zet dan voor de vierde maal voet aan wal
op Antarctica. Een onbeschrijflijk gevoel: “Je voelt onze
nietigheid en kan bij wijze van spreken fysisch de tijd voelen.
Vanaf het station heb je een indrukwekkend zicht. Desolaat zou
ik het niet noemen, eerder overweldigend.
De bouwlocatie bevindt zich op Oost-Antarctica aan de voet van
het Sør-Rondanegebergte (Dronning Maud Land) met zicht
op de bergtoppen en het hoogplateau . Dit is zo’n 180 kilometer
van de voormalige Koning-Boudewijnbasis en op exact 71°57’
zuiderbreedte & 23°20’ oosterlengte. De basis wordt
gebouwd op de granieten Nunatak bergkam nabij Utsteinen. De rotsachtige
bodem bezorgt het bouwsel de nodige stabiliteit. Dit moet een
gebruik van 25 jaar mogelijk maken.”
Wetenschappers in de rij
Begin 2009 is het station effectief operationeel en begint het
echte onderzoekwerk. Maximum twintig onderzoekers zullen zich
toeleggen op microbiologie en geologie, maar bovenal op het klimaat.
„De poolstreek is de sleutel in de studie van de klimaatverandering.
Het is een kwetsbaar gebied en het ijs legt de veranderingen in
de samenstelling van de atmosfeer vast. De locatie van de basis
is in deze belangrijk, want ze moet voldoende wetenschappelijk
potentieel bieden. Vlakbij het plateau en niet té ver van
kust, kunnen we een breed gamma aan wetenschappelijke activiteiten
ontplooien.”
Eenmaal de bouw van de basis voltooid is, zal haar wetenschapsprogramma
gecoördineerd worden door de Federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid
(BELSPO). De belangstelling van wetenschappers groeit trouwens
zienderogen. Waar in eerste instantie slechts een handvol poolvorsers
geboeid waren, is de toevloed vandaag amper te stoppen. Het kan
de aandacht voor de Zuidpool alleen maar ten goede komen. Het
is al ecologie wat de klok slaagt. De ecologie is het voorwerp
van onderzoek en was tevens een doorwegende factor in het ontwerp.
Princess Elisabeth wordt het eerste ‘zero emission’
onderzoeksstation.”
Milieuvriendelijk design
Het gebouw, dat lijkt op een ruimteschip op grote stalen poten,
is speciaal ontworpen om het milieu niet te belasten. Het draait
voor 98 procent op schone energie, waarvoor het zich bedient van
acht windmolens. Het water wordt gerecycleerd door een zelfstandig
recyclagesysteem. Een ruimteschip, of laat staan een poolbasis,
bouwen leer je niet op school. Johan: “Er zijn inderdaad
heel weinig mensen bezig met dergelijke ontwerpen. Ik heb een
achtergrond in het ontwerp van instrumentatie voor bemande ruimtevaart.
Een aantal facetten pasten in het ontwerp. Het verschil met andere
basissen is dat ik vanuit het ontwerperstandpunt mocht denken.”
“Dat maakt dat ik de lat, op vlak van bijvoorbeeld energie-efficiëntie,
heel hoog legde, om niet te zeggen het allerhoogste. De basis
wordt warm gehouden door de lichaamswarmte van de bewoners te
benutten, in combinatie met de hitte die computers en andere apparatuur
afgeven. Het is een kruisbestuiving. Wij hebben heel wat geleerd
uit passief woningen. In een extreme omgeving gebruiken we een
aantal principes uit het dagelijks leven. Op die manier leren
producenten ook van ons. Evenzeer qua hergebruik van water en
de windenergie zijn ongetwijfeld lessen te trekken voor particulier
gebruik.”
“Ecologisch verantwoord betekent ook dat het gebouw zo ontworpen
is om gedemonteerd te kunnen worden. Dankzij de bouw op een rots
kampt het niet met de onstabiliteit van het ijs en kan het bij
wijze van spreken ook niet in zee verdwijnen. Het hoort erbij
op Antarctica, dat je je zogenaamde footprint kan verwijderen.
Deze keer willen de Belgen er geen rommel achterlaten”,
waarmee Johan verwijst naar de Koning Boudewijnstichting die roerloos
werd achtergelaten. “Alleen op die manier blijft het laatste
continent zijn maagdelijke zelf.”
Ratio versus esthetica
“Bij de bouw van een dergelijke basis is men geneigd van
start te gaan met een esthetisch plan. Ik stelde het menselijk
aspect voorop. We vertrokken van de werk- en leefomstandigheden
in het gebouw én het psychologische aspect. Het is immers
niet niets om in dergelijke extreme omstandigheden te werken en
leven. Je zit als het ware opgesloten met een kleine groep dezelfde
mensen. Zo zijn de ramen bijvoorbeeld laag ingeplant. Uit een
studie op een Noorse basis bleek immers dat wetenschappers de
meeste tijd al zittend doorbrengen. Hierdoor genieten de wetenschappers
ook van een panoramisch zicht, wat het claustrofobisch effect
afzwakt. Plant je ze hoger, dan gaat het uitzicht gedeeltelijk
verloren en verhoogt door een diepere zoninval de kans op oververhitting.
Dus psychologisch en energiematig valt dat allemaal mooi samen.”
“Om die reden is het design soms afgerond en elders hoekig.
Dat heeft allemaal te maken met de dynamica en de zonnestraling.
De esthetica is daar een gevolg van. Het uitzicht is wat het is
en daar kan je voor of tegen zijn. We benaderden het rationeel
én creatief. Er werd ook tevens doelbewust geopteerd voor
een hybride gebouw. Om lawaaihinder en visuele vervuiling te vermijden
werden de garage en de voorraadkamers ingegraven in de sneeuw.”
Persoonlijk vind ik het een knap ontwerp en ik liet me vertellen
dat de basis door inwerking van weer en wind het uitzicht van
een ijskristal krijgt. Johan beaamt: “Het station bestaat
grotendeels uit een houten constructie met een beschermende inoxlaag.
Lang zal het niet duren vooraleer deze gepolijst wordt door de
sneeuw en zal glinsteren in het landschap.” Daarmee is het
hoge kuifjesgehalte van het ontwerp compleet.
Internationaal respect
Dat dit voor België een project zonder weerga is, mag duidelijk
zijn. De reacties liegen er dan ook niet om. “Antarctica,
dat stateloos is, wordt internationaal geleid door het Antarctica
Treaty System. De voorstelling van ons wetenschappelijk project
voor het ATS werd zeer positief onthaald. ‘Eindelijk komt
België terug’, werd gezegd. We zijn immers één
van de pioniers op Antarctica en stichtend lid van het ATS. Ons
vertrek werd ons wel eens kwalijk genomen. Maar nu we de Antarctische
bouwcultuur herdefiniëren is alles weer vergeten. Met dit
concept maken we zo’n sprong voorwaarts dat alle komende
basissen van welke landen ook zullen gebaseerd zijn op de onze.
We worden door de hele Antarcticagemeenschap met argusogen gevolgd.
Het vertrouwen is groot dat we ons zullen kunnen bewijzen.”
De Belgische fascinatie voor de Zuidpool is niet nieuw. 110 jaar
geleden was Adrien de Gerlache de pionier. Een vervolg kwam er
met de Koning Boudewijnbasis in 1957 en veel recenter de oversteek
te voet van Alain Hubert en Dixie Dansercoer. Als uitstalraam
voor de nieuwste technologie en als platform voor een beter begrip
van alle vraagstukken rond klimaatsverandering zal het Princess
Elisabeth Station een ongekende zichtbaarheid geven. Voor bedrijven
iets om zich te etaleren en voor iedere landgenoot iets om trots
op te zijn”, besluit Johan.
Koen Van der
Schaeghe
Publicatiedatum: 18/01/2008