ECHTGENOTE
UIT HOOGSTE KASTE
Als
zoon van één van de leidende figuren van de BMW-motorclub
in Vlaanderen was Jo’s jeugd en omgeving niet erg sedentair.
Ook hijzelf heeft het avontuur nooit geschuwd. Als jonge snaak
van achttien trok hij al met zijn gemotoriseerd stalen ros naar
de Ardèche in Frankrijk. Gauw zou de Noordkaap volgen,
toen enkel bereikbaar via onverharde paden en in niets vergelijkbaar
met de geasfalteerde en bewegwijzerde wegen van vandaag. “Mijn
droom was de wereld zien. Ik werkte die tijd eerst als sportfotograaf
maar dat lag mij niet. Ik hou wel van lopen en zwemmen maar dat
wil niet zeggen dat ik graag naar een loop- of zwemwedstrijd ga
kijken. Later werkte ik keihard als zelfstandige voor allerhande
opdrachtgevers. Te veel en te druk, dus op een dag ben ik met
alles gestopt. Ik zei mijn handelsregister op en zou vertrekken
voor een jaar maar ik kon evengoed na een maand alweer thuis staan.
Mijn
eerste stop was Jakarta en vandaar ging het naar Kalimantan, Borneo
waar ik de jungle pur sang beleefde. Het waren maffe tijden met
niet altijd even verantwoord gedrag. Ik reisde naar Nieuw-Zeeland,
Australië, Cambodja en Laos en telkens had ik een rustpunt
in Lombok waar een vriend woonde met zijn lokale echtgenote. Haar
tweelingzus Etty zou mijn latere vrouw worden. Beide zussen zijn
afkomstig uit het voormalige sultanaat van Bima. Tot aan de onafhankelijkheid
in 1945 was Indonesië namelijk opgedeeld in Sultanaten en
mijn schoonvader was de laatste eerste minister of vice-sultan
van het sultanaat. Mocht deze opdeling en traditie vandaag nog
gangbaar zijn, had ik haar zelfs nooit kunnen huwen zonder dat
ze haar rang verloor. Eén van haar tantes huwde iemand
van de gewone bevolking en diende het sultanaat te verlaten.
Tot op vandaag,
60 jaar onafhankelijkheid werd onlangs gevierd, heeft de familie
veel aanzien in de regio. Als wij het sultanaat bezoeken, mag
ik niet zeggen wie mijn echtgenote is want ze zou vast en zeker
vereerd worden. Toen mijn schoonvader nog leefde werd hij er vervoerd
met draagstoelen omdat hij de grond niet zou moeten raken. Van
het kasteverschil is geen sprake meer. Als vreemdeling werd ik
erg vlug kind aan huis in de familie.”
I’M
LEAVING ON A JETPLANE
Na een jaar
reizen trachtte Jo nog wel terug in België te werken maar
het zou niets worden. Hij vertrok opnieuw maar drastischer deze
keer want zelfs zijn huis ging onder de hamer. “I’m
leaving on a jetplane van John Denver was toen ons nummer. When
I come back I'll bring your wedding ring zei ik en zo geschiedde
ook. Ik ben wel blijven reizen, ook nadat Etty en ik trouwden
en een stuk grond kochten, want ik kon het moeilijk van me afzetten.
Veel reizen kost echter veel geld en na enkele jaren droogde de
financiële bron op. Ik verloor de smaak niet maar kon op
die manier niet blijven leven. Ik moest hoe dan ook geld verdienen.
Toen
kwam het idee om de reizigers naar mij te brengen in plaats van
mezelf naar allerhande bestemmingen. Van het huis voor onszelf,
maakten we een gastenverblijf. We stelden een budget op, berekenden
wat we er konden uithalen en dat liep vanaf de eerste maand fantastisch.”
Pondok Pantai, wat zoveel wil zeggen als hutjes op het strand,
situeert zich in het noordwesten van Lombok in het dorpje Gondang.
De hoofdstad Mataram en de luchthaven liggen op 43 km. “De
ongerepte omgeving doet je denken aan een soort paradijseiland.
We zitten echt op het einde van de wereld, volledig weggestoken
in een kokosnootplantage. Een intieme plek, enkel te bereiken
via een hobbelig parcours. De stad is bijna anderhalf uur rijden
en van de hoofdweg zijn we anderhalve kilometer verwijderd. Onze
dichtste buren, arme vissers, wonen 500 meter verder.
BALI-BOM
EN ANDER ONHEIL
”De
eerste maand zat het al snor en de maanden daarna nam het aantal
bezoekers een enorme vlucht. Een verkwikkende vaststelling was
dat en we zagen het dan ook echt zitten want vele reizigers wisten
het comfort van de grote steden te weerstaan. Maar als donderslag
bij klaarlichte hemel zorgde de bom op Bali in oktober 2002 voor
een koude douche. Het was halfweg de maand. Ik weet het nog omdat
de opbrengsten die maand amper nog de helft waren. Niemand kwam
de maanden erop over de vloer. Geen mens durfde nog naar Indonesië
te reizen. Daar bleef het helaas niet bij. Na de bom was er de
oorlog in Irak die de kleine heropleving onmiddellijk weer in
de kiem smoorde. Later volgde nog de uitbraak van SARS en de vogelpest.”
Tussendoor ontplofte nog een bom in Jakarta. Zo heeft Jo’s
gezin en met hen de hele toeristische industrie de ene kwaal na
de andere doorworsteld. Nu ze bijna hun vierde Belgische zomer
achter de rug hebben, kruipen ze langzaam uit een dal. “Het
is broodnodig want een nieuwe tegenslag zou ons zeker nekken.
Meerdere gastenverblijven in de ruime omgeving hebben hun deuren
reeds moeten sluiten. Er is ongelooflijk veel werkloosheid en
leegstand in wat ooit toeristische trekpleisters waren.”
JOEKEL
VAN EEN LAND
Hoewel
er recent geen aanslagen op Westerse doelen meer waren, is het
algemene gevoel over Indonesië erg negatief. Landen als Groot-Brittannië,
Nieuw-Zeeland, Australië en de Verenigde Staten geven tot
op vandaag een negatief reisadvies voor Indonesië. Ook ons
land geeft de raad om drukke plaatsen te vermijden. Dat schrikt
af en maakt dat mensen die oorspronkelijk geneigd waren naar Indonesië
te reizen hiervan afzien. Daarenboven is de perceptie over het
land heel negatief. “Over Indonesië wordt steeds bericht
als het grootste moslimland ter wereld, wat helemaal niet zo is.
Saoedi-Arabië is een moslimland maar Indonesië niet.
Moskee en staat zijn in Indonesië immers volledig gescheiden.
Een dubbelzinnige betiteling die doet vermoeden dat de moskee
aan de macht is terwijl het land vijf wettelijke godsdiensten
kent. Een juistere benaming zou zijn dat het het land is met de
grootste populatie moslims. En waarom? Omdat het een joekel van
een land is natuurlijk.” De onbekendheid bij het grote publiek
van het voormalige Nederlands Indië is groot en dat ondervindt
Jo geregeld. “Ik krijg vragen als: ‘Moet ik daar een
boerka dragen?’ of ‘Mag ik mij in een rok bewegen?’
Ga in Indonesië naar een bank of een supermarkt, iedereen
draagt inderdaad een uniform. En waarom? Omdat ze anders in hun
lompen zouden komen. Sommigen dragen een lange rok, anderen een
korte,… Je ziet natuurlijk wel hoofddoeken in het straatbeeld
maar een boerka is nog iets anders… Uitzonderlijk enkele
Arabieren misschien maar zelfs hoofddoeken zijn in de minderheid.
Als Westerse vrouw kan je je met gemak bewegen tussen deze potpourri.
Je moet natuurlijk weten waar je halfnaakt en gekleed rondloopt.
In toeristische centra zie je toeristen in hun bikini naar de
supermarkt, voor zover die bestaat, gaan. Dat doe je toch niet?
In Vlaanderen ga je toch ook niet in je bikini naar de Delhaize
of lunchen in je zwembroek. Wat je in Vlaanderen niet doet, doe
je elders ook niet.”
HEIMWEE
NAAR HUIS
Ondanks
de mooie setting weegt, vooral in het regenseizoen, de 15.000
km tussen Lombok en Vlaanderen. Euforie en ontheemdheid liggen
soms dicht bij elkaar. “Ik word helemaal niet verteerd door
een overdreven verlangen naar Vlaanderen maar wanneer er weinig
gasten over de vloer komen, voor het merendeel Nederlanders, is
de nood om een Vlaamse stem te horen het grootst. Dan durf ik
wel eens naar de Wereldomroep te luisteren in de hoop dat de muzieksamensteller
niet Ik heb zo’n heimwee naar huis van Will Tura in zijn
achterhoofd had… In het buitenland wonen en in het buitenland
wonen is ook verschillend. Ik heb overal in de wereld gezeten.
Australië is bijvoorbeeld niet bijster moeilijk: je hebt
er alles bij de hand en het is vergelijkbaar met Vlaanderen met
het enige verschil dat je aan de andere kant van de wereld woont.
Of zit je in een stad als Jakarta of Kuala Lumpur, dan heb je
de Westerse wereld eigenlijk nog bij de hand. Het is onze eigen
keuze natuurlijk maar om een idee te geven: drie kilometer voor
mijn deur stopt de telefoonlijn en om mijn e-mail te checken ben
ik 2h30 onderweg.
Hoewel het Nederlands in Indonesië (het is een voormalige
Nederlandse kolonie) nog steeds een belangrijke taal is, valt
de generatie die de taal echt onder de knie heeft stilaan weg.
Er zitten natuurlijk ook wel Belgen op Lombok maar zij zijn niet
onmiddellijk mijn slag. Sommigen zijn wel erg koloniaal, het omgaan
met hen heeft dan wel veel weg van een surrogaatrelatie. Af en
toe moet ik wel naar Vlaanderen want zoals bijna iedereen heb
ik een reispas met een geldigheid van vijf jaar. Ik heb er zelfs
twee, wat wettelijk kan, maar na twee jaar staan die boordevol…
stempel hier, stempel daar. Om de zes maanden moet ik immers het
land uit om mijn sociaal visum te regelen. Of ik nu getrouwd ben
of niet, dat maakt geen verschil. Zolang je geen businessvisum
hebt, moet je het land uit. Voor mij betekent dat minstens naar
Singapore reizen, wat nog altijd een kleine drie uur vliegen is.
Ik vind het natuurlijk aangenaam om tijdelijk in Vlaanderen te
vertoeven en een pint te pakken met enkele kameraden. “Ik
blijf Belg, al wordt ik ook één met het volk en
de gewoonten: beleefdheidsvormen, buigingen, aansprekingen,...
KONINKLIJKE
SERRES
“Wat
zal de toekomst brengen? We zitten echt wel gewrongen over wat
we gaan doen. Mijn echtgenote had de mogelijkheid om in British
Guinea aan de slag te gaan, wat we wel overwogen maar uiteindelijk
naast ons neer legden. Achteraf gezien was dat misschien een verkeken
kans maar ik ben zeker niet bitter. In Indonesië kan één
van ons misschien voor een werkgever werken maar op vlak van fotografie
kan ik hier niets doen en in de toeristische industrie moet ik
me geen werk zoeken, want er is geen. Als regenwouddeskundige
en schrijfster heeft Etty lang goed geld verdiend, maar dan zal
dit ook niet op Lombok zijn. En, moesten we bijvoorbeeld naar
België komen? Wat kan zij er doen met haar tropisch diploma?
In de koninklijke serres werken? Tja, hopen maar dat ons lange
wachten op de heropleving zal beloond worden.”
Koen Van der
Schaeghe
Publicatiedatum: 02/11/05