
JAN VAN DEN DRIESSCHE
“LATIJNS-AMERIKA NESTELDE ZICH IN MIJN HART”
Het is geen luxeproject in één
of andere golfstaat, wel een order dat al 12 jaar loopt en zeker
nog tot 2021 de werkplek van de Vlaamse baggeraar zal zijn. Die
werkplek heet de Paraná, een grillige rivier van 800 kilometer
en de economische ader van Argentinië. Jan Van Den Driessche
is de regionale marketingmanager van de Vlaamse Baggeraar Jan De
Nul. Hij woont al meer dan de helft van zijn leven in Latijns-Amerika
en is amper nog een expat te noemen. In Jans stem klinken echo’s
van Latijnse warmte en Argentijnse passie.
Jan Van Den Driessche is zeebonk noch kaaiman maar werkt wel voor
baggeraar Jan De Nul. Alleen maar om te zeggen dat bij de firma
mensen van een verschillend allooi aan de slag kunnen. Zijn uitvalsbasis
is Buenos Aires, waar hij met zijn Chileense echtgenote en twee
kinderen woont en van waaruit hij het hele continent bestrijkt.
In het land van de vruchtbare pampa’s werken naast hem nog
zestien landgenoten onder het expatstatuut voor het baggerconcern.
Elders op het continent zijn er dat nog eens twintig.
WERKEN
VOOR DE GROOTSTE BAGGERAAR?
Baggergroep Jan De Nul heeft jobs voor avonturiers,
veel jobs, niet minder dan 1.250 medewerkers
zoekt het bedrijf: 850 medewerkers voor
de vaart en 400 stafmedewerkers. Vooral
ingenieurs en technisch gevormde medewerkers
zijn erg gegeerd.
Alle informatie op: www.jandenul.com
en recruitment@jandenul.com

Jan
Van Den Driessche is ook voorzitter van
de Belgisch-Luxemburgse Kamer van Koophandel
in Buenos Aires. Hij is te bereiken via
jvdriessche@hotmail.com |
|
|
DIEPGANG
ALS MEERWAARDE
Jan was er al bij in 1995 toen JDN het eerste slib uit de Rio
Paraná baggerde. De opdracht luidde zowel verdiepings-
als onderhoudsbaggeren. Tot op vandaag weegt dit order het zwaarst
door in Latijns-Amerika. “Onderhoudsbaggeren klinkt wat
eufemistisch en driehonderd miljoen kubieke meter baggeren op
twaalf jaar is dan weer moeilijk voor te stellen. Maar als je
weet dat de Argentijnse pampa’s kolossale hoeveelheden graan
voortbrengen en de Rio Paraná, als dé exportweg
bij uitstek, van de regio Rosario de grootste graanterminal ter
wereld maakt, dan kan het belang van het werk op de stroom moeilijk
onderschat worden.”
Het verdiepingsproject van Jan De Nul geeft een enorme meerwaarde
aan het land. Reuzenschepen komen tot 700 km de rivier op om van
daaruit met hun lading de wereld te bevoorraden. Dankzij de baggerwerken
van JDN kunnen schepen continu de rivier op en af. “De Paraná
brengt immers heel wat modder en zand mee van hoger gelegen gebieden.
Toen JDN het project aanvatte waren er stroken waar de rivier
slechts 15 voet diep was. Wij verdiepten ze in eerste instantie
tot net voorbij Rosario tot 28 voet, waardoor scheepvaartverkeer
niet meer zo onderhevig was aan de variatie in de waterstanden.
De tijd dat grote zeeschepen moesten wachten op hoog water om
heen en weer te varen werd hiermee voorgoed verleden tijd. Viel
de oogst vroeger samen met een langdurige lage waterstand, dan
was je als producent gezien.”
TOLHEFFING ALS INKOMSTEN
Omdat de diepgang van moderne zeeschepen almaar toeneemt, werd
de vaargeul daarna tot 32 voet en vorig jaar 34 voet uitgediept,
waardoor nog grotere volumes in één keer kunnen
geëxporteerd worden. De opdrachtgevers vragen ons steeds
meer diepgang. Er wordt nu al geschreeuwd voor 40 voet. Meer diepgang
verandert natuurlijk het gedrag van de rivier. Maar hoe meer er
wordt uitgevoerd, hoe groter de Argentijnse inkomsten. Onze toekomst
in Argentinië oogt goed”, weet Jan
Naast het verdiepen en op diepte houden van de Paraná worden
ook bakens en boeien op de rivier geplaatst. “ verlichte
boeien en bakens volgens IALA –B normen om ook ’s
nachts te kunnen varen, en om te zien waar er kan gevaren worden,
want op sommige momenten wordt dat heel onduidelijk omdat de rivier
buiten haar oevers treedt.”
“Jan De Nul heeft nu vier schepen in Argentinië, één
in Uruguay, één in Colombia en nog één
in Panama. Voor het Panamakanaal zijn er momenteel enkele grote
aanbestedingen. Dat wordt ons volgende doel. Zowel de Pacifische
als de Atlantische toegangszijde van het kanaal worden verbreed
en verdiept. Het is geen simpele job: we werkten er reeds in 1995-’96
om een eerste verdieping te realiseren. Tijdens het baggeren moet
het kanaal open blijven. Komt er een schip langs dan moeten wij
aan kant. Net zoals het Panamakanaal is ook de Paraná onderhevig
aan tol. Schepen op de Rio Paraná betalen rechtstreeks
aan de concessiemaatschappij Hidrovia, die de gedeelde eigendom
is van Jan De Nul en een lokale partner. Deze grootschalige baggerwerken
op de Paraná worden dus betaald door haar gebruikers.”
BELGEN
ALS VERTROUWENSPERSONEN
Op papier is Jans job simpel: zoveel mogelijk contracten binnenhalen
en de bestaande uitbouwen. En toch vereist zijn functie heel wat
lenigheid. Vanuit Buenos Aires behoudt hij het overzicht over
de diverse departementen en werven van de baggergigant en onderhandelt
contracten zowel met overheden als lokale private partners. Hij
is het noodzakelijke soepele gewricht tussen de hoofdzetel in
Aalst en het Latijnse continent.
“De staff van de baggeraar bestaat is zeer verscheiden.
Je hebt de mensen die aan boord werken en zij gaan met een schip
van project naar project. Daarnaast heb je de uitvoerders en technici
die een werf of schip volgen, net zoals de project manager of
administrator. Tenslotte is er de staff die gelinkt is aan het
hoofdkantoor in eerder commerciële functies. In de vertrouwensfuncties
heb je vaak Belgen en Nederlanders omwille van hun knowhow en
de makkelijkere communicatie. Nieuwelingen komen steeds bij collega’s
terecht die reeds een brede buitenlandervaring achter de kiezen
hebben.”
De Jan De Nul Group, die zijn naam ontleent aan zijn oprichter,
is momenteel wereldleider in de baggersector, heeft een goede
expansiepolitiek, is actief in een 20-tal landen en heeft een
personeelsbestand van om en bij de 3.800 werknemers. De groep
investeert tussen nu en 2010 1,25 miljard euro en vandaag reeds
bezitten ze de grootste en meest moderne vloot ter wereld.
WERKEN BIJ JDN ALS VRIJGEZEL?
Honkvast
kun je baggeraars bezwaarlijk noemen. Ze werken op de meest onwaarschijnlijke
plekken ter wereld. Het is een job met heel wat implicaties voor
het privé-leven en invloed op een relatie. Een leven ‘in
den vreemde’ moet beide partners bevallen. Baggeraars weten
immers vaak niet wat de volgende bestemming wordt. Een langdurige
relatie kan hierdoor wel eens fragiel worden. “Mannen van
mijn generatie waren vaak pas afgestudeerd toen ze zonder lief
vertrokken naar eender waar. Ze ontmoetten dan lokale en exotische
schonen. Vandaag zie je vaker koppels waarvan de partner enkele
jaren loopbaanonderbreking neemt. Jongeren zijn enerzijds avontuurlijker
ingesteld, maar terughoudender in de zin van alles op te geven.”
“Sommigen geven er na enkele jaren de brui aan. Het zijn
lange dagen en de verantwoordelijkheid is groot. Tijd voor routine
is er niet. Je wordt goed begeleid door ervaren collega’s,
maar ook vlug geconfronteerd met het echte werk. Als vrijgezel
klinkt het ook erg interessant om veel verlof te hebben. Maar
na een tijd weet je niet meer wat je er mee moet doen. Wat doe
je als je een maand naar België mag maar al je vrienden zijn
aan het werk? Velen gaan dan ook reizen als hun shift erop zit.”
Het is een probleem dat Jan niet kent. Sinds zijn veertiende is
Zuid-Amerika zijn thuis. Eerst voor langere periodes en later
continu. “Ik was twaalf toen mijn vader naar Peru verhuisde
en manager werd van een busbedrijf. Twee jaar later gingen mijn
moeder en ikzelf hem achterna. Ik liep een jaar school in Peru,
maar rondde mijn middelbare studies toch in België af. Tijdens
de vakanties verbleef ik in Peru. Voor mijn hogere studies trok
ik naar Engeland. Maar Latijns-Amerika had zich toen reeds in
mijn hart genesteld. En met mijn Chileense vrouw zit het er steviger
dan ooit.”
“Begin jaren ’90 vertegenwoordigde mijn vader JDN
in Peru en ik werkte voor hem. Sinds 1995 werk ik rechtstreeks
voor de baggerfirma. Het was niet meer dan logisch dat ik in Latijns-Amerika
zou blijven, het is mijn thuis. Uiteindelijk vestigde ik mij in
de Argentijnse hoofdstad, een echte kosmopolitische metropool.”
BUENOS AIRES ALS HEIMAT
Buenos Aires is de uitvalsbasis van Jan, maar als regionale manager
is hij zowel voor Argentinië, Uruguay, Chili, Peru, Ecuador,
Colombia, Panama en de Dominicaanse Republiek bevoegd. Hij geeft
graag enkele voorbeelden: “We verdiepen de haven van Buenaventura
in Colombia, zijn met grote graafmachines actief op het Panamakanaal,
leveren een nieuwe containerhaven op in El Salvador, bouwen momenteel
een containerterminal voor Katoennatie in Uruguay, twee werven
in het zuiden van de provincie Buenos Aires en ons monsterproject
in Argentinië. Ik reis van project naar project en van land
naar land. Eén week op de twee ben ik van huis.”
“De levenskwaliteit in Buenos Aires kan zeker de vergelijking
met een Europese stad als Madrid doorstaan. Er heerst een identieke
zuiderse mentaliteit. De seizoenen zijn wel omgekeerd, maar ze
zijn wel duidelijk gemarkeerd. Prachtige huizen en indrukwekkende
gebouwen uit het begin van de 20ste eeuw overheersen de stad.
In die tijd was het één van de rijkste metropolen
ter wereld.”
“Ik onderga het stadsleven met veel plezier. Ook voor kinderen
in het prachtig. Argentijnen zijn zeer gesteld op kinderen. De
scholen zijn helemaal niet slecht en qua sport gaat het er veel
intensiever aan toe dan in West-Europa. Kan je als jongen in Argentinië
niet voetballen, dan besta je eigenlijk niet. Onze zoon Nicolas
is negen en verbetert zienderogen, maar hij is ook een echte Argentijn
met een serieus ego”, lacht Jan. “Forencia is zeven
en speelt hockey en allebei gaan ze naar een tweetalige Argentijnse
school, waar de lessen half om half Engels en Spaans zijn.”
“Buenos Aires kent een aangename wooncultuur en lekker eten
maakt er deel uit van het dagelijks leven, net als goede wijn
en de ontelbare tango-orkesten. De veelzijdigheid van de stad
laat zich vooral merken op cultureel vlak: van klassieke tot hedendaagse
concerten, van ballet tot moderne dans, van theater tot cabaret”,
besluit de Porteño of inwoner van Buenos Aires.
Koen Van der
Schaeghe
Publicatiedatum: 21/09/07
|