
DENK GLOBAAL, MAAR HANDEL LOKAAL
Geen kleine wereld voor Servaes, integendeel. Hij woonde en werkte in Mexico, de Filippijnen, Sri Lanka, Nederland, de Verenigde Staten,... én last but not least Thailand. Want daar kruiste hij het pad van Patchanee Malikhao, zijn latere echtgenote. Sindsdien bewandelen ze eenzelfde weg. Een boeiende en gevarieerde levensweg waaruit niet alleen unieke ervaringen, maar ook twee dochters ontsproten. Twaalf en negen zijn ze intussen en ze groeien op in een internationaal en meertalig nest. “Je rolt natuurlijk van de ene in de andere ervaring. Sommige kan je wel sturen en zelf kiezen, doch meestal wordt alles bepaald door omstandigheden, door datgene wat je bent en doet. Tot op zeker hoogte voel ik mij dan ook bevoorrecht door de job die ik nu in Australië kan uitoefenen.”
”In Azië kom je tot rust,
maar in Latijns-Amerika kom je tot leven.”
Naast zijn drukke baan down under, spendeert Servaes dezer dagen heel wat van zijn tijd aan de voorbereiding van een congres van de Wereldbank, dat in oktober in Italië zal plaatsvinden. Hij is gevraagd als hoofd van het wetenschapscomité. Het thema is communication for development of ontwikkelingscommunicatie. En dat dit echt wel zijn dada is, blijkt uit zijn erg gevarieerde loopbaan en vele publicaties. “Ik heb mij altijd geïnteresseerd in de rol van de media en communicatie in veranderingsprocessen in de zogenaamde Derde Wereld”. De eigenheid van lokale culturen en de aandacht voor lokale geplogenheden zijn een thematiek die hem na aan het hart ligt, maar stilaan is dat uitgebreid tot de hele wereld... “want er is overal wel iets dat beter kan”, vertelt Servaes, die hoopt dat de Wereldbank niet moppert, maar de elektroshock geeft die het brede ontwikkelingsbeleid dringend nodig heeft.
“Traditioneel wordt onze visie op ontwikkeling en internationale relaties bepaald door economische factoren. Pas sinds kort aanvaarden we meer en meer dat cijfers alleen niet volstaan om voorruitgang te zien en een vreedzame samenleving te bekomen. Stilaan sijpelt tot alle beleidsniveaus door dat een verrijking van de globale visie, met inbegrip van communicatie en culturele overwegingen, essentieel is om de hedendaagse wereldproblemen efficiënter aan te pakken.”
“Dat nu ook een organisatie als de Wereldbank, die altijd bij economische maatregelen zwoor, stappen in die richting onderneemt, mag het beste doen verhopen. Wat ik verwacht? Dat de Wereldbank haar signaalfunctie waarmaakt. Signaleren bijvoorbeeld dat het Westerse perspectief om de digital gap te dichten zijn doel voorbij schiet. Want de impact van de nieuwe media bereikt geenszins de mensen die dit het meeste nodig hebben. Een modeloplossing bestaat natuurlijk niet, dus dit vraagstuk generalistisch aanpakken heeft weinig zin. Enkel in dialoog met elkaar kan misschien een ideale en alleszins een betere oplossing bereikt worden. Als je effectief succesvol wil zijn, moet je sustainable of duurzaam zijn. Dat kan alleen als je er lokale mensen bij betrekt, maakt niet uit of het over grote of kleine projecten zijn. Dé succesverhalen in de Derde Wereld zijn niet deze waaraan het Westen heeft deelgenomen, maar deze die van onderen uit gegroeid zijn. De wereld is de moeite waard en we kunnen allen overal iets leren. Als ik daar een steentje kan toe bijdragen, dan ben ik gelukkig.”
OPENBARING
Servaes beschikt over een stevige achtergrond om deze functie voor de Wereldbank te hanteren. Daar ligt ook zijn ambitie, het nationale overstijgen en kijken hoe je mee het beleid kan bepalen op internationaal niveau. Nochtans is de academicus geen wereldburger van geboorte, hij heeft zelf zijn weg gezocht. “Het klinkt misschien eigenaardig, maar ik heb nauwelijks gereisd tot ik naar de unief ging. Ik was behoorlijk klassiek, parochiaal zelfs, zoals de meeste Vlamingen. Aan de unief ontlook mijn interessesfeer voor duurzame media en die werd aangewakkerd door de mogelijkheid om een jaar naar Mexico te gaan. Het was een openbaring. Eind jaren ’70 was die regio de bakermat van de nieuwe ideeën. Uiteindelijk ben ik twee jaar gebleven.” Sindsdien evolueerde zijn interesse tot een passie. In die periode werkte hij ook twee jaar voor Broederlijk Delen met focus op Latijns-Amerika. Een doctoraat rond dezelfde thematiek in Leuven, kortere en langere periodes in Azië en een emigratie naar de VS zouden volgen. Dan kreeg hij een uniek aanbod van de universiteit van Nijmegen. En in ’95 belandde hij terug in Brussel om in 2003, na een sabbatjaar dat er eigenlijk maar een half was, de roep van down under te beantwoorden.
"Ik heb geen behoefte om mij enkel in een Vlaamse omgeving goed te voelen.
En als je niet echt honkvast bent, zoals ik, dan zie je gauw andere mogelijkheden."
“Ik zie mijn buitenlandse ervaring zeker als een meerwaarde en persoonlijke rijkdom. Vanaf mijn studententijd heb ik mij op de wereld georiënteerd.” Zijn huidige functie in Brisbane, Australië had hij in het verleden zeker beleefd van de hand gewezen. “Hier ben ik een beetje manager, leider op academisch niveau en houd ik mij vooral bezig met het uitstippelen van toekomstplannen in het algemeen en globalisering in het bijzonder. Je hebt veldwerk nodig om iets wezenlijks te kunnen veranderen. Je gaat ook pas nieuwe uitdagingen aan als je er zelf oog voor hebt. Het is niet dat ik tien of twintig jaar geleden niet voor bepaalde dingen ben gevraagd. Maar ik was toen gefocust op studenten en onderzoek. Na verloop van tijd merk je dat je ook bepaalde andere capaciteiten hebt.”
THINKING INTERNATIONAL
Jan Servaes heeft België al meermaals vaarwel gezegd en deed dat drie jaar geleden voor het laatst. “Tijdens mijn sabbatjaar kwam er een aanbod uit Sydney, wat het uiteindelijk niet geworden is, maar we zijn wel in Australië gebleven. We vonden acht jaar in het koude en miezerige België genoeg en kozen voor het warmere, leukere en gastvrijere Australië.”
Het journalistieke programma van de Universiteit van Queensland bestaat sinds 1921 en was het eerste van Australië. “Ook op wereldvlak behoorden ze tot de pioniers. Het was een klassieke opleiding journalistiek, die in Vlaanderen trouwens nog steeds niet bestaat, maar blijkbaar was er behoefte aan een frisse wind. De universiteit wou ook uitbreiden naar communicatiewetenschappen, wat toch een iets andere visie vereist, en het management heeft mij gevraagd beide entiteiten op elkaar af te stemmen. Dat betracht ik door te globaliseren, te kijken naar de onderzoeksdomeinen en mijn interesses erin te sluizen.”
“De professionele opleiding proberen we wat meer om te vormen tot een kritische opleiding. Onze slogan is Thinking Journalism, want journalisten zijn diegenen die nog mogen denken. Wij proberen de lijn van de kritische journalistiek te professionaliseren en daar komt internationalisering om het hoekje kijken. Je zit wel gewrongen tussen wat academisch haalbaar is en wat financieel en organisatorisch kan. Internationalisering is echter nodig, te meer omdat Australië altijd het educatief centrum van de regio was en als gevolg veel buitenlandse studenten over de vloer kreeg, maar weinig eigen studenten zag reizen tijdens hun opleiding. Als wij uitwisselingsprojecten opstellen is er wel voldoende interesse om naar Australië te komen, maar omgekeerd niet.”
“Onze universiteit is evenwel voorzichtig met studentenmobiliteit en satellietvestigingen. We proberen eerder dan commercieel en met megalomane projecten uit te pakken, inhoudelijk te werken. Leren over de grenzen kijken kan ook thuis, door de staff en de opleidingspakketten internationaler te maken. Dat vraagt een andere visie op het management en de organisatievorm van de onderwijsinstelling. Het zijn veranderingen die de universiteitsdirectie op prijs stelt en misschien zelf niet had kunnen bedenken. Het is fijn die dingen te kunnen realiseren en er dan nog voor gewaardeerd worden ook. ”
BOVEN HET GEWOEL
Servaes prijst zijn opdrachtgevers die hem in zijn bijdragen en interventies vertrouwen en geen stokken in de wielen steken. Dat is elders ooit anders geweest, om bij een heikel punt te belanden. “Internationale ervaring wordt in Vlaanderen niet altijd gewaardeerd. Men is te vaak op zichzelf georiënteerd en hoewel men inspanningen doet, kan je niet zeggen dat Vlaanderen een op het buitenland gerichte regio is. Men probeert het wel te verkopen, maar vergelijk het met Nederland en we staan bijna nergens. Je ziet dat heel goed als je vanuit het buitenland naar Vlaanderen kijkt. Het zelfgenoegzame, het idee dat het elders niet beter is, leeft sterk. En helaas moet ik dat af en toe tegenspreken. Ik zie wel waarden die van belang zijn en zeker moeten benadrukt worden, maar anderzijds zie je ook veel dingen fout gaan waar je makkelijk een antwoord kan op bedenken. Mede daardoor had ik op het einde een haat-liefde relatie met de Katholieke Universiteit Brussel. Er waren erg veel goede plannen, maar je hebt ook vlug door dat bepaalde veranderingen niet kunnen.”
"Dé succesverhalen in de Derde Wereld zijn niet die waaraan het Westen
heeft deelgenomen, maar deze die van onderen uit gegroeid zijn."
De uitgeweken landgenoot heeft evenwel een blijvende interesse voor wat in België en Vlaanderen gebeurt, maar hij wil er liefst niet te dicht op zitten. “Mijn relatie met België heeft vaak een antropologische distantie gehad. Zoals een antropoloog kijk ik graag vanaf enige afstand naar een cultuur, doorheen een venster, zonder middenin het gewoel te staan. Ik vond het dan ook makkelijker om België vanuit Nederland te volgen. Ik zat er dicht genoeg op, stond niet buiten de werkelijkheid, maar moest me niet onmiddellijk engageren. Ik heb mij, en dat is niet arrogant bedoeld, boven de Vlaamse drukte geplaatst. In eigen land had ik de emotionele verplichting om daarin te duiken. Dat ligt me persoonlijk minder dan de buitenstaanderrol. Je wordt gedwongen om een standpunt in te nemen omdat af en toe jouw mening wordt gevraagd. Omdat je dan sowieso gaat nuanceren, kan je vlug verzuipen in de middelmaat. Die gedachte heeft me mee doen besluiten terug andere oorden op te zoeken.”
HYBRIDE IDENTITEIT
“Ik ben intussen ook met een Thaise gehuwd en ook daarom heb ik geen behoefte om mij enkel in een Vlaamse omgeving goed te voelen. En als je niet echt honkvast bent, zoals ik, dan zie je gauw andere mogelijkheden. Australië is dan wellicht ook niet mijn eindbestemming. Ik sluit niet uit dat ik binnen enkele jaren alweer elders opduik. Als je vraagt naar landen, dan ligt mijn voorkeur toch in een Aziatische omgeving. Ik heb er gewoond, heb er les gegeven en ik heb uiteraard een Thaise echtgenote. Maar niet alleen de Thaise, ook de Maleise cultuur spreekt me aan. Al heb ik, maar nu ben ik aan het wensdromen, toch ook wel een boon voor het enthousiasmerende van de Latijns-Amerikaanse culturen. Het emotionele speelt er een grotere rol en men is er prettiger in de omgang. In Azië kom je tot rust, maar in Latijns-Amerika kom je tot leven”, besluit Servaes wijselijk met een compromis.
“Wij voelen ons Belg als we aan frieten en mosselen denken en als Clijsters of Henin winnen, maar niet als het op politieke discussies aankomt. Als we ons afzetten van de Nederlanders, zijn we Belg, maar o wee als je ons Belg noemt in discussies met de Walen. Ik denk dat je dit heel genuanceerd moet bekijken, want mensen zijn fragmentarisch geworden in hun identiteitsbeleving. Het is een steeds veranderend gevoel.”
“In het buitenland voel ik dingen die mij storen aan het Belg zijn, maar ook facetten die ik waardeer. Soms dominant, soms onderhuids. Dat varieert ook van de cultuur waarin je je bevindt. Wanneer je je in een dominante cultuur moet positioneren, zal dat vaak meer confronterend zijn, dan in een cultuur die easy going is. Als ik Thailand als voorbeeld neem, daar daagt men je niet uit om te bewijzen wie je bent. Je gaat gewoon met de flow mee en dat wordt gewaardeerd door alle partijen. In de VS is dat net iets anders”, lacht Servaes.
Een hybride identiteit noemt hij dit gegeven en hij ziet dit alsmaar meer als een kenmerk van de toekomst. Zowel bij mobiele mensen die de wereld gezien hebben, alsook bij diegenen die van achter hun tv- of computerscherm naar de wereld kijken. Via hun interesses dobberen zij mee op de informatiestroom en proberen zich te herkennen in andere plaatsen op de wereld. “Een genuanceerde mening op onze veranderende wereld is dan een
pluspunt want objectiviteit is een illusie”, waarschuwt onze sympathieke landgenoot tot slot.
Koen
Van der Schaeghe
Publicatiedatum: 27/07/06