
MAN VAN STAAL IN DUBAI
DIRK VAN LANDEGHEM IS EEN ANCIEN IN DE HOTSPOT VAN HET MOMENT
Een Indisch
restaurant in Dubai, in de schaduw van de zogenaamde Twin Towers.
Hier heb ik afspraak met de Vlaming Dirk Van Landeghem, regiodirecteur
van staalreus Arcelor. Een perfecte locatie zo blijkt, niet alleen
omwille van de Oriëntaalse geuren, kleuren en muziek die een
mooie referentie zijn voor wat Dubai te bieden heeft, maar ook vanwege
de torens. Ze zijn een herkenningspunt binnen de skyline en één
van de twee is gebouwd met staal van Arcelor. Een ontmoeting met
Dirk Van Landeghem, één van de anciens onder de vele
landgenoten in Dubai.
Twaalf
jaar duurt Dirks businessavontuur in de ministaat inmiddels al.
En gedurende die jaren heeft hij Dubai en het Midden Oosten enorm
zien evolueren. “Oorlogen in Irak, politieke spanningen
in de regio, olieprijzen die schommelen tussen twintig, negen
en vijftig dollar per vat. Dubai kende het jongste decennium een
exploderende en jonge bevolking, met veel werk en projecten op
alle niveaus: niet alleen toeristische resorts, maar evengoed
civiele projecten, infrastructuurwerken en havens die een land
moeten dragen”, benadrukt Dirk.
De skyline van Dubai is imposant en wijzigt continu. Beton en
staal worden dan ook dag en nacht aangevoerd. Praktisch alle multinationals
zijn op de markt aanwezig, zo ook het Europese staalbedrijf Arcelor,
dat ontstond in 2002, uit een fusie van drie Europese staalconcerns.
Arbed uit Luxemburg, het Spaanse Aceralia en het Franse Usinor
bundelden toen hun krachten. Dat Arcelor een belletje doet rinkelen
heeft waarschijnlijk veel te maken met de overnamesaga waarin
de staalreus zich bevindt. Arcelor-staal is evenwel de grondstof
voor ontelbare eindproducten die u en ik dagdagelijks gebruiken.
Ongetwijfeld hebt u meer Arcelor-producten in huis dan u vermoedt,
denk maar aan uw huishoudtoestellen, airconditioning, meubels,
auto,…
LEIDERSCHAP MÉT KENNIS VAN
DE WERKVLOER
Zoals vele managers startte Dirk zijn loopbaan in de verkoop om
vervolgens gestaag op te klimmen. “Oorspronkelijk was ik
staaltrader in Antwerpen, wat ik vijf jaar gedaan heb. Nadat ik
de sector een jaar verlaten had, ging ik voor Arbed in Dubai werken.
Het was altijd mijn betrachting om in het buitenland aan de slag
te gaan. Het was dus een weloverwogen beslissing al kwam de vraag
wel out of the blue. Hier ben ik begonnen onder een baas en toen
deze na vier jaar doorschoof naar een andere bestemming heb ik
zijn plaats ingenomen.” Vandaag is Van Landeghem directeur
van het regionale hoofdkwartier dat naast de Verenigde Arabische
Emiraten ook Saoedi-Arabië, Irak, Iran, Afghanistan, Pakistan
en Bangladesh bestrijkt. “Tot de crisis in ’97 was
het Verre Oosten wereldwijd de voornaamste groeipool, waarna China
de plaats in nam. In het Midden Oosten is de groei kleiner, maar
toch stevig. Vooral Dubai geniet heel wat aandacht met haar megaprojecten
en sensationele dromen die men ook weet te verwezenlijken. Ze
worden niet enkel bedacht of getekend, maar ook gerealiseerd.
Dat is uniek en onovertroffen en vind je nergens anders. De enige
plaats waar aan hetzelfde tempo gebouwd wordt is Shanghai.”
Arcelor is in Dubai zowel aanwezig als leverancier voor grote
bouwprojecten alsook voor het aanleveren van staal voor huishoudtoestellen.
Het concern is zowel staalproducent als staalsupermarkt en maakt
geen onderscheid tussen industriële klanten en overheidsopdrachten.
Zowat iedereen die in Dubai produceert, heeft staal nodig. Van
Landeghem vraagt wel om dit in het juiste perspectief te zien:
“Dubai is onmiskenbaar het uitstalraam van de regio, maar
Saoedi-Arabië en Iran zijn grotere afzetmarkten voor ons.
We zijn ook actief in Irak, want we willen er zeker de trein niet
missen. We waren er actief voor de eerste Golfoorlog en tussen
de twee. We hebben er een kantoor, maar momenteel is zaken doen
nog niet mogelijk. Het platform is er nog niet om op een veilige
manier zaken te doen, maar de dag dat het kan, zullen we er zijn.
Sommigen doen het hoor, via Syrië, Jordanië of Turkije,
maar een groot bedrijf als het onze laat dat nog niet toe”,
verklaart Van Landeghem.
AANTREKKELIJKE
REGIO
“In eerste instantie kwam ik voor drie jaar met mijn echtgenote
Katrin. Dat werden er zes en tien en nu ben ik hier al twaalf
jaar. Je plant zoiets niet. Ondertussen werden mij ook andere
locaties aangeboden, maar daar zijn we niet op ingegaan. Ik had
kunnen verhuizen naar Singapore en mij onderdompelen in een heel
ander cultuur die misschien nog interessanter is. Voor die keuzes
sta je. Maar ik vind landen als Irak en Iran in vredestijd heel
boeiend en plezant om in te werken. In het Midden Oosten gebeurt
zoveel op geopolitiek vlak. Dat in combinatie met de werkomgeving
en de conjunctuur maakt deze regio voor mij ontzettend aantrekkelijk.
Ik weet ook niet hoe lang ik zal blijven, de horizon kan bij wijze
van spreken vlug anders kleuren”, lacht de Vlaming.
“Ik herinner mij nog goed toen ik hier voor het eerst rondliep,
enkele jaren voor ik emigreerde. Het was een totaal ander Dubai.
De expansie was wel al aan de gang, die begon in de jaren ’70
nadat de locals olie in de bodem ontdekten, maar nu is alles veel
grootser. Vandaag wordt er gebouwd op plaatsen die tot niet zo
lang geleden vlak en zanderig terrein waren. Ik heb wel altijd
transportverbindingen geweten, er was communicatie, men kon een
pint drinken en er waren hotels. Het is alleen exponentieel gegroeid
en het groeit nog steeds, de jongste jaren vooral door het toerisme.
The sky is the limit wordt hier gewoon letterlijk geïnterpreteerd.”
“Tijdens mijn eerdere buitenlandse omzwervingen bezocht
ik reeds enkele malen Iran, waardoor de beleving van en de voeling
met het Midden Oosten wel aanwezig was. Het is een andere cultuur
met boeiende contrasten, waar men het leven anders beleeft en
zijn mensenkennis verruimt. Er is hier ook constant beweging,
meer en op een andere manier als in Europa.”
Of het een voordeel is dat Arcelor een Europees en geen Amerikaans
bedrijf is, vraag ik Van Landeghem. Hij nuanceert: “Er leeft
misschien wel anti-Amerikaans sentiment en in de privésfeer
wordt daarover gesproken, doch zakelijk is dat niet aan de orde.
Ik neem aan dat het een voordeel is, maar Emirati en zelfs Iranezen
roken ook Marlboro, drinken Coca-Cola en eten hamburgers van McDonalds.
Je moet altijd een onderscheid maken de politieke- en de zakenwereld.
THUIS
IN DUBAI ÉN IN VLAANDEREN
Dubai is een emiraat van contrasten, dat merk je ook in het onderwijs,
weten Dirk en Katrin als ouders van drie kinderen. “Een
land met tachtig procent inwijkelingen en slechts een vijfde autochtonen,
waarvan de laatste groep naar eigen scholen gaat. In andere landen
stuurt de lokale hogere klasse haar kinderen vaak naar Amerikaanse
en Britse scholen zodat je zelfs op de internationale school een
dominantie hebt van de lokale bevolking. Maar hier, omwille van
die mengelmoes, is er geen enkele groep dominant en vindt je er
echt een grote variëteit aan nationaliteiten Het merendeel
van de niet-Emirati zijn Indiërs en zij hebben hun eigen
scholen en volgen een Indisch curriculum. Voor onze kinderen kozen
wij het Britse systeem, zodat elke overgang die er ooit zou kunnen
komen, nog mogelijk is. Maar dat is dus een erg persoonlijke keuze.”
Van Landeghem ziet geen graten in het opgroeien van zijn kinderen
in Dubai. “Onze kinderen beseffen wel dat ze zich in een
aparte situatie bevinden en weten dat ze hier wonen omwille van
de job van hun papa. Hoewel twee van de drie hier geboren en alledrie
getogen zijn, benadrukken we doelbewust dat ze eigenlijk in twee
werelden leven. Ze kennen België, hun band ermee is belangrijk,
want daar liggen hun roots. We gaan ook graag naar België.
Katrin en de kinderen blijven jaarlijks zo’n tweeënhalve
maand in België.”
Van Landeghem is geen droge zakenman en heeft geregeld contacten
met de vele Belgen in Dubai, maar niet enkel met hen. “Vriendschappen
zijn wel onderhevig aan het komen en gaan van landgenoten. Ikzelf
ben hier nu al erg lang, maar sommigen zijn hier slechts voor
de afwikkeling van een kort project. Aan sommige activiteiten
van de Belgische club nemen we deel, aan andere niet. Na al die
jaren heb ik uiteraard ook goede contacten met andere nationaliteiten.”
NIEMAND
WEET WAT DE TOEKOMST BRENGT
Van de totale bevolking is 80 procent allochtoon en toch zijn
de locals niet bang van de vreemdelingen. Het land is dan ook
zo georganiseerd dat ze het vrij goed controleren. Wie geen staatsburger
is, is er tijdelijk. Wat tijdelijk is weet niemand. Een langdurige
verblijfsvergunning is verbonden aan de job. “ Pas sinds
enkele jaren komt daar mondjesmaat verandering in, want de locals
beseffen ook dat hun hoogconjunctuur niet eeuwig zal duren en
dat de olie binnen afzienbare tijd uitgeput is. 20 jaar of 50
jaar, het is een groot vraagteken, maar de Emirati zijn voorbereid
en halen business naar de staat die anders naar het Verre Oosten
zou gaan. Daarenboven exporteren ze hun kennis. De havenautoriteiten
sluiten contracten met havens overal ter wereld, om deze te runnen,
te exploiteren.” Mondialisering en globalisering werken
in twee richtingen, daar is Dubai het bewijs van.
Het aantal internationaal mobiele werknemers en dan vooral Indiërs
en Pakistani is enorm in Dubai. Zij maken niet alleen de grootste
bevolkingsgroep uit, maar zijn ook de realisators van het titanenwerk
dat in Dubai geleverd is. “Ook ons kantoor telt een grote
meerderheid Indiërs. De cv’s die wij ontvangen, zijn
voor 80% Indisch. De in Dubai aanwezige Indiërs zijn echt
van alle geledingen van de maatschappij, arbeiders zowel als kaderleden,
maar ook topmanagement. Sommigen zijn geschoold, anderen niet
en werken langs de kant van de weg.”
“Als je in Dubai bent, weet je niet wat je ziet, maar eens
een half uur verder, dan is het volledig anders en lijkt het zo
artificieel. Misschien ook daarom dat een buurland als Oman, waar
je zo kan heen rijden, een favoriete vakantiebestemming is van
vele expats in Dubai. Oman is vele malen groter dan de Verenigde
Arabische Emiraten en kent een minder snelle evolutie. Het is
misschien nog een echter land, maar toch rijd je er ook nu op
asfaltwegen terwijl ik nog aarden pistes gekend heb.”
Of Dubai zijn eindbestemming is? Of hij nog terug wil naar België?
Het zijn vragen die hem soms wel bezig houden, maar hij weigert
er filosofisch over te doen,… “Als we terug moeten,
dan gaan we terug en dan moeten we gelukkig zijn en plezier maken
in België. Op zo’n moment terugdenken aan Dubai in
termen van ‘Toen in Dubai was het toch fijn’ heeft
geen zin. Wat moet zijn, zal zijn. Er is uiteindelijk niets verkeerd
met België. Maar er is méér dan België,
dat heb ik wel geleerd. België is máár België.
Anderzijds is België óók België. De aangename
kanten van België beleven we hier ook, de minder leuke hebben
we achtergelaten. Maar anderzijds is het ook niet allemaal rozengeur
en maneschijn in Dubai”, glimlacht de nummer één
van Arcelor in het Midden Oosten.
Koen Van der
Schaeghe
Publicatiedatum: 22/05/06
|