contact | forum | lidmaatschap | registreer als Vlaming in het buitenland | Wegbeschrijving
LEDENTOEGANG
 
| VIW.THUIS | VERTREKKEN | DIENSTVERLENING | INFOAVOND | NATIONAAL | INTERNATIONAAL | WERKEN | STUDEREN | PRIKBORD  



VERDRIET ALS ACHTERZIJDE VAN GELUK

Davy omarmt Gambiaans ondernemerschap

Gambia gaf Davy Wymeersch niet alleen geluk, maar ook tragedie. Malaria ontnam hem zijn eerste echtgenote en moeder van zijn zoon. Hij was een gebroken man, maar klom langzaam uit het diepe dal. Een droomwereld is Gambia niet meer, daarvoor was de lijdensweg te groot, maar Davy vond er wel opnieuw rust en liefde. Geen bitterheid. Vandaag overweegt bij de ondernemer en kersvers VIW-vertegenwoordiger het positieve gevoel. Davy praat openhartig over zijn groeiproces tot halve Gambiaan. Hij is thuis langsheen The Smiling Coast.

Switch

September 2000. Het was een cultuurschok voor Davy en zijn Vlaamse echtgenote. “Sommigen lachen ermee, maar de eerste drie dagen in The Gambia, zoals het land officieel heet, spraken mijn echtgenote en ikzelf nauwelijks. Afrika was nieuw voor ons. We waren zodanig onder de indruk dat we voornamelijk rondkeken, ervoeren, roken en proefden. Dat gevoel beneemt je vanaf de eerste stap op het tarmac. Na het stilzwijgen stelden we onszelf vrij vlug de vraag of we er zouden kunnen wonen? We twijfelden niet. Ik had een taxibedrijf in Sint-Niklaas en leidde er een erg stressvol bestaan. Ik werd geleefd en zou dat rond-de-klok-leven met plezier vaarwel zeggen. Als tegengif heeft Gambia zijn bijnaam zeker niet gestolen: The Smiling Coast heeft veel troeven om te ontstressen. Geen wonder dat het toerisme al 15 jaar lang gestaag groeit.”

“Uiteraard moesten we er dan ook inkomsten zien te verwerven. Eind 2000 begon ik die zoektocht en sindsdien vloog ik maandelijks naar Banjul. In 2001 goed voor zo’n 13 retourvluchten. Ik vond al gauw een gat in de markt en in april van dat jaar startte ik de zaak op. Primus Scaffolding Co Ltd was een feit.” Davy’s toenmalige schoonvader had een groot steigerbouwbedrijf in België en met het oog om zelf iets op te starten in de sector liep Davy al een paar keer met hem mee. “Tijdens mijn latere tochten doorheen Gambia zag ik op een bepaald moment een vrij groot gebouw in aanbouw. Ze bouwden er een stelling met houten palen. Dát was het gat in de markt dat ik zocht. Ik begon uiteindelijk met een kleine lading steigers die ik uit Europa liet overkomen. Het was er nooit gezien, de Gambianen keken met argusogen toe toen wij de ijzeren staven in elkaar klikten. Zij vreesden het instorten van de hele constructie. Totdat het volledig recht stond en overtuigd waren van het veiliger en steviger alternatief.”

Opnieuw beginnen

Davy liet zich steeds zo goed mogelijk informeren. Reeds tijdens zijn eerste solobezoek contacteerde hij Luc Verschelden, zijn voorganger als VIW-vertegenwoordiger. Met zijn jarenlange ervaring hielp hij bij het opstarten van zijn bedrijf. “Ik zou het eenieder aanbevelen. De waarde van contacten met een westerling kan je moeilijk overschatten. Vele Europeanen komen enkel in contact met de lokale bevolking, meestal mensen zonder veel bedrijfservaring. De zogeheten bumsters of hustlers zijn Gambianen die langs het water lopen en toeristen aansporen om een zaak te beginnen in hun land. Dikwijls gaat het over het importeren van wagens of de aankoop van taxi’s. Dat ik van het laatste genoeg had hoeft niet gezegd te worden”, lacht Davy. “Wie hierop ingaat, komt helaas vaak in een situatie terecht die voortvloeit uit een relatie met een lokale schone. Westerlingen vertrekken met zakkenvol geld maar vooraleer ze het goed en wel beseffen is dat geld weg en zitten ze ‘bestolen’ op een terugvlucht naar Europa.”

De ondernemer onderstreept de addertjes onder het gras, wetende dat velen na hem zich onvoorbereid in duistere zaakjes zullen engageren. “Ik ging doordacht te werk, maar maakte niettemin ook fouten. Ik vertrok trouwens ook met veel geld en recupereerde nog steeds niet wat ik investeerde. Het loopt vandaag evenwel zeer goed, maar we zijn er nog niet. Gemakkelijk is het niet. Wie na een mislukt zakenavontuur in eigen land, met de overtuiging vertrekt dat het elders makkelijker zal gaan, komt gegarandeerd bedrogen uit. De omgekeerde richting zie ik veel beter zitten. Iemand die in Afrika slaagt, houdt volgens mij ook in België het hoofd boven water.” Bureaucratie en corruptie zijn niet weg te denken uit Gambia, maar manifesteren zich voornamelijk in de lagere echelons. “Ik zie een positieve evolutie. Er zijn echt mensen die vooruit willen met hun land. Ben je goed omringd en heb je een degelijk businessplan, dan kan je binnen het half jaar je eigen kleine onderneming boven de doopvont houden.”

Van noodlot tot ommekeer

Toen met de dood van zijn geliefde in 2003 het noodlot toesloeg, ging Davy door een zware periode van groot verdriet. “Malaria is nog steeds een erg onderschatte ziekte. Mijn echtgenote werd degelijk behandeld, maar zelfs met medicijnen bedraagt het sterftecijfer nog om en bij de 2%. Het is opletten met malaria. Lokalen lopen soms na drie tot vier dagen weer fit rond, maar een westerling kan makkelijk twee weken van de kaart zijn. Er zijn zoals bekend geneesmiddelen, al mag je die niet te lang slikken, want ze zijn ook niet erg gezond. Ik slik al vier jaar niets meer. Het is vooral belangrijk om je bij de minste symptomen te laten onderzoeken. Preventieve maatregelen als ’s avonds niet meer in short buiten komen en ramen van muggengaas voorzien zijn echt noodzakelijk”, weet Davy.

“Onze zoon zou sowieso terug naar België keren om te studeren, maar het overlijden van zijn moeder bespoedigde dit. Hij deed het erg goed op de American Embassy School, maar qua onderwijs is het in Gambia echt wel magertjes. Hogere studies bestaan wel, maar ik zou ze niemand aanraden. Senegal en Ghana zijn op dit vlak beter voorzien. Tarik is intussen zeventien, studeert in Brugge, komt drie maal per jaar met vakantie en verzoende zich met de situatie. Misschien brengt zijn huidige horeca-opleiding hem in de toekomst wel tot hier. Een zaak opstarten met mijn zoon? Waarom niet. Al ben ik ervan overtuigd dat hij het ook zonder mij kan. Hij heeft het in zich.”

Het overlijden van zijn echtgenote sloeg Davy murw. Een mokerslag was het . “Ik bleef stuurloos achter. Lang twijfelde ik of ik wel zou blijven. Beetje bij beetje daagde het dat ik verder moest, iets moest doen. Ik zocht en vond uiteindelijk de moed. Mijn persoonlijke levenszin haalde het. Ik kreeg een nieuwe verantwoordelijkheid en nam ze op. De aanstelling tot directeur van het textielbedrijf hielp mij erbovenop.” Davy stond niet langer met zijn rug naar de toekomst, maar keek er weer naar. Eerst was het een wankel evenwicht maar naarmate nieuwe doelen elkaar opvolgden, vond hij het plezier terug. Het was zijn ontsnapping uit de hel.



Nieuwe liefde
Vandaag is Davy een halve Gambiaan en binnenkort wellicht zelfs een hele. “Nu dubbele nationaliteit mogelijk is, wil ik dit best overwegen. Ik verbind er een hoop voordelen aan, maar moet de details nog eens bestuderen”, bekent hij. “In principe moet je zeven of veertien jaar in Gambia wonen om hierop recht te hebben, maar omdat ik hertrouwde met een Gambiaanse heb ik sowieso recht op de Gambiaanse nationaliteit. Het enige obstakel was tot voor kort de Belgische wetgeving.”

“Ik ben vrij traditioneel gehuwd met mijn secretaresse Oumie Barrow. Dat gebeurt overal ter wereld zeker? Ik zie het als de doorstart van mijn leven. We hebben samen net een dochtertje. Ik zeg niet dat ik eeuwig in Gambia blijf. Daarvoor is het mij misschien net iets te klein. De komende jaren ben ik hier zeker nog zoet. We zien wel wat er gebeurt. Gambia is alleszins een heerlijk land om in te wonen. Dagelijks tuur ik bij het ontwaken naar de blauwe hemel en overvalt me een dankbaarheid voor het leven. En hoewel ik dat vast en zeker ook in België wel eens deed, kan ik het mij niet herinneren. Ik heb een verschrikkelijk ochtendhumeur. Gelukkig helpt het lekkere weer om dat snel te vergeten. Het Afrikaanse leven is puurder. Het bestaan dat ik leid, kan ik mij in België niet eens voorstellen. Ik heb hier uiteraard niet alle luxeproducten, maar krijg zoveel in de plaats. Ik woon op amper vijf minuten van het strand en geniet 320 dagen per jaar van de zon. Intussen werk ik weer vrij hard, door de combinatie van verschillende functies, maar het is minder stresserend dan in Europa. Materiële luxe heb ik niet, maar een nanny is hier heel goedkoop. Ik heb zelfs een chauffeur. Onbetaalbaar in België.”

Relativeren is belangrijk issue

Davy’s bedrijf bestaat zes jaar en groeide de voorbije jaren gestaag. “Met enkele extra aandeelhouders vergrootten we onze financiële slagkracht en het aantal beschikbare steigers. We bouwden ons gamma ook uit tot elektriciteit- en schilderwerken. Intussen verwierf Primus, dat sinds kort door het leven gaat als Scaflock Ltd., ook de West-Afrikaanse distributie voor Saflok. Dit is één van de grote internationale spelers op de wereldwijde markt van elektronische sloten, toegangscontrole en in-room safes.”

“Mijn functie bij het Nederlandse textielbedrijf kwam er zoals gezegd op het ‘ideale’ moment. Eerst was ik adviseur, later verkoopsverantwoordelijke en tot op vandaag managing director van Keda Textiles West Africa Ltd. Het is een bedrijf actief in tweedehandskleding. In tegenstelling tot ons eigen steigerbouwbedrijf dat ‘slechts’ zes werknemers telt, hebben we het hier over een veertigtal arbeiders. Werken met lokalen vraagt een Afrikaanse instelling. Je mag niet te vaak op je klok of je kalender kijken. Daar wordt je alleen maar gek van. Met vertraging moet je gewoon rekening houden in je planning. Er zijn heel wat problemen in Afrika, maar hierdoor leerde ik relativeren.”

Met zijn diverse activiteiten bevindt Davy zich in en rond de hoofdstad Banjul. De kuststrook is dan ook het kloppende hart van het kleine land, dat eigenlijk een Engelstalige enclave is in grote broer Senegal. “Zestig procent van de bevolking woont langs de kust. Het is hier waar alles gebeurt. In het binnenland overheerst de Afrikaanse traditie. Enorm interessant voor reizigers, maar niet als investeerder.”

In kleine stapjes


Het verschil tussen een voormalige Britse kolonie als Gambia en Franse kolonie als Senegal is trouwens groot volgens Davy “Franstalige kolonies zijn doorgaans veel beter georganiseerd dan Engelse. Het blijkt te wijten aan de manier waarop ze hun koloniale gebieden verlieten. Senegal is veel beschaafder dan Gambia. Rijd je de grens over, dan zie je plots verkeersborden en wegmarkeringen, terwijl je van een zandweg komt. Gambia houdt ook niet van de inmenging van Senegal, maar economisch is het er wel van afhankelijk. Import en export gebeuren in grote mate via Senegal. Dat maakt het land erg fragiel. Gelukkig bleven grensconflicten de voorbije jaren uit. Deze waren er bijvoorbeeld wel nog in 2005.”



“Ik hoop natuurlijk van wel, maar vrees dat we op korte termijn geen grootse modernisering moeten verhopen in Gambia. Het land groeit in kleine stapjes. Banjul is ook nog niet de wereldhaven die Dakar vandaag is.”In het begin dacht ik even de wereld te veranderen. Die illusie ben ik kwijt. Door scha en schande werd ik wijzer. Troost vind ik in de aanwezigheid van de zon, het werk, het leven. Het is voor mij echt een The Smiling Coast.”






Koen Van der Schaeghe

Publicatiedatum: 26/02/08
                                                             

Vertel je vriend/vriendin over dit artikel
Zijn/haar naam:      Zijn/haar email:
Jouw naam:                  Jouw email:
                   

© Vlamingen in de Wereld


/