
I WANT TO RIDE MY BICYCLE
OP FIETSAVONTUUR DOOR DE AUSTRALISCHE BUSH
De Vlaamse Dagmar Dillen en haar Duitse vriend Christof Herrmann vertrokken in februari op wereldreis. In het tijdschrift #54 van Vlamingen in de Wereld (april-mei-juni '06) konden de VIW-leden reeds een eerste relaas van hun trip lezen. Hieronder vindt u een twee verslag, dit maal uit Australië. "In Perth leerden we dat Australiërs het nooit over The outback hebben. Dat is in hun ogen een toeristenwoord. Ze verkiezen het woord Bush. Volgens onze reisgids betekent het woord Bush dan ook: alles wat buiten de stad ligt. En Outback zou willen zeggen: Onvruchtbaar land, weg van de beschaving.

16.07.2006 Kalberri – Riverside Sanctuary
81 km tegen 13,1 km per uur (6:08 u op de fiets)
Gepakt en gezakt verlieten we het stadje Kalberri (laten we eerlijk zijn, het had de dimensies van een boerendorp in de Vlaamse Kempen) en reden naar het volgende miniscule puntje op de kaart, de Riverside Sanctuary. De wind kwam gelukkig máár van opzij en het was máár heuvelachtig en dus kwamen we na 81 km met een gemiddelde van 13 km per uur moe, maar tevreden op de boerderij aan. We wilden graag ons tentje opslaan, maar de rode bodem was keihard en lag vol scherpe steentjes en dus bood het boerderijhulpje aan om onze matrassen en slaapzakken uit te breiden in de shearer's shed, de vroegere schapenscheerdersstal. Een enorme schuur met nog de oude structuren zodat je kon zien hoe de schapen in rijen werden opgesteld om één voor één geschoren te worden. De oude scheerapparaten hingen nog op en een paar dikke spinnen kregen we er gratis bij! Een muis zag ik trouwens ook schichtig voorbijlopen.
Wij waren maar al te blij dat we binnen mochten slapen – en dat tegen de speciale fietsersprijs van 3 Euro per persoon – mits het hier overdag steeds rond 25 graden is, maar het 's nachts telkens afkoelt tot rond nul graden. In de tent en ingeduffeld in je slaapzak is dat geen probleem, maar als je 's ochtends om een uur of zeven samen met de zon opstaat is het buiten bitterkoud en gaat het inpakken en koffiezetten een stuk trager. Wij mochten dus in de schuur liggen en zelfs de openhaard aanmaken. We werden 's nachts een keer wakker om hout na te schuiven en moesten 's morgens het vuur letterlijk nieuw leven inblazen. Een warme douche hadden we 's avonds overigens ook genomen en een lekkere hete linzensoep gekookt. En wie kwam er 's avonds laat op deze afgelegen boerderij nog langs?
De kerstman was het niet, hoewel de Australiërs hier nu tijdens hun winter het zogenaamde Christmas in July vieren. Wij glimlachen nog steeds als de mensen zeggen, dat het hier winter is. Bij deze staalblauwe hemel met een brandende zon moet je je meermaals per dag insmeren met zonnencreme factor 30+. In plaats van Santa Claus kregen we op deze verlaten plek bezoek van de touristengroep met reisleider Todd, die we ook al in Kalberri hadden gezien. De toeristen waren doodmoe. Ze waren op drie dagen tijd meer dan 1500 km gereden en hadden nog een serieus progamma voor zich. Dan toch liever met de fiets onderweg, dacht ik. Todd had trouwens in Kalberri een grote pot spaghetti bolognese voor zijn groep gemaakt en toen hij wilde afwassen vond hij geen detergent in de keuken en ik kon hem onze mini-dreft aanbieden. In ruil daarvoor kregen wij de rest van de saus! Een fietser heeft altijd véél honger, wij zegden dus zeker niet neen. Dit keer waren er jammer genoeg geen restjes na Todd's kooksessie – hoewel hij onze olijfolie en kruiden mocht gebruiken. Dat is toch wel erg, die hebben dan een hele bus ter beschikking en vergeten zulke kleinnoden en wij op ons fietske hebben begot alles bij ...enkel de witte wijn die Todd nog aan zijn gerecht wilde toevoegen konden we ook niet tevoorschijn toveren.
17.07.2006 Riverside Sanctuary – Eurardy Reserve
39 km tegen 12,2 per uur (3:10 u op de fiets)
Wij hadden heerlijk geslapen in de schuur, zoals steeds van een uur of negen tot een uur of zeven, en waren klaar voor de volgende etappe, neen, natuurlijk niet naar de volgende stad, maar naar de volgende boerderij, Eurardy Station. Het zou maar een halve dag werk worden, mits máár 40 kilometer. Toch was ik na twintig dankzij de tegenwind al steendood en moest me sterken met een boterhammetje met pindakaas. Wij zaten dus in de berm tussen de mieren te smikkelen toen boer Eric een praatje met ons kwam slaan. Zijn zoon en schoondochter hebben zijn boerderij geërfd en telen er graan en verzorgen vleeskoeien. Hij houdt het allemaal nog een beetje in het oog. Verder teelt de familie schapen van het type fat lamb, zoals de naam het zegt voor het vlees. Geen mooie merinoschapen dus. Daarvan hadden we de afgelopen dagen heelder kuddes gezien. Merino's hebben enorm veel fijne wol en een hele dikke nek, waaraan de allerbeste wol groeit, ze zijn echter niet zo smakelijk. Het waren echter letterlijk „arme schapen“, er heerst hier op dit moment zó een droogte dat heel Western Australia tot nationaal rampgebied werd verklaard en de boeren moeten zien te overleven middels speciale fondsen. De schapen die wij zagen stonden op puur zand i.p.v. op een sappige weide. Volgens boer Eric worden die schapen nu voor tussen de vijf en tien AUD (3 – 6 Euro) verkocht, en dat zijn de goede ooien, waarmee je kan kweken. Eric dacht dat de Eurardy Station waar we wilden overnachten misschien gesloten zou zijn en dus haalde hij met zijn auto voor ons uit de nabijgelegen farm vier liter water, zodat we in geval van nood „ons in de bush konden leggen“. Wij bedankten hem en deden een schietgebedje...wat verhoord werd.
Eurardy Station was immers open en heette ook niet meer Station maar Reserve, de 30.000 hectares zijn nu een natuurreservaat (te vinden onder www1.bushheritage.org. Wij zagen er onder andere een klein reptiel namens Bobtail of officieel een shingle-back lizard. Het veertig centimer lange beest was midden op de weg aan het zonnen en scheen zich helemaal niet aan ons te storen. Jammer genoeg waren we nog een beetje te vroeg voor het wildflowers-seizoen. De boerderij lag – net zoals de vorige – ongeveer vier kilometer van de snelweg af, en dat waren vier kilometer door gravel en zand. Meer schuiven en luidkeels vloeken dan fietsen. Maar – no worries, mate – na toch al meer dan tienduizend kilometer met deze banden en binnenbanden hadden we tot nu toe slechts twee lekke binnenbandjes te betreuren en ook op gravel schijnen ze stand te houden.
De jonge familie op de boerderij verwelkomde ons met open armen en toonde ons de camper's kitchen, waar ik dadelijk zag dat er nog wat in de voorraadkast stond. Ik vroeg dus of we dat mochten gebruiken en ja, die paar blikken waren er voor de gasten, want achtergelaten door andere gasten. Vreugde alom (of beter bij Chris) toen we vaststelden dat er in de koelkast nog vier flesjes bier stonden. Dat midden in de wildernis! En gratis. Ik besloot Žs avonds een pizza te bakken, als ik een pak bloem vond en een doosje tonijn. Een blik tomaten was ook voorhanden en een pakje gist en restje kaas had ik zelf nog in mijn keukenzak. Dat was smullen. We lieten bovendien nog een blik bruine bonen, een doosje gepelde tomaten en een halve kilo dadels in onze fietstassen verdwijnen – dat eten zouden we tijdens de volgende etappes meer dan nodig hebben! We moesten immers in totaal vanuit Kalberri vijf ritten rijden, zonder inkoopmogelijkheden.
18.07.2006 Eurardy Reserve – Billabong Roadhouse
94 km tegen 15,8 per uur (5:58 op de fiets)
De volgende dag werden we zoals steeds wakker van het gefluit (eerder gekrakeel en kattengejank) van kaketoes, kraaien en papegaaien. We waren wat nerveus mits een lange rit voor ons lag. Het volgende roadhouse met mogelijkheid tot overnachten en, vooral, met een waterkraan, lag 95 kilometer verder. Het was al wat geleden dat we nog zo een lange rit hadden getrapt. Ook de wind kwam weer niet van vanachter. We deelden de etappe in kleinere stukjes en reden niet zo gans op ons gemak als gewoonlijk. Rondom ons was weeral niets dan groen. Bomen groeien er niet, wel lage struiken met dikke doornen. Een paar bossen paarse bloemen waren een streling voor het oog. Op de straat – die meer weg had van een oneindig lange landingsbaan, 90 km lang immer geradeaus, géén enkele bocht – wuifden we naar de truckers die hun tot 53,5 meter lange roadtrains veilig langs ons door stuurden en naar de caravanners die met hun gevaartes soms in collonnes van 5 voorbijflitsen. Je ziet hier bijna geen gewone auto's, iedereen is wel iets aan het trekken; zij het een boot, een paardenaanhanger of een paar fietsen. Top of the bill is de combinatie van een tot-caravan-omgeboude-reisbus met een boot erbovenop, die op de koop toe nog een auto (natuurlijk geen gewone, maar een 4WD, four wheel drive) trekt en nog twee fietsen voor de bumper heeft plakken. Die zware combinatie telden we die dag twee keer. Wij probeerden ons voor te stellen wat die mensen zo allemaal meesleuren in hun huisje en hoe vaak die dan ook op hun fiets zitten, met hun boot varen of effectief autorijden. Vermoedelijk zijn het renteniers die hun huis hebben verkocht en hun oude dag on the road doorbrengen? Zij noemen zichzelf hier de grey nomads.
In het roadhouse Billabong kregen we te horen dat de eenvoudige kamertjes meer dan veertig Euro kostten, dan zetten we toch liever onze tent op. Naast ons waren twee Duitstaligen ook met een tentje aan het kamperen. Het waren Markus uit Rosenheim in Duitsland en Kristina uit Wenen. Ook aan het wereldreizen! Ze trokken met de motorfiets door Europa en waren nu met een auto onderweg in Australië. Natuurlijk was er veel te bespreken en samen bewonderden we de miljoenen sterren, inclusief de goed zichtbare melkweg. Wij vroegen ons luidop af, wat we de volgende nacht zouden meemaken, na een avond in een schapenstal, één in een natuurreservaat met gratis bier en één in de tent naast andere wereldreizigers? Op het menu stond rijst met groenten. De groenten waren de gestolen blikken bonen en tomaten van de farm en gedroogde erwten en mais. Laatstgenoemde worden in het kokend water weer tot leven gewekt en smaken dan zelfs redelijk vers. Een geweldige uitvinding, want dit zakje gedroogde voeding weegt bijna niks. Wij werkten 500 gram rijst naar binnen alsof het niks was.
19.07.2006 Billabong Roadhouse – Overlander Roadhouse
49 km tegen 17,2 per uur (2:50 u op de fiets)
Een makkelijk ritje van maar 49 kilometer bracht ons naar het volgende roadhouse met de weinig poëtische naam Overlander. Een twintigtal kilometer voor het einde van de etappe telden we bijna alle honderd meter een dode kangeroe. Bah! De kadavers stonken vreselijk en bevonden zich in alle mogelijke staten van ontbinding, van net gestorven tot spierwit skelet. Wij keken dus braaf rechtuit en hielden onze neus toe en besloten toch maar nooit kangeroevlees te proberen! In dit roadhouse slapen we in een klein hutje en maken we spaghetti met tomatensaus op ons eigen fornuisje. Lekker, maar 500 gram zijn onvoldoende om de vermoeide fietsers te bevredigen. Jammer genoeg moeten we wederom vaststellen dat je in de roadhouses enkel junkfood kan bestellen (á la frieten en burgers) en verder slechts koekjes, snoep, ijs en chips kan kopen. Wij kozen dus voor de zak chips, maar snakten toch naar vers eten. Dat zou nog een paar dagen moeten wachten. Twee Australische dames, van het type „caravanner“, maakten een foto van ons en vroegen zich luidop af waarom we in the middle of nowhere fietsten. En of dat niet doodsaai was. Wij wisten echt niet waarover die het hadden! Ter afwisseling keken we op de TV naar de zestiende etappe van de Tour de France (hier genoemd : Tour de Aussies, omdat Robbie McEwen en Cadell Evans het zo goed doen) en zagen de renners zwoegen in de Alpen op de Col du Galibier. Wij dachten nu iets beter te verstaan wat die jongens allemaal doormaken.
We kropen natuurlijk vroeg onder de wol en bespraken in het donker wat we de volgende dagen zo zouden eten. We hadden namelijk onze route veranderd. In de plaats van naar Denham te rijden, wilden we meteen door naar het stadje Carnarvon. Dat lag echter nog zo'n 200 kilometer verder en we hadden eigenlijk gerekend met een supermarkt deze avond. Voor vandaag hadden we nog een paar restjes in onze fietstassen en een brood kochten we voor schandalige 3 Euro in het roadhouse. Het Australische brood is jammer genoeg te vergelijken met het Amerikaanse en eerder sponsachtig. Wij hadden ondertussen uitgevonden, dat het in een beetje olijfolie gebakken in ons pannetje veel beter smaakt. Sowieso steken we elke dag, voor zover we geen keuken ter beschikking hebben, ons fornuisje aan om een kopje verse échte koffie te koken. De instantkoffie – ook al is hij van ons huismerk Douwe Egtberts („altijd weer een gezellig moment, met de lekkerste koffie die je kent, je bent thuis, thuis waar je Douwe Egtberts drinkt“) is een ware aanval op onze verwende smaakpapillen. Het kleine koffiefiltertje wat we al duizende kilometers meesleuren is zeker één van de luxeartikels op onze paklijst, maar we zouden het niet willen kwijtraken. Ook aan onze pepermolen en de kaasrasp (voor parmesaan) zijn we zeer gehecht.
20.07.2006 Overlander Roadhouse – Wooramel Roadhouse
77 km tegen 16,1 per uur (4:46 u op de fiets)
's Middags aten we lunch samen met Markus en Kristina die ons na hun tour door Shark Bay weer hadden ingehaald. Zij deelden hun worst en kaas met ons en wij maakten voor hen dubbele sandwiches op ons vuurtje. Weer is er heel wat te vertellen. 75 kilometer verder vonden we dan het roadhouse Wooramel, maar geen drinkbaar water. Dat moesten we kopen en zeer duur betalen. Ik kraamde de laatste gedroogde rode linzen en de bulgur uit de fietszak en maakte nog een keer onze „turkse soep“, een verse ajuin zat er jammer genoeg niet meer in. En pak chips rondde weerom dit maal af en we snakten nog meer naar groeten en fruit. Woomarel had wel een bakkerij waar we de tussendoortjes voor de volgende dag konden inkopen. Dure tussendoortjes voor de langste rit uit ons beider fietsgeschiedenis: 126 kilometer lagen tussen ons en de „stad“. Of we dat in één dag gingen halen? Of we tegenwind zouden hebben? Of het heuvelachtig zou zijn? Zou het misschien regenen? Vele bange gedachten raasden die avond door ons hoofd.
21.07.2006 Wooramel Roadhouse – Carnarvon
126 km tegen 23,7 per uur (5:18 u op de fiets)
Maar we voelden ons sterk, na de training van de afgelopen vijf dagen of beter vijf maanden. Et kütt, wie et kütt en het kwam héél gunstig voor ons: geen berg of heuvel maar landschap zo plat als een Vlaamse pannenkoek. Ook geen regen, en wonder boven wonder wind in de rug! Es hät noch immer jot gejange! Wij fietsten niet, wij „cruisden“... met snelste 23,7 kilometer per uur en zonder al te veel te stoppen naar Carnarvon. Onderweg zagen we een vos die de straat oversteekt, twee witte papagaaien, een edele arend en heel wat halfwilde geiten; om de platgereden kangeroes niet te vergeten.
In Carnarvon bleken dan bijna alle campings die een on site caravan aanbieden volzet, in de laatste die we bezochten vonden we dan toch nog een dak boven ons hoofd. We wilden niet in de tent, omdat we hier een paar dagen wilden blijven en we ons dan zekerder voelen als onze uitrusting en de fietsen binnenstaan wanneer onze inkopen doen, naar het internetcafe gaan en de touristische attracties bezoeken. Wij sleuren namelijk een kleine laptop mee, een goede digitale camera en dat heeft zijn prijs. Alleen al de mini-ultra-lichte tent kost belachelijke 600 Euro. Er hoeft dus maar één idioot één fietszak mee te nemen en wij zouden echt schoon staan te kijken...
In de drive-through-liquor-store lachten de verkopers als ze ons op de fiets zagen en adviseerden ons tot de koop van een lekkere fles witte Australische wijn. Verder haalden we groeten en fruit voor een heel bataljon: appelsienen, grapefruits, citroenen, advocado's, sla, tomaten, enz. Allemaal direct van bij de boer en spotgoedkoop. Het smaakte heerlijk vers en was net wat wij nodig hadden na zes dagen op de fiets met voornamelijk droge voeding (kassa zeven). 's Avonds op de camping leerden we dan nog een sympathieke medestrijder kennen. De 67-jarige Gill die alleen rond Australië fietst nodigden we spontaan uit voor een ontbijt bij ons in de caravan, en we luisterden met aandacht naar zijn spannende verhalen.
Wij zijn dus niet de enige gekken die met de fiets onderweg zijn. Andere moraal van het verhaal: fietsen door de Austarlische bush is allesbehalve saai!
Een lieve groet van Dagmar en Chris
PS: naäpen op eigen risico, wij zijn niet verantwoordelijk voor eventuele gevolgen van het onervaren bushfietsen!
Publicatiedatum: 03/08/06
|