
EXPEDITIE
IN CENTRAAL-EUROPA
[Expeditie
(< Fr.) –1. verzending van goederen; -2. onderzoekingstocht]
TWEE GETUIGENISSEN UIT BOEDAPEST
Resultaat in de ondernemingswereld zonder risico’s en hard
werken? De wonderen zijn de wereld niet uit maar wees gerust dat
het in de huidige socio-economische context helaas eerder uitzondering
dan regel is. Het is een constante in de gesprekken met Luc Crombez
en Ben De Decker. Slechts twee van de Vlamingen die Boedapest een
aantrekkelijke stad vonden van waaruit ze zaken konden doen. Allebei
zijn ze actief in de expeditie- en transportsector. Het oosten opkopen
doen ze niet integendeel, ze werken tussen en met de lokale bevolking.
Luc Crombez leidt er het verankerde bedrijf Intercargo Hungary en
Ben De Decker is een startende ondernemer met meer dan een decennium
ervaring in het land. Met Postillon Hungary stampte hij onlangs
in Szentendre zijn eigen bedrijfje uit de Hongaarse grond. De globalisering
biedt nieuwe kansen, beide heren hebben ze ook gegrepen.
Luc
Crombez |
Ben
De Decker |
|
HET
BEGIN
Luc Crombez heeft een mooi groeitraject afgelegd dat eind 1993
startte toen Intercargo Hungary werd opgericht. Zeven jaar lang
was de nu zelfstandige onderneming een satellietvestiging van
het moederbedrijf in Gent. “In 2000 hebben mijn echtgenote
en ikzelf een vriendelijke management buy-out gedaan, in die zin
dat er nog steeds een nauwe samenwerking met de vroegere eigenaar
is en dat ons huidige familiebedrijf de naam kon behouden.”
Als internationale transporteur is Luc zijn bedrijf gespecialiseerd
in de zogenaamde groupage. “Dit houdt in dat verschillende
goederen worden samengebracht, die vervolgens naar één
bepaalde locatie vervoerd worden. Vanuit Boedapest bedienen wij
de hele wereld qua import en export. We werken hiervoor nauw samen
met Ecu-Line uit Antwerpen, de nummer 1 in onze sector en we vertegenwoordigen
hen ook in Hongarije.”
Ben De Decker studeerde voor tandtechnicus om vader op te volgen
en de richting die zijn carrière uitging, was dan ook een
toevalstreffer. “Toen ik in het eerste jaar na mijn studies
de toenmalige verplichte legerdienst vervulde, kwam ik vreemd
genoeg op de logistiek terecht. Na afloop werd dan verwacht dat
ik mijn bijna pensioengerechtigde vader zou opvolgen. Ik vond
de investering echter te groot en zo ben ik via een kennis op
brucargo en in de expeditie terecht gekomen. Ik heb de transportwereld
nooit meer verlaten en ben samen met mijn echtgenote, wiens vader
van Hongaarse afkomst was, in 1999 uitgeweken naar Hongarije.
Omdat ons bedrijf in de Donaustad ook een kantoor had, bleef ik
voor dezelfde broodheer werken. “Wanneer op een dag de Nederlandse
directeur zich uit Hongarije terugtrok en de zaken slabakten,
werd De Decker gevraagd de boel te runnen. Maar toen de groep
vorig jaar werd overgenomen door een grotere multinational, was
er in Hongarije geen plaats meer. “End of story? Neen hoor,
een nieuw begin want ik heb me hier dan maar zelf geïnstalleerd
als hoofdaandeelhouder van Postillon Hungary, een vestiging van
de Postillon-groep die vooral wegtransporten en opslag verzorgt
door geheel Europa.”
ELK JAAR IN HET BUITENLAND TELT
VOOR DRIE
Pionier Luc Crombez ontmoet ik in Szabadkiköto, het ietwat
buiten de grootstad gelegen havengebied van Boedapest. Een kluwen
van metro- tram- en buslijnen brengt je overal in de stad, waarvoor
je wel de taalbarrières dient te trotseren. Niet zo eenvoudig
maar het lukte me wonderwel om het hoofdkwartier van Intercargo
te vinden. Ben De Decker laat me de stad zien, zowel de Budaheuvel
als het downtown Pest. Met hem erbij geen taalproblemen. Hij wordt
zelfs aanzien als een Hongaar waardoor hij op toeristenparkings
niet moet betalen.
Boedapest herinnert in nog maar weinig aan de vermaledijde communistische
tijd maar wie glamour verwacht bij de Vlaamse ondernemers is eraan
voor de moeite. Wie zegt dat er letterlijk en figuurlijk werk
is aan de Centraal-Europese winkel, liegt niet hoor. Luc Crombez:
“Waar we vandaag 25 mensen in dienst hebben, was het in
het begin helemaal niet makkelijk. Als joint-venture viel je altijd
tussen twee stoelen. In Hongarije waren geen hulpmogelijkheden
maar gelukkig konden wij in 1993 aankloppen bij de Vlaamse exportpromotiedienst
(het huidige Flanders Investment & Trade, kvds) dat na de
federalisering juist op eigen benen stond. Wij moeten één
van de eerste dossiers geweest zijn. Vlaanderen wou in die jaren
de link met Centraal-Europa versterken en als opstartende vestiging
klonken renteloze leningen en subsidies natuurlijk als muziek
in de oren.” Eén van de voorwaarden hiervoor was
dat er een Vlaming het kantoor diende te bemannen. “En dat
was nu net mijn droom en sindsdien heb ik mij hier gesetteld.
Er wordt wel eens beweerd dat elk jaar voor drie telt als je in
het buitenland een bedrijf opstart. Dit omwille van enorme ervaring
die je opdoet. Kennis, doorzetting, verbeelding en lef. Het waren
echt geen loze begrippen in de jaren ’90”, bekent
de sympathieke zakenman.
HEMELSBREED
VERSCHIL
Dat de tijden veranderen, hebben de twee protagonisten van dit
artikel op hun eigen manier ervaren. “Ik prijs me gelukkig
dat wij ons samen met onze partner Ecu-Line op de overzeese gebieden
hebben gericht, en niet alleen afhangen van intra-Europese transporten.
In die zin dat het sinds de uitbreiding van de Europese Unie moeilijk
overleven is binnen de interne markt, waar het transport volledig
vrij is en grote spelers onder de prijzen kunnen gaan. Het moeilijke
is eraf, bij wijze van spreken. Een transportbedrijf als het onze
haalde haar winst niet uit het vervoeren an sich maar uit de extra’s
en het vertollen. De marges zijn ingekrompen en als wij willen
opboksen tegen grotere multinationals, is een prijzenslag geen
optie maar moeten wij het hebben van onze klantgerichtheid, specialisering
op nichemarkten, kwaliteitszin en de knowhow van onze Hongaarse
medewerkers. Dat zijn onze troeven”, aldus Ben De Decker.
“Ook wij hebben inkomen verloren aan de hereniging van Europa”,
bekent De Decker. “Maar qua administratie en dergelijke
is het veel simpeler en eenduidiger geworden. Het dagelijkse leven
als Europeaan binnen Europa is bijvoorbeeld fel vereenvoudigd.
De bureaucratie is verdwenen, net zoals de beslommeringen met
werkvergunningen of de problemen om een mobiele telefoon aan te
schaffen. Diezelfde telefoon is helaas wel een stuk duurder geworden
dan vóór de eenmaking. Maar eten en drinken, toch
niet onbelangrijk voor een Belg, zijn nog altijd veel goedkoper”,
schatert de man die vandaag wellicht boven een tandartsstoel zou
gehangen hebben als hij zijn leven geen drastische ommezwaai gegeven
had.
Dat Hongarije centraal gelegen is in het nieuwe Europa zodat de
buurlanden van daaruit goed bereikbaar zijn, is voor het land
een niet te onderschatten troef. Ben De Decker: “Postillon
is vooral de huisvervoerder van Bosal, de producent van uitlaatsystemen
en trekhaken. Onze activiteit tussen West- en Centraal-Europa
beperkt zich geenszins tot Hongarije. In geen tijd bereik je van
hieruit Roemenië, Bulgarije en Rusland.” Luc Crombez:
“We moeten gaan waar de klant wil gaan en bij ons is dat
wereldwijd, hetzij naar zo’n 550 havens en van daaruit worden
de goederen tot eindbestemming geleverd.”
BALANCEREN TUSSEN TWEE TALEN
Beide heren delen hun liefde met een (halve) Hongaarse. Hun gezinnen
namen ook al uitbreiding. Luc Crombez heeft met zijn Hongaarse
echtgenote twee kinderen (zoon en dochter) en één
zoon uit een vorige relatie in Vlaanderen. Ben De Decker heeft
een dochter van acht. Ouders met een verschillende moedertaal,
het heeft vanzelfsprekend ook gevolgen voor het gezinsleven. “Toen
we arriveerden was onze dochter amper tweeënhalf, doch na
amper drie à vier maanden was zij goed weg met het Hongaars.
Als zij de telefoon opneemt bijvoorbeeld schakelt ze makkelijk
om van Nederlands naar Hongaars afhankelijk vanwaar er gebeld
wordt.” Het levert wel eens grappige situaties op, weet
vader Ben: “Als we op school zijn, wil ze niet dat we Nederlands
met haar praten. ‘Laat ons maar gewoon doen’, denkt
ze dan. We proberen haar wel een houvast te geven door thuis allebei
consequent Nederlands te spreken maar het valt niet te ontkennen
dat er af en toe een Hongaars woord tussen valt. Je bent er ook
zelf de hele dag mee bezig. Ikzelf had er trouwens een hele dosis
moed voor nodig om de taal machtig te worden.” Luc Crombez:
“Ik woon elf jaar in Hongarije maar heb wel het gevoel dat
ik in twee werelden leef, mijn thuis is in Vlaanderen én
in Hongarije. Ik reis ook nog geregeld naar België om mijn
oudste zoon en familie te bezoeken. Wij spreken ieder onze eigen
taal tegen de kinderen. Het principe van één persoon
– één taal vinden we echt belangrijk. Mijn
kinderen gaan naar een Hongaarse school, en vinden het tof dat
zij met het Nederlands een taal spreken welke niemand anders op
school kan verstaan.”
LOKALE CONNECTIE
Niet voor iedereen is het wonen in een vreemd land, waar je de
taal niet kent, een lachertje. Je pakt volle moed je koffers maar
de wereld waarin je belandt is soms totaal verschillend van deze
van waaruit je komt. Ook Ben De Decker realiseert zich dat. Als
hij terugkijkt erkent hij dat zijn echtgenote die hij in Vlaanderen
leerde kennen een belangrijke rol speelt in dit hele avontuur.
“De wereld waaruit ik kwam was geheel het tegengesteld aan
deze die ik in Hongarije beleef. Dat ze het druk, druk, druk hebben
zal je hier maar weinigen horen zeggen. Je moet leren leven met
die omstandigheden. Dat is veel ingrijpender dan iets banaals
als Cécémel, waar ik naar smachtte maar niet vond”,
lacht de Postillo-manager Die andere manier van doen in combinatie
met de taal in den beginne... moest mijn echtgenote de taal niet
machtig geweest zijn, had ik het misschien nooit zo lang volgehouden.
Nu wil ik hier niet meer weg maar de moeilijke dagen zijn dan
ook achterwege. Maar net dankzij mijn vrouw konden we ons snel
aanpassen aan de lokale gebruiken. Dat was van een niet te schatten
waarde. Veel mensen die tijdelijk in de stad zijn, hebben geen
lokale vrienden en weinig contacten. Zij storten zich volledig
op hun werk of zijn binnen de kortste tijd weer weg.” Luc
Crombez die wel helemaal alleen arriveerde, treedt hem bij. “Het
was wel even schrikken en aanpassen maar ik heb hier vlug iemand
leren kennen en van zodra je die lokale connectie hebt, behoef
je ook minder contact met Belgen of andere buitenlanders. Er is
een maandelijkse meeting van Belgen waar ik wel graag naartoe
ga maar ik wilde me toch vooral integreren in het land. Waarmee
ik niet wil zeggen dat een echte expatclub integratie in de weg
staat. Je moet proberen het evenwicht te vinden tussen jezelf
blijven en je aanpassen. Als je op die koord weet te lopen, dan
kan je je misschien wel overal thuis voelen”, besluit Luc
Crombez erg wijs.
Koen
Van der Schaeghe
Publicatiedatum: 01/12/05
|