
(POST)-DOCTORAAT
VOOR
CHRISTOPHE BRAET IN GALWAY
Christophe Braet staat mij op te wachten in de Porterhouse, een
authentieke pub in hartje Dublin, waar je waarschijnlijk de grootste
diversiteit aan Belgische bieren van de stad kan vinden. Niettemin
kies ik iets lokaals. Bij een Pint of Oyster Stout, een heerlijke
stout van het huis, spreek ik met Dr. Christophe Braet. Hij kan
met recht omschreven worden als één van ’s lands
meest beloftevolle academici. Christophe legde een weinig voor de
hand liggend parcours af. Hij verbaasde vriend en vijand door als
industrieel ingenieur, een niet-universitaire studie, op de hoogste
trede van de academische ladder te belanden en dan nog wel in de
biochemie. De jonge Brugse postdoctoraal onderzoeker vond zijn thuisbasis
in Galway, ver weg van het rumoer in Dublin. Een gesprek over knokken
tegen vooroordelen, het Ierse potentieel in de biochemie en de hersenvlucht
uit Vlaanderen.
VAN
INDUSTRIEEL INGENIEUR
TOT DOCTOR IN DE BIOCHEMIE
Galway is een stad van 75.000 inwoners in het westen van Ierland,
nabij de Atlantische Oceaan. Het weer is er natter, de natuur
ruiger en de mentaliteit neigt er meer naar het parochiale, maar
Christophe vond er de carrièremogelijkheden die hij zocht.
Hij was er ooit één keer op reis geweest toen hij
er een labo bezocht dat hem enorm beviel. “De universiteit
van Galway is een prachtig instituut en ze doen er erg goed onderzoek.
Zonder veel aarzelen, besloot ik met pak en zak de westkust van
Ierland op te zoeken om er aan mijn doctoraat te werken. Ik ben
er eerder toevallig verzeild geraakt en zit er nu nog.”
Als u dit leest heeft Christophe, amper dertig jaar jong, zelfs
al een postdoctoraat achter de rug. Maar het begon natuurlijk
allemaal nog eerder.
Na zijn studies tot industrieel ingenieur aan de Hogeschool Gent,
kon hij dankzij zijn uitmuntende studieresultaten onmiddellijk
als onderzoeker aan de Universiteit Gent beginnen. Op zich al
niet alledaags dat men in België toegang krijgt tot een universitair
onderzoekscentrum met een hogeschooldiploma. Anderhalf jaar heeft
hij dat gedaan, waaronder twee maanden onderzoekswerk in de microbiologie
aan de gerenomeerde Universiteit van Stellenbosch, Zuid-Afrika.
Hij heeft de smaak van het buitenland te pakken en wanneer hij
de deur van de Gentse universiteit achter zich sluit, ligt de
wereld aan zijn voeten en begint zijn carrière over de
landsgrenzen heen. “In Galway kreeg ik de kans om mij verder
te ontwikkelen. De applicatie om er mijn doctoraat te doen, verliep
erg soepel. Ik had al enkele wetenschappelijke publicaties en
mijn studies waren erg goed. Op Ierse kosten ben ik onmiddellijk
mogen beginnen aan mijn doctoraat, zonder voorafgaande test.”
”Dat dit kon, was een openbaring voor mij. In België
hebben industrieel ingenieurs het erg moeilijk om academisch iets
te bewijzen. Men zou wel een doctoraatsexamen kunnen afleggen,
maar om toegelaten te worden, moet je wel eerst een transitiejaar
en een soort van doctoraatstest afleggen. Hier in Ierland of stel
dat ik van hieruit naar Oxford of Cambridge wil, geeft dat minder
problemen. Voor deze instellingen zijn het cv, de publicaties
en studieresultaten belangrijker. Op basis van mijn ervaring in
het biochemisch lab in Gent en mijn publicaties ben ik dus aanvaard.”
HET VIB BIEDT PERSPECTIEF
“Ondanks de Bologna-akkoorden is men in België niet
zo scheutig om buitenlandse diploma’s te homologeren. Stel
dat je van een gerenommeerde Roemeense universiteit komt, begin
er maar eens aan. Ons land is dan ook al enkele malen gesanctioneerd
inzake de herkenning van diploma’s. Niet-Belgische universiteiten
bekijken het meestal zoals de industrie: stel dat je dertig troeven
moet hebben en jij kan 80% van die vacature invullen, dan ben
jij hun man. Om een concreet voorbeeld te geven: twee van mijn
collega’s geraken zonder probleem in Cambridge University,
waar de competitie toch net iets groter is dan in Gent. Je geraakt
van Galway in Cambridge maar niet van Galway naar Gent. Het wordt
in Vlaanderen hoog tijd om de oogkleppen af te werpen en eens
in de spiegel te kijken. Vlaanderen werkt afstompend naar talent
toe. Wat ik hier bereikt heb, had ik in Vlaanderen waarschijnlijk
nooit kunnen doen”, bekent de Bruggeling.
“Ik hou van België en zou er eventueel met mijn Ierse
vriendin graag wonen. Maar terugkomen om uiteindelijk werkloos
te zijn of om als laborant te werken? Zo groot is de liefde nu
ook weer niet. Het VIB (Vlaams Interuniversitair Instituut voor
Biotechnologie), waar ik ongelooflijk pro voor ben, doet ongelooflijk
goed werk en lijkt steeds meer te groeien. Met meer middelen in
de toekomst biedt het een geweldig perspectief. In Galway heeft
ons labo een zeer hoog budget en zou voor veel Belgische labo’s
utopisch zijn. In Ierland pompt de overheid momenteel zoveel geld
in onderzoek dat wanneer je een project indient, je dit vrijwel
onmiddellijk gefinancierd krijgt. In België moet je echt
wel vechten om jouw fondsen bijeen te krijgen. Daardoor kan ons
land moeilijk postdocs aantrekken en wordt het eerder een productie-
dan een onderzoeksland. In ons labo in Galway zijn een twintigtal
internationale postdocs aan het werk, wat een enorm budget vraagt.
Het maakt er op wereldvlak een aantrekkelijke locatie van. Onlangs
werd een nieuwe professor uit San Diego aangesteld die zijn eigen
cash meebracht, niet minder dan vijf miljoen euro.”
“Voor een land dat maar zo groot is als België is buitenlandse
samenwerking een must. Als Leuven, Brussel, Antwerpen en Gent
aan één zeel trekken, kan het een entiteit vormen
binnen Europa. Een begrip, waarmee we echt in concurrentie kunnen
treden met andere landen. Als het in Ierland kan, waarom dan niet
in België? Het Ierse fenomeen is nieuw hé, het kende
pas het jongste decennium een enorme opgang. Alle égards
dus voor het VIB, maar geef het alstublieft meer middelen op zeer
korte termijn”, pleit Christophe, die het als dé
enige oplossing ziet om een leegloop uit België te voorkomen.
MEER
VOLLEDIGE PERSOON
Christophe heeft in Galway kansen gekregen, die Vlaamse universiteiten
hem hoogstwaarschijnlijk zouden onthouden hebben. Het maakt er
zijn prestatie niet minder mooi om. “Ik ga niet zeggen dat
mijn ervaringen mij tot een betere persoon gemaakt hebben, maar
iedereen met buitenlandse ervaring zal volop beamen dat het wel
een completere persoon van je maakt. Als je jong bent, wil je
uitdagingen aangaan en soms zelfs mislukken om toch net iets anders
te bereiken. Het is en blijft een hobbelige weg met hindernissen,
maar als je die weet te nemen, geeft dat voldoening. Het is niet
altijd makkelijk geweest, maar uiteindelijk ga ik om de zes à
zeven weken naar België voor een weekend of komen er vrienden
naar Ierland. Er zijn geen afstanden meer binnen Europa hé.
Soms vertrek ik zaterdagochtend en ben ik zondagavond alweer terug.
Gewoon een dagje Brugge, wat shoppen en met vrienden iets drinken
is voldoende.”
ONCOLOGIE
“Christophe is niet bewust geëmigreerd, maar het leefde
toch altijd om naar het buitenland te gaan. Hij trok naar Galway
om vier jaar aan zijn doctoraat te werken, maar nu hij er nieuwe
kansen krijgt, ziet hij niet in waarom hij ze niet zou grijpen.
Geregeld heeft hij trouwens nog de kans om een zijweggetje in
te slaan, om nieuwe horizonten te verkennen. “Dankzij een
samenwerkingsakkoord tussen de universiteiten van Gent, Galway
en Santiago de Chile, werd ik uitgenodigd door de laatste en heb
ik er een drietal maanden gewerkt. Dat beviel mij ook fantastisch
goed. Na mijn doctoraat was ik ook een tijdlang aan de universiteit
van Newcastle verbonden en werkte ik in Dublin even voor een biochemisch
bedrijf.” Dan kreeg Christophe een nieuwe kans in weer een
totaal andere branche, namelijk de oncogenese of kankeronderzoek.
Dat werd het onderwerp van zijn post-doctoraat, opnieuw aan de
universiteit van Galway.”
Sommige mensen spreken mij wel eens aan over het vreemde parcours
dat ik heb afgelegd, maar ik ben er perfect gelukkig mee. Wat
ik vandaag doe, heeft in sé niets meer te maken met de
ingenieurswereld, maar ik heb die keuze gemaakt zonder er al te
veel over na te denken. Moest ik het kunnen herdoen, zou ik misschien
wel voor farmacie kiezen. Ik ben daar vandaag veel meer mee bezig
omdat oncogenese veel te maken heeft met het uittesten van farmaceutische
producten. Maar ja, je weet soms pas na tien jaar welke jouw interessegebieden
zijn”, geeft Christophe toe.
Welke weg zijn carrière uiteindelijk echt zal inslaan,
weet hij nog niet. Misschien doet hij met zijn vriendin binnen
afzienbare termijn wel een andere bestemming aan. “Waarschijnlijk
wel binnen Europa, want de States spreken me niet onmiddellijk
aan. Het zal wellicht wel een vooroordeel zijn, maar het leeft
ook bij mijn vriendin. Zij is werkzaam bij Yahoo en zou perfect
in Amerika aan de slag kunnen. Neen dan eerder Parijs of terug
België als we samen een goede functie vinden. We zijn samen
al op zoek naar nieuwe boeiende functies. Dus wie weet waar we
binnenkort terechtkomen. We staan open voor een nieuw avontuur!’
“Het reizen binnen Europa als onderzoeker is fiscaal wel
aantrekkelijk. Heb je een contract van minder dan twee jaar, dan
ben je vrijgesteld van taxatie en ontvang je dus je brutoloon.
Een incentive is dat om onderzoekers niet de plas over te jagen
en een stimulans om binnen de EU te reizen. Misschien moet ik
zelf maar een onderzoekslabo uit de grond stampen. De Ierse overheid
staat momenteel erg positief tegenover jonge ondernemers die onderzoek
willen doen. Er is blijkbaar veel geld voorhanden en goed doordachte
ideeën worden probleemloos gesteund. Maar ik denk dat ik
het lef nog niet heb. Ik zou het wel graag doen binnen enkele
jaren. Met twee collega’s heb ik op het punt gestaan om
een klein biotechnologisch bedrijf op te starten. We zouden hetzelfde
doen als we nu doen, maar er een productief product van te maken.
Moeilijk kan het niet zijn, want de markt is helemaal nog niet
verzadigd. Als je het juiste concept en product hebt, kwaliteit
levert, en je kan produceren tegen een fractie van de prijs van
de grote bedrijven, dan is het mogelijk om competitief te zijn
op de markt. Momenteel is er geen enkel EU-land dat zo gunstig
is als Ierland. In België zou ik zelfs niet weten hoe eraan
te beginnen”, lacht Christophe terwijl hij van zijn Belgische
gerstenat nipt.
DIALECT ALS CULTURELE ERFENIS
De biomedische sector is niet de enige die bloeit in Ierland.
Ook de IT- en geneesmiddelenbrache scheren hoge toppen. Als Ier
kan je daar toch alleen maar trots op zijn, wetende van waar je
kwam in de jaren ’80. Nu hoop ik dat het zo blijft, want
u weet ook hoe snel een bedrijf van plaats verandert tegenwoordig.
De meeste mensen in Europa weten ook niet hoe goed Ierland het
momenteel doet. In Ierland wordt er over de Celtic Tiger gesproken,
maar het is eigenlijk al Celtic Tiger 2 omdat het de tweede boom
is in enkele jaren tijd. Grafton Street in Dublin staat in de
top 5 van de duurste straten ter wereld. Het is duurder dan Broadway.
Dat zegt genoeg denk ik. Onlangs ging er een handtassenzaak open,
waar je tussen de 1000 en de 10.000 euro voor een exemplaar neertelt.
Maar de vrouwen stonden in rijen aan te schuiven. Dat toont aan
hoeveel cash er is.”
Galway kan bij Christophe op meer bijval rekenen dan Dublin. Het
is de grootste stad van het gelijknamige graafschap en de snelst
groeiende stad van Ierland, maar nog geenszins te vergelijken
met Dublin. Voor sommigen is het dé culturele hoofdstad
van Ierland. Het is een compacte stad met heel wat schilderachtige
landschappen in de omgeving. “Omdat een derde tot de helft
van alle Ieren in Dublin woont, kom je daarbuiten echt in een
andere wereld. Nu niet in Galway natuurlijk, maar op het platteland
kom je nog echt maar één huis tegen om de zoveel
kilometer. Het levensritme is er slechts een fractie van in Dublin.
Galway gaat meer de richting van Dublin uit, maar de kwaliteit
van het leven is er nog groter.”
Hoewel zijn sociaal zwaartepunt ook naar Galway verplaatst is,
houdt Christophe nog nauw contact met België, hij gaat af
en toe een weekend over en weer en leest De Standaard Online.
“Lezen en spreken gaat erg vlot, maar het schrijven wordt
al wat moeilijker. Mijn Brugs is trouwens nog perfect. Soms zit
er wel een woord Gents tussen, maar dat verwijst naar mijn Gentse
periode. Ik probeer doelbewust mijn dialect op peil te houden,
ik zie het vooral als een culturele erfenis. In het secundair
onderwijs probeerde men leerlingen die dialect spraken als minderwaardig
af te schepen. Ik vind dat de grootste nonsens en wil die discussie
meteen aangaan. Ik heb veel respect voor mensen die beide onder
controle hebben. Het is een erfenis en daar mag je best trots
op zijn.”
Koen
Van der Schaeghe
Publicatiedatum: 27/07/06
|