
VLAAMSE CHOCOLATERIE ‘CHEZ EMILY’
VERWENT DUBLINERS AL TIEN JAAR
Belgian chocolates zijn waardevolle ambassadeurs van ons land. Óf
het nu zwarte, bruine of witte pralines zijn, óf ze worden
aangeboden in Dubai, Tokyo of New York, snoepgrage lekkerbekken
weten ze overal te vinden én te appreciëren. Kwieke
Vlaamse zelfstandigen blijven niet blind voor de toenemende interesse
vanuit het buitenland en spelen handig in op de bejubeling van ons
bruine goud. Zo ook in Dublin. Mijn appetijt is alvast niet meer
te stillen. Dit vraagt om een proeverij bij de Vlaamse chocolaterie
Chez Emily in Coolquay, even ten noorden van Dublin.
Ferdinand
Vandaele ruilde zijn job van boekhouder in Vlaanderen voor een
bestaan als chocolatier in Dublin. Helena Hemerijck is in de Ierse
hoofdstad geboren en getogen. In België voelt ze zich vreemdelinge
en in Ierland is ze thuis, maar nooit voelde ze zich meer Ier
dan Vlaming. De familie Hemerijck is één van de
vele landbouwfamilies die begin jaren ’60 neerstreken in
Ierland, gelokt door goedkopere gronden. Ferdinand: “Helena’s
vader en diens drie broers kochten nabij Dublin land en gingen
er boeren. Voor grote gezinnen, met veel kinderen, vaak wel tien
per gezin, was er voor ieder een lapje grond voorzien. Het was
een periode dat vele Belgen hun heil elders zochten: in Canada,
Ierland of Congo. Deze laatsten moesten halsoverkop terugkeren,
maar Helena’s ouders zijn gebleven. In 1966 werd Helena
op Ierse bodem geboren. Van het grotendeels lege Dublinse achterland,
waar de Hemerijcks een kleine kolonie stichtten, is het vijftien
kilometer naar de stad. Het waren soms harde tijden. Toen Helena
begin jaren ’80 in Dublin school liep, werd ze meewarig
en misprijzend nagestaard. Ze kwam van down the box, riepen ze
haar na, wat zoveel betekent als een onderontwikkelde regio.”
BOEKHOUDER WORDT CHOCOLATIER
“In ’85 zocht Helena haar roots en kwam in België
wonen”, gaat Ferdinand verder. “Het was niet voor
het eerst dat ik haar ontmoette want haar neef was een jeugdvriend
en ik zag haar eerder tijdens vakanties. Zo ging de bal aan het
rollen en amper een jaar later huwden we. De rest is geschiedenis.
Ik ben boekhouder van opleiding en werkte voor chocolatiers. Daar
deed ik mijn kennis op, want ik volgde nooit een opleiding tot
chocolademaker. Ik droomde van een eigen winkel, maar hoeveel
chocoladezaken telt ons land niet?” Ferdinand wilde artisanaal
en kleinschalig werken en Helena opperde een terugkeer naar Ierland.
Zogezegd zogedaan. Helena maakte rechtsomkeert en trok haar echtgenoot
uit de Vlaamse klei. Samen betraden ze de Ierse chocoladearena
met een eigen chocolaterie, Chez Emily. "Alle begin is moeilijk,
maar al doende leert men", ondervond Ferdinand. “In
de onmiddellijke omgeving was er in ’96 niet één
kleine chocolatier. Tot op vandaag ben ik trouwens nog steeds
één van de enige artisanale pralinemakers. Met Kerstmis
en Pasen komen de klanten van heinde en ver.”
Fijnproevers kunnen terecht in Coolquay, hun thuisbasis waar Ferdinand
de pralines met tongstrelende vullingen handmatig creëert;
in het nog wat noordelijker gelegen Ashborne, waar het gezin een
winkel heeft; en op de zaterdagse voedingsmarkt in Temple Bar,
hartje Dublin. “Zonder twijfel is deze laatste onze beste
verkoopplaats, ook marketinggericht om onze naam te verspreiden.
Een eigen winkel in Dublin is dan weer onbetaalbaar, ook wat naambekendheid betreft.”
Ferdinand gunt ons een blik in zijn atelier, achter de kleine
pralinewinkel, waar hij makkelijk tien uur per dag tussen allerlei
zoetigheden spendeert. De geur van chocolade is zalig overheersend,
terwijl de chocolademaker verhaalt: “Ik heb van mijn hobby
mijn beroep gemaakt... en ik word gewaardeerd in de Ierse pers.
Op een ochtend meldde een klant dat er een artikel over onze zaak
in The Irish Times stond, één van de beste Ierse
kranten. Wat was er gebeurd? Anoniem kocht men pralines om een
zestal chocolatiers te vergelijken via een blinde proeverij. Wij
kwamen er als beste uit, met de publicatie tot gevolg. Het gebeurt
wel meer dat een culinaire journalist één van onze
pralines proeft en daar dan jubelend over schrijft. De verkoop
van de bewuste praline stijgt dan enorm en stagneert een maand
later natuurlijk terug”
GEÏNTEGREERDE
CHOCOLADE
Chez Emily is een verwijzing naar Ferdinand en Helena’s
dochter, maar ook naar het Bourgondische karakter van chocolade.
Made in Belgium is in onze sector het sterkst denkbare kwaliteitslabel.
Onze Belgische afkomst spelen we dan ook graag uit. Over de hele
wereld heeft ons land een flinke reputatie bij menig zoetekauw.
Toch zoeken wij het beste van twee werelden. Omdat Ieren enorm
gefixeerd zijn op alles wat van eigen bodem komt, gebruiken wij
enkel Ierse boter en room. Onze chocolade is ‘geïntegreerd’
en dat spreekt duidelijk aan. Nochtans hebben de Ieren nog niet
zo lang belangstelling voor chocolade. Het is pas het laatste
decennium dat de ze hun blik op het continent richten, chocolade
en ander snoepgoed ontdekken en Dublin County een vruchtbaar afzetgebied
voor chocolatiers wordt.”
Door pralines ongewone vullingen te geven, speelt Chez Emily in
op de Ierse smaak. “Ieren zijn gek op de muntsmaak ‘after
eight’ zodoende dat ik deze hier introduceerde in een praline
en ze verkopen nu als zoete broodjes. Ook praliné, pralines
met bepaalde fruitsmaken of marshmallows en vooral truffels doen
het erg goed. Maar het gaat natuurlijk om meer dan verrassende
chocoladevullingen. Bovenal primeert de kwaliteit. Dat we honderd
procent artisanaal werken, met de beste ingrediënten en zonder
bewaarmiddelen, zijn onze grootste troeven.”
Gedreven en met zin voor kwaliteit maakt Ferdinand meer dan dertig
variaties pralines. “Ik wil een stukje België naar
Ierland brengen, hen laten kennis maken met échte chocolade
en pralines. Hen nieuwe smaken leren kennen en doen ruiken. Eigenlijk
moet ik de Dubliners heropvoeden: Ieren zijn geen fijnproevers.
Hun bord moet goed gevuld zijn, maar als ze de helft op hebben
en hun buikje is goed rond, dan zijn ze tevreden. In de Ierse
cultuur is het trouwens onbeleefd om je bord helemaal leeg te
eten”, vertelt mijn gastheer als we van onze koffie nippen
en ik van een praline proef. “Dat zal een Ier nooit doen,
van een praline proeven. Een Belg proeft, bijt een stukje, terwijl
een Ier de praline in zijn geheel naar binnenwerkt”, lacht
de chocoladekunstenaar.
“Iedere cultuur heeft lokale gewoontes en normen. We hebben
ons Ierland eigen gemaakt en in zekere zin biedt dat ons een manier
om onszelf beter te definiëren. Wij zijn geen mensen die
vandaag naar een ander land verhuizen en morgen vergeten zijn
dat ze ooit elders woonden. Helena’s ouders, nonkels en
tantes die hier ook wonen, spreken nog steeds hun moedertaal.
Het is een manier om te verklaren wie ik ben, een bredere existentie
van de persoonlijke geschiedenis”, besluit hij met een West-Vlaams
accent.
Koen
Van der Schaeghe
Publicatiedatum: 30/04/06
|