
BERT
STIERS VERKIEST GROEIPROCES OP LANGE TERMIJN:
“SOMS VERGEET IK DAT IK IN TSJECHIË BEN”
Het stond in de sterren geschreven
dat Berts toekomst in de VS lag en toch maakte hij van Centraal-Europa
zijn thuis. Het is één van de vele wendingen in het
leven en de carrière van Bert Stiers. De laatste is een eigen
zaak in de Tsjechische hoofdstad Praag. Na enkele expatervaringen
en een tussenstop in de Benelux woont hij terug in de Parel van
Centraal-Europa en ditmaal om er te blijven. Het bedrijf is amper
anderhalf jaar oud, maar het loopt bijzonder goed. Hij kocht een
appartement in de kunststad, heeft een Tsjechische vriendin en ontfermt
zich als VIW-vertegenwoordiger om de landgenoten in Praag en omstreken.
American
dream
35 is Bert, strategisch adviseur en één van de vele
landgenoten die fors presteren in het buitenland. Hij deed ruime
internationale ervaring op en leerde de knepen van het vak bij
ronkende namen als Suez en Arthur D. Little. Op zoek naar buitenlandse
roem ging hij niet. Hij koos voor een groeiproces op lange termijn
en dat legt hem vandaag geen windeieren. Voor VIW is hij van goudwaarde.
In zijn vrije tijd zet hij zich in voor landgenoten die aan de
Tsjechische weg timmeren, een portie cultuur willen meepikken
of gewoon samen een pint willen gaan drinken.
Zijn toekomst lag in de Verenigde Staten. Een kinderdroom die
verder gestalte kreeg tijdens zijn basketverleden. Bert speelde
in eerste nationale bij Leuven en kreeg dankzij Amerikaanse collega-basketspelers
voeling met de Amerikaanse cultuur. “Ik sprak graag en veel
Engels en mijn studies economie en internationale betrekkingen
zag ik als een toegangpoort tot de VS. Zelfs mijn aanvullende
opleiding Oost-Europakunde kaderde hier oorspronkelijk in. Ik
had de ietwat naïeve voorstelling dat ik als Belg in de VS,
die Europa goed beweerde te kennen, mij ook in Centraal-Europa
moest onderdompelen.” Die laatste studie combineerde Bert
met een stage op de Amerikaanse ambassade in Brussel, om maar
te zeggen dat het hem menens was. Wat begon als aanvulling mondde
echter al snel uit tot een ware passie voor de landen uit het
voormalige Oostblok.
Prijs minister van buitenlandse
handel
Berts internationale parcours startte als laureaat van de toenmalige
‘Prijs van de minister van Buitenlandse Handel’, jaarlijks
toegekend aan een twaalftal beloftevolle pasafgestudeerde economisten.
“Een actief verblijf in het buitenland was onze beloning.
Terwijl mijn medelaureaten meer exotische bestemmingen verkozen,
ging ik in 1998-1999 naar Hongarije. Het had net zo goed bijvoorbeeld
Polen kunnen zijn, maar ik wou écht naar Centraal-Europa.
Mijn interesse richtte zich specifiek tot die landen die nadien
tot de Europese Unie zouden toetreden, omdat zich hier een heel
eigen dynamiek voor deed. Vier maanden analyseerde ik voor de
Belgische overheid de opportuniteiten op de Hongaarse milieumarkt
en bleef vervolgens nog een tijdje hangen.”
Wat Bert vandaag met Tsjechië heeft, beleefde hij in zekere
zin tien jaar geleden met Hongarije. Het land is zoveel meer dan
Boedapest. “De verschillen tussen de hoofdstad en het hinterland
waren destijds schrijnend, maar het weerhield mij er niet van
om het hele land te doorkruisen. Terwijl zakenmensen hun bezoek
veelal tot drie dagen Boedapest beperkten, reisde ik in het kader
van de marktstudie het hele land door. Regionale steden als Veszprém,
Eger of Debrecen waren voor mij een echte openbaring. Toen ik
in 1999 de burgemeester van Boedapest ontmoette en iemand in het
gezelschap opmerkte dat Boedapest bijna een Westerse stad was,
corrigeerde hij ons : ‘Wij zijn een westerse stad’.
Dit is heel typerend. De hervormingen veroorzaakten een mentaliteitswijziging
en die vlucht naar voren leeft nog steeds. Er is geen weg terug.
Ik zie een razendsnelle evolutie in de regio. Met één
grote kanttekening, namelijk de grote generatiekloof: oud en arm
tegenover jong en welgesteld. Vijftigplussers hebben het vaak
niet gemakkelijk.”
Opruimen van ‘agent
orange’
Terug
in België ging Bert aan de slag bij BCE Network, een publiek-privaat
initiatief dat nauwe contacten onderhield met de Europese Commissie
en een platform aanreikte voor samenwerking met de Centraal- en
Oost-Europese landen. “Dat eenoog koning is in het land
van de blinden, ondervond ik aan den lijve. Net de twintig gepasseerd,
nog geen jaar was ik in Hongarije geweest, maar ik mocht in België
wel als expert opdraven. Ik sprak over milieuvervuiling, maar
wie waren wij om Hongaren met de vinger te wijzen?
Tien jaar terug had ook Brussel nog geen modern waterzuiveringstation.”
Bert was bij BCE Network verantwoordelijk voor de milieuwerking,
een sector die gekenmerkt wordt door een steeds grotere internationalisering.
Tot in den treuren herhaalde hij dat Vlaamse bedrijven, concurrenten
in eigen land, in het buitenland aan één zeel moesten
trekken. Het verschil in draagkracht tussen een klein en groot
bedrijf ondervond Bert toen hij er werd weggeplukt door Tractebel,
intussen opgegaan in de nutsgroep Suez. Als grote speler beteken
je iets, maar vele kleintjes kunnen hetzelfde bereiken. Ruim vier
jaar waaronder twee in Tsjechië, bleef hij verbonden aan
de groep. “Ik kijk met grote voldoening terug op deze periode
die me, via zowel lijn- als staffuncties, gevormd heeft in het
internationale bedrijfsleven. Bijzondere herinneringen blijven
verbonden aan een resem overnames en projecten in Polen en Tsjechië.
Net buiten Praag startte ik bijvoorbeeld mee een complex bodemsaneringsproject
op: een chemische site die in de jaren zestig dienst deed als
productie-eenheid voor een ontbladeringsmiddel. Een markant en
tegelijk luguber detail is dat dit product later berucht is geworden
als agent orange dat door de Amerikanen – in volle Koude
Oorlog – werd ingezet in Vietnam. Omdat bijna alle fabrieksarbeiders
op deze site gezondheidproblemen kregen door dioxinevergiftiging,
werd de productie reeds in 1968 stopgezet. De terreinen werden
echter ongemoeid gelaten tot de grote overstromingen in 2001 een
definitieve oplossing in de hand werkten. De saneringswerken zijn
ondertussen bijna afgerond en hebben ruim 100 miljoen euro gekost.
Het opstarten van dergelijke projecten was vaak een heksenketel,
maar wel boeiend.”
Tocht door de woestijn
“Om me te herbronnen, andere professionele ervaringen op
te doen en aan mijn vaardigheden te werken, plooide ik mij doelbewust,
voor twee jaar, terug op de Benelux. Als management consultant
ging ik er aan de slag bij Arthur D. Little. Het was een schitterende
leerschool waar ik boeiende projecten heb mogen uitvoeren. Mijn
passie voor Centraal-Europa ging echter noodgedwongen even in
de koelkast en met mijn Tsjechische vriendin onderhield ik een
langeafstandsrelatie. Vervolgens nam ik eind 2006 definitief de
vlucht oostwaarts. Mijn drang om terug te gaan was groot en er
boden zich meteen een aantal opportuniteiten aan. Het leek mij
dan ook een ideaal moment om een eigen bedrijf op te starten.
Hiermee is de cirkel rond.”

Bert wroet niet langer aan turbosnelheid voor de grillen van hoofdzetels
of voor het uitvoeren van andermans projecten. Geen metershoge
rapporten meer, hij wilde gewoon ‘doen’. Een verrassende
stap is het niet, maar de voorgaande waren wel een noodzaak, weet
onze landgenoot. “Mijn expertise, als consultant en vanuit
managementervaring, kan ik nu ten volle in het bedrijf en voor
mijn eigen klanten aanwenden. “Adviseren om te realiseren”
is daarbij het motto, gericht op het in de praktijk brengen van
de juiste strategieën. Om de zaken volledig in de hand te
houden en een persoonlijk advies te kunnen garanderen, werk ik
voorlopig nog zelf alle dossiers af. Mogelijk zorg ik in de toekomst
voor uitbreiding ; we zien wel.”
Bureaucratie
“Als zelfstandig ondernemer bepaal ik momenteel mijn eigen
agenda en neem ik de zaken aan die ik graag doe en waarin ik zelf
geloof. Mijn aanloopfase was misschien vrij lang, maar ik ben
heel tevreden over mijn loopbaankeuzes en over de beslissing om
mij definitief in Tsjechië te vestigen. Het voelt als een
levenskeuze waarbij mijn professionele loopbaan mooi samenvloeit
met mijn persoonlijk leven.”
Het boeiende maar soms verraderlijke aan het land is dat je af
en toe vergeet dat je in Tsjechië bent en het net zo goed
België zou kunnen zijn. Alles loopt gesmeerd, waardoor je
schrikt dat het toch anders is. En plots sta je weer met beide
voeten op de grond. De confrontatie met de papiermolen of de bureaucratie
is dan best moeilijk. De zetel van mijn bedrijfje is gevestigd
in mijn eigen appartement. Inherent aan strategisch managementadvies
is dat men veel tijd doorbrengt bij zijn klanten. Ikzelf heb dan
ook niet veel meer nodig dan een bureau, met pc en printer. In
wezen heb ik dan ook niets anders op kantoor dan bij de meeste
mensen thuis. Toch kreeg ik, alsof het een groot industrieel complex
betreft, een serie brieven die mij opriepen om mijn bedrijf in
regel te stellen met brandvoorzieningen, met hygiënische
voorschriften, enzovoort. Ook moeten bijvoorbeeld alle medebewoners
van het gebouw hun uitdrukkelijke toestemming geven dat ik hier
een zakenpraktijk houd. Stel je voor. Door die mentaliteit moet
ik mij wel eens worstelen. Het is niet toevallig dat de Belgische
overheidsdienst voor administratieve lastenverlaging voor haar
naam (Kafka) inspiratie gevonden heeft bij de befaamde Tsjechische
schrijver. Franz Kafka zette zich in zijn werk immers als geen
ander af tegen de onverschilligheid van de staat. Maar ja, dergelijke
administratieve ongemakken neem je er dan maar bij en het levert
toch ook leuke verhalen op”, grapt Bert.
Niet
omwille van de loonkost
Bert heeft een duidelijk inzicht in de redenen waarom Westerse
bedrijven naar Tsjechië trekken. “Hoegenaamd niet meer
om goedkoper te produceren, want dan zijn ze veel beter af in
Roemenië of Bulgarije en ligt het paradijs eerder in Oekraïne,
India of China. De loonkost ging eind jaren ’90 sterk de
hoogte in, niet alleen voor de doorsnee werknemer, maar zeker
ook voor de, en ja die heeft Tsjechië ook, knelpuntberoepen.
Een financieel directeur bijvoorbeeld die op Westerse leest gevormd
is én zowel Engels als Duits spreekt, betaal je vaak evenveel
of meer dan in België. Net als bij ons wordt het hier trouwens
ook steeds moeilijker om nog de juiste arbeidskrachten te vinden.”
“Het Vlaamse bedrijfsleven ziet Tsjechië eerder als
een aanvulling op het thuisland, als expansieregio dus. De Tsjechische
middenklasse groeit, hun koopkracht stijgt en buitenlandse ondernemers
willen die markt uiteraard bespelen. Eind jaren ’90 waren
Westerlingen in Hongarije nog uitzonderingen. Hoorde je dan iemand
Frans of Engels praten, dan sprak je die aan en dat creëerde
meteen een band. Zoiets kleurde echt je dag. Dat is vandaag wel
fel geminderd natuurlijk.”
Ik richt mij echter niet specifiek op buitenlandse investeerders
en tel evengoed Tsjechische bedrijven onder mijn klanten. Ik bied
hen strategische bedrijfsmodellen aan en help hen bij de creatie
van aandeelhouderswaarde. Wil een West-Europees bedrijf iets op
de Tsjechische markt doen, dan moet het daar trouwens doelbewust
op focussen. Puur opportunistisch lukt het niet meer. Met één
vertegenwoordiger voor Centraal- en Oost-Europa of erger nog voor
Centraal-Europa, het Midden Oosten én Afrika, kom je er
niet. Die tijd is definitief voorbij.”
Verscheiden groep
Een groeiende groep Vlamingen vertoeft tijdelijk of permanent
in Tsjechië en zij zijn maar moeilijk onder één
noemer te plaatsen. Bert onderscheid drie groepen, die ieder de
nodige aandacht verdienen. “Je hebt ten eerste de uitgewekenen,
dat zijn mensen zoals ik, die effectief hun valies gepakt hebben
en in Tsjechië komen wonen zijn. Vaak hebben zij een Tsjechische
partner en zijn zij letterlijk en figuurlijk op het land verliefd
geworden. Tot voor kort zat ik in de groep van de expats. Dat
is de meest prominente groep. Zij zijn hier tijdelijk en bijgevolg
spreken ze meestal de taal niet. Gekoppeld aan de expats heb je
hun families met een grote nood aan activiteiten. Niet onbelangrijk
en wel eens over het hoofd gezien, zijn de zogenaamde naveteurs.
Omdat Praag zo dichtbij is, anderhalf uur vliegen, wonen zij tijdens
de week in Praag en tijdens het weekend in Vlaanderen. Ik wil
hen graag bij de activiteiten betrekken, want zij zijn niet ingebed
in de Tsjechische maatschappij en hebben wel nood aan een babbel
of een pint.”
Expatclub
versus integratie
“Niemand vertrekt naar het buitenland om enkel Belgen te
ontmoeten. Onze vereniging mag en zal integratie dus niet in de
weg staan. Ikzelf heb bijvoorbeeld vooral Tsjechische vrienden,
uit de kring van mijn vriendin, maar ook voormalige collega’s.
Ga ik tien keer op stap, dan is het acht keer met Tsjechen, één
maal met Belgen en één maal met niet-Belgen. Los
daarvan denk ik dat iedere landgenoot het wel leuk vindt om af
en toe contact te hebben met andere Vlamingen. Je begrijpt elkaar
direct. Deze vorm van netwerking vind ik trouwens belangrijk voor
mijn eigen cultureel besef. In Tsjechië geloof ik persoonlijk
niet in een besloten expatclub, met formele regels en lidgelden.
Dergelijke clubs hebben het meest succes in een cultuur die ver
van de onze ligt. Dat is hier minder het geval, ook al speelt
uiteraard de taalbarrière. Onze eigen VIW-organisatie staat
in Tsjechië nog in zijn kinderschoenen maar de reacties op
onze eerste activiteiten waren zeer positief en werken zeer inspirerend.
Ik denk dat het net het informele karakter is dat de grote aantrekkingskracht
uitmaakt.
“De Tsjechische levensstandaard vergemakkelijkt de integratie
van Vlamingen ter plaatse. Gooi je je geld niet over de balk,
dan kan je hier met een Westers salaris heel goed leven. De Tsjechische
keuken is in het algemeen niet om over naar huis te schrijven
- ook al zijn er heerlijke gerechten, bijvoorbeeld met eend -
maar in de steden heb je uiteraard internationale restaurants
in overvloed. Er beweegt ook nog steeds heel veel. Nieuwe projecten
schieten als paddestoelen uit de grond. Ik hoop daarbij dat de
Tsjechen hun eigenheid kunnen blijven behouden en dat bijvoorbeeld
de kleine muziekclubs en stadstheatertjes in Praag blijven bestaan.
Activiteiten
“Welke activiteiten ik als VIW-vertegenwoordiger wil opzetten?
Als algemene regel geldt dat ik luister naar suggesties en daarnaast
probeer in te spelen op activiteiten die ikzelf, in mijn expatperiode,
als plezierig ervaarde. Dit kan gaan om evenementen. maar evengoed
om kleine uitstappen. Samen met andere vrijwilligers, wil ik de
blik van de mensen ook graag buiten Praag richten. Persoonlijk
vind ik het bijvoorbeeld heel aangenaam om tijdens het weekend
de wagen te nemen om een regionale stad of (onbekend) dorpje te
bezoeken of om de Tsjechische bergen in te trekken. Met VIW hoeft
het allemaal niet zwaar cultureel te zijn, maar we willen inhoudelijk
toch iets aanbieden. Neem nu een expatfamilie, waar de man een
drukke job heeft en tijdens het weekend wil uitslapen en met de
kinderen bezig zijn. Zij zullen niet geneigd zijn om bijvoorbeeld
een stadsbezoek in Brno te doen, maar de echtgenote die soms de
hele week reeds thuis zit, heeft daar misschien wel nood aan.
Het hangt er allemaal vanaf hoe je Tsjechië beleeft. De eerste
groep uitgewekenen bereik je met dergelijke uitstappen misschien
niet, want zij hebben waarschijnlijk al meerdere malen die steden
bezocht, maar anderen zijn dan zeker wel enthousiast.”
“De derde groep heeft dan weer meer nood aan puur sociale
activiteiten op een weekavond en willen - misschien nieuw voor
hen - wel een avondje ijshockey meepikken, bijzonder populair
in Tsjechië. Veel Vlamingen maken dat hier nooit mee. Zoiets
kunnen wij perfect organiseren: we reserveren de tickets en spreken
dan bijvoorbeeld wat vroeger af en vragen iemand om ons op voorhand
even de spelregels uit te leggen. Dan naar de wedstrijd kijken
en vervolgens nog een pint gaan drinken. Soms heeft men niet meer
nodig voor een geslaagde avond. Ideeën en plannen genoeg.”
Slaagt Bert hier allemaal in, dan slaagt hij cum laude in zijn
VIW-vertegenwoodigerschap.
Koen Van der Schaeghe
Publicatiedatum: 14/04/08
|