
ALIDA
NESLO IS EEN KIND VAN TWEE WERELDEN:
“Als veerman wil ik mensen van diverse culturen binden”
”Ik ben geboren met een vader- en een moederland,
en opgegroeid met meerdere waarden. En toch is er maar één
aarde en zijn alle mensen gelijk.” Aan het woord is de goedlachse
Alida Neslo. De in Paramaribo geboren Surinaams-Vlaamse verloochent
haar wortels niet, maar kan haar opvoeding ook niet los zien van
Nederland. Alida houdt van de mooie dingen des levens en dat merk
je als je met haar praat. Zó kent televisiekijkend Vlaanderen
haar ook: de jongeren van het kinderprogramma De Boomhut en de iets
ouderen van TV-Touché aan de zijde van Herman Van Molle.
Ze was destijds de eerste kleurlinge in menig Vlaamse huiskamer.
Na 34 jaar in de Lage Landen geleefd te hebben, verhuisde de actrice
en theaterdocente begin dit jaar naar haar geboorteland Suriname.
Daar wil ze theaterprojecten uit de grond stampen. Toen ze destijds
haar heimat verliet, maakte het nog deel uit van het Koninkrijk
der Nederlanden. Op haar paspoort stond dan ook in naam der koningin.
Maar, in tegenstelling tot de overgrote meerderheid van haar landgenoten,
zocht Alida haar heil in Vlaanderen en niet in het land van de onderdrukker.
VIW ontmoet de goedlachse Alida in het Vlaamse hart van Amsterdam,
De Brakke Grond.
EEN
ATYPISCH PARCOURS
Alida zat op het Mr. dr. J. C. de Miranda Lyceum in Paramaribo
toen ze voor het eerst in contact kwam met Vlamingen. “Er
was in die tijd een tekort aan Nederlandse leraars en dus kwam
er ondersteuning vanuit Vlaanderen. En op de één
of andere manier klikte het beter met Vlamingen: de taal is anders,
ze spreken langzamer en minder kil, qua opvattingen zijn ze iets
rustiger, je kon altijd wat arrangeren,... er was ook niet de
onafhankelijkheidsspanning die langzaam opborrelde. Met Vlamingen
ging ik gewoon meer onbevangen om. Bovendien heb ik mij nooit
een schaap gevoeld dat blind de kudde volgt. Als iedereen links
kijkt, durf ik wel eens rechts te kijken. En zo ben ik in Vlaanderen
beland, al lag dat dus zeker niet voor de hand.” ”Het
afscheid van Suriname staat op mijn netvlies gebrand. Mijn vader
en moeder voor het eerst achterlaten... ik was achttien en was
nog nooit ver weggeweest. Het was zwaar omdat je je hele vertrouwde
wereld achterlaat en zelf een stap in het onbekende zet. Het maakt
wel dat alles wat erna komt, minder erg is.” “Antwerpen
was echt wennen. Toentertijd sprak men mij steevast in het Frans
aan omdat ik automatisch iemand uit de Congo was. Tegen de kruidenier
op het Zuid mocht ik nog honderd keer zeggen dat ik Nederlands
sprak en aan de Studio Herman Teirlinck studeerde, hij bleef mij
associëren met het Tropeninstituut. Dat veranderde pas toen
ik met TV Touché voor het eerst op het kleine scherm kwam
en hij zei: ‘Maar jij spreekt zo mooi Nederlands’”,
lacht Alida uitbundig.
FLEXIBELE IDENTITEIT
”Tja, zo was het die dagen in ‘t Stad. Er waren veel
minder kleurlingen op straat. En voor mij was dat heel vreemd.
In Suriname groeide ik op tussen vele bevolkingsgroepen en ik
was heel verbaasd als men mij voor het eerst zei dat ik anders
was. Dat had nooit iemand mij gezegd. Alleen maar op grond van
zwart, wit, rood,... daar denk je lang over na, dat verzeker ik
je. We stelden ons geen vragen over kleur of afkomst. Je weet
niet beter en denkt dat de rest van de wereld zo is. In Antwerpen
was dat plots niet meer. Ik had ook nog nooit een schoorsteen
gezien. Ik heb echt tijd nodig gehad om mij goed te voelen in
Antwerpen. Maar als ik veel later op uitnodiging van een theatergroep
in Amsterdam was, dan weende ik van blijdschap bij het zien van
de Onze-Lieve-Vrouwetoren omdat ik terug thuis was”, bekent
Alida.
”Wie doorheen Paramaribo wandelt of rijdt, ziet voor westerlingen
heel contrasterende beelden: een plein met een Joodse synagoge
en onmiddellijk ernaast een grote moskee. Een beter symbool voor
de multiculturele samenleving kan je toch niet bedenken.”
Multicultureel is trouwens een woord dat Alida vroeger niet kende
en eigenlijk helemaal niet zou mogen bestaan. “Het is ook
alleen maar een woord. Het is heel moeilijk om uit te leggen aan
iemand die niet pluralistisch denkt, dat je een vader- én
moederland kan hebben. Bij ons in Suriname is er maar één
cultuur, of je nu Creool, Javaan of Nederlander bent.”
”In termen van identiteit denken we niet in Suriname. Aan
een identiteit vastzitten, is als een slavernij... Surinamers
zien identiteit als iets flexibel, dat mee beweegt. Zowel jij
als gelijk wie op straat kan een Surinamer zijn. Er wordt niet
zoals in Europa van op honderd meter afstand een oordeel geveld.
Onze eigenheid bestaat uit vele kleuren en diverse talen. Nog
geen half miljoen Surinamers zijn er, maar ze hebben wel 22 talen.
Het gaat om de acceptatie van de verscheidenheid.”
“Nog zo’n term waar ik mij verschrikkelijk aan stoor,
is lage loonlanden. Waarom hebben sommige mensen recht op een
lager loon, een té laag loon eigenlijk. Anders zou men
die term niet gebruiken? Wie bedenkt nu zoiets? Er is maar één
mensensoort, met dezelfde dromen en dito verwachtingen. Colombianen
kunnen óók betere ziekenhuizen of scholen gebruiken.
Waarom betaal je de koffie niet wat die echt waard is? Waarom
betaal je die doelbewust te weinig? Veroordeel hen niet door die
kunstmatige term te gebruiken! Geen stempel of brandmerk! Europeanen
moeten geen vingertje opsteken, of het nu een midden- of wijsvinger
is”, oordeelt Alida streng, maar billijk.
KENNIS,
MAAR GEEN WIJSHEID
Alida is strijdvaardig en vredelievend. Ze kan schelden als iets
haar niet zint, maar altijd op een vriendelijke toon. “Ik
pas mij aan en wil tot op zekere hoogte iedereen begrijpen, maar
men moet mij niet vertellen dat Europa het Walhalla is. Komaan
zeg... de verlichting... dezelfde mensen die de verlichting predikten,
verkochten de mens als slaaf, versta je? Ik blijf bij een oud
Afrikaans gezegde: De mens is de remedie van de mens. Uiteindelijk
heb je elkaar altijd nodig. Europeanen hebben het zo makkelijk,
kunnen alles leren uit hun luie zetel en toch... Als ik in Antwerpen
of Amsterdam een sprongetje zou maken, lopen de mensen in een
boog om me heen. Die dingen zijn hier een beetje verwilderd. Wanneer
ik als de veerman die dingen een beetje dichter naar elkaar toe
kan brengen, zou ik een heel gelukkige vrouw zijn.”
Niemand is beter geplaatst dan Alida om ambassadrice van de stedenband
Antwerpen-Paramaribo te worden. Haar leven is verweven met beide
steden. “Mijn bestaan zit eraan vast en ik heb mij altijd
geïnteresseerd voor intercultureel werk. Heel veel zaken
die in het Caraïbisch gebied vanzelfsprekend zijn, zijn dat
helaas in de Lage Landen niet. Europeanen moeten leren met elkaar
om te gaan. In Suriname heb je geen wijken waar alleen hindoes
of alleen moslims wonen, neen iedereen woont er door elkaar. Dat
is mijn grote verwijt, we hebben wel veel kennis, maar geen wijsheid.
We weten zo weinig van elkaar, dat zie je soms binnen een familie
en zeker binnen verschillende bevolkingsgroepen. Dat Europese
proces duurt zeker nog 200 jaar. Mensen leren en veranderen langzaam.
In de economie snapt men dat, want geld mag overal rondreizen,
maar de mensen niet”, klaagt ze verontwaardigd, al schuwt
ze ook de ironie niet: “Ach, in Vlaanderen zegt met het
zo mooi: ‘Wie met de hond slaapt, krijgt zijn vlooien’,
wel de meest doorbakken Antwerpenaar heeft ook die van een Marokkaan.”
Alida is een onverbeterlijk type geworden. Ze zegt dan wel vaarwel,
maar komt altijd weer terug. “Zo zie ik mezelf ook, als
een soort veerman. Ik ga met mijn boot heen en weer en heb het
niet altijd even makkelijk om te wennen. Het duurde even voor
ik het aanvaarde, maar ik verbind oevers met elkaar. Ik streef
naar samenwerking, tussen mensen van verschillende komaf, en het
kan mij niet schelen of daar al dan niet een oceaan tussen zit.
Als veerman heb je die mentaliteit, dan wil je grenzen verlaten.”
OUD WORDEN MET WARMTE & THEATER
Uit een Nederlands onderzoek blijkt dat ongeveer de helft van
de uitgeweken Surinamers zich in de toekomst terug in Suriname
wil vestigen. Alida begrijpt hen volkomen: “Ik denk dat
mensen moeten oud worden in de warmte. Dat kan Senegal of Spanje
zijn, maar mijn familie woont nu in Suriname. Het gaat mij om
het principe van de warmte... niet het land. Op het einde van
je leven, weet je wat warmte waard is. Mensen veranderen in de
zomer: de warmte in de omgang, je kleed je anders, je gedraagt
je anders, je komt ook meer buiten. Letterlijk en figuurlijk hebben
we zon nodig. Een kind dat met de warmte opgroeit, wordt ook een
ander kind”, vertelt Alida bijna poëtisch.
“Zelf is ze nog veel te jong voor de derde levensfase. Om
te luieren en vakantie te vieren heeft Alida nog voldoende tijd.
Een missie drijft haar naar haar geboorteland, ze wil er een toneelopleiding
voor jongeren uit de grond stampen. “Inderdaad, de plannen
beginnen vorm te krijgen. We hebben al veel contacten gelegd.
De kring wordt steeds groter. En contacten leg je snel in Suriname.
Dat is één van de leuke dingen. Ik zal met theatermensen
en voor jongeren werken. Theater in de ruime zin, locatietheater,
niet eng of enkel in de schouwburg. Maar ook op welzijn gericht.
Theater is de spiegel van mijn leven en in Suriname komt nu alles
bijeen. Het merendeel van de bevolking is er onder de dertig en
dat geeft een heel andere energie. Het moderne pluralisme bij
de jongeren ligt mij wel. Zij staan niet stil bij MTV-clips, opgenomen
in verre landen en met hen voel ik mij verwant. Met mijn leerlingen
in de Lage Landen zocht ik de grenzen van hun denken af door letterlijk
en figuurlijk hun horizon te verbreden. Ik heb een breed scala
aan mogelijkheden en waarschijnlijk teveel plannen om mijn leven
mee te vullen. Na 34 jaar weet ik wat ik achterlaat, maar ik draag
dat Vlaanderen in mij”, vat Alida samen.
Koen
Van der Schaeghe
Publicatiedatum: 18/10/06
|