
André
Goezu leidt mij langs het smalle poortje naar een prachtige
patio in hartje Antwerpen. Het is er enorm rustgevend en
enkele panden rond het begroeide binnenplein worden uitsluitend
bewoond door kunstenaars. Schilderen doe hij hier amper,
sinds 1968 is Parijs zijn vaste werk- en verblijfplaats.
DE
BRUTALE WERKELIJKHEID
“Ieder
van ons heeft zijn eigen levensweg, zijn eigen bestemming.
Wij hinkelen steeds tussen hemel en aarde, tussen vreugde
en verdriet. Ik ben er van overtuigd dat de volwassene
zich vroeg manifesteert in het kind. Zover mijn geheugen
mij terugvoert - ik was toen drie of vier jaar oud –
zie ik mij zitten in het midden van een dennenwoud, met
in de hand een potlood waarmee ik op papier het silhouet
trachtte te tekenen van de indrukwekkende natuur rondom
mij. Sindsdien heeft die behoefte om te tekenen hem nooit
meer verlaten.
De brutale werkelijkheid in Antwerpen gedurende de jaren
'40-'44 heeft mijn familie gedwongen een veilig schuiloord
te zoeken. In de warme gevangenis van Wuustwezel, ten noorden
van mijn geboortestad en temidden van bomen, hadden wij,
om de huilende wolven van de oorlog te ontvluchten, een
geruststellende schuilplaats gevonden.
Zo heb ik zeer onbewust, na die vreselijke jaren waarin
mijn familie vernietigd werd en mijn vader gedeporteerd
naar Auschwitz, een wereld van symbolen opgebouwd, een wereld
waarin “de boom”” de rol zou vervullen
van genealogische hersteller, waarin bladeren en
takken beschermende armen zouden worden.
Ik moest beslist met pen en potlood spreken over die oorlogsjaren
van onrust, gevaar en angst.
Is het om die reden dat ik in de wereld van de kunst terecht
ben gekomen?”
ROUTE
NAAR ILE SAINT LOUIS
Na
zijn middelbare opleiding in een Franstalig Lyceum van Antwerpen
waar hij de Grieks-Latijnse afdeling volgde, besloot André
zich op 17-jarige leeftijd in te schrijven in de Academie
voor Schone Kunsten van zijn geboortestad. “De wonderlijke
artistieke atmosfeer gaf mij de gelegenheid al op jonge
leeftijd de kunstenaars Antoon Marstboom, René De
Coninck, de acteur Julien Schoenaerts de beeldhouwer Marck
Macken, de etser Jacques Gorus en professor esthetica Marcel
van Jole te benaderen”, vertelt André Goezu.
Hij was 28 als hij zijn studies aan de academie in Antwerpen
als laureaat beëindigde. Kort daarna werd hem een beurs
aangeboden om zich in Parijs te vervolmaken. Als eerste
Vlaming die kon genieten van een toen nog Belgische beurs,
streek hij in het jaar van de revolte neer in de lichtstad.
“Ik verbleef er een volledig jaar in het Cité
Internationale des Arts en nam mijn intrek in het studioatelier
Koningin Elisabeth van België. Deze Cité
is een gebouw gelegen in het hartje van Parijs. Enkele kunstenaars
uit verschillende horizonten kunnen hier een ‘artistiek
onderdak’ vinden.” Intussen is het trouwens
dankzij bemiddeling van André dat de Vlaamse Gemeenschap
een tweede atelier heeft aangekocht, gelegen in diezelfde
buurt. Dit Atelier James Ensor werd de eerste volledige
40m2 Vlaamse Culturele nederzetting, lange tijd vooraleer
het huidige Vlaams Huis in Parijs werd ingericht.
“Na een verblijf van 1 jaar in het atelier Koningin
Elisabeth ben ik op zoek gegaan naar een permanente woning
in Parijs. Zo zijn mijn vrouw Paula en ikzelf op het eilandje
in het hartje van Parijs Ile Saint Louis beland
in 1969.”
OP
ONTDEKIING
“Op
Ile Saint Louis heb ik de gelegenheid gehad in de koortsachtige
atmosfeer van de verscheidene schilders- en etsers-ateliers
te werken, en ik ondervond al snel dat een prent, litho
of ets, een oeuvre op zichzelf is. De keuze van
het papier, de korrel, de manier van drukken, de verhouding
van marge en onderwerp, de baars, het watermerk: allemaal
niet te verwaarlozen details, waarvan ik de waarde heb leren
kennen dankzij mijn leerschool in deze Parijse ateliers!”
INVLOEDEN
EN BEWONDERING
“Toen
ik 10 jaar oud was ging ik al kijken naar Van Gogh, hij
was het licht, een voorbeeld en zowel zijn leven als zijn
werk hebben mij diep getroffen. Uiteraard evolueerde ik
en tot op vandaag heb ik veel bewondering voor Bonnard,
Pierro de la Francesca en Vittore Carpaccio. Ik had het
eerder voor het intellectuele dan voor de aarde… de
aarde, dat zijn Permeke en Van de Woestyne, zij die dicht
bij de boer stonden. Maar het was toch Bonnard die mij enorm
vele vreugde verschafte bij het kijken naar zijn werken.
Een in zichzelf gekeerde, bescheiden man, waar ik enorm
veel bewondering voor heb.”
“Kleur en grafiek, gestrengheid en gevoel zijn elementen
die ik enorm belangrijk vind. Vele kunstenaars zijn of schilder
of tekenaar. Ik denk dat je beide moet zijn. Voor mij is
een ets niet alleen een streng geheel, maar ook een spiegel
om kleuren en een gevoel te spijkeren. Toen ik nog in Vlaanderen
woonde, waren al mijn etsen zwart-wit. In Parijs is dan
mijn zogenaamde Parijse periode gekomen. De bedoeling was
dat ik mij aan de Parijse academie zou perfectioneren maar
door de naweeën van de revolutie werd de academie tijdelijk
gesloten. Daardoor kwam ik , zoals gezegd, terecht in de
plaatselijke en authentieke ets- en litho-ateliers (die
in Antwerpen reeds gemechaniseerd waren) en ben er gaan
werken. Ik heb er de kleuren leren kennen, heb er de mensen
ontmoet…het was in feite un bien pour un mal.”
Goezu zijn werk bestaat niet uit één fond,
hij speelt met verschillende vlakken die geïntegreerd
worden. Ik denk dat dit ook zo is in het leven, verschillende
imago’s die op elkaar worden geplaatst waardoor je
op het einde van je leven een hele woordenschat in je hoofd
hebt. Elke stap of elk woord beïnvloedt de volgende
stap of het volgende woord. Ik zie het ook zo in mijn werk:
ik werk in verschillende dimensies maar zonder het perspectief
erin te plaatsten, de kleur is het perspectief. Het is niet
in de diepte… maar in het tweedimensionale dat ik
werk.”
“Dit begrip van zorgvuldigheid bij het ontstaan van
een prent heb ik gedurende een twintigtal jaren aan leerlingen
van het Hoger Instituut van de Academie van Antwerpen, die
regelmatig op studiereis naar Parijs kwamen, trachten bij
te brengen.”
Deze liefde voor de ets techniek heeft mij natuurlijk
geleidt tot het illustreren van bibliofiele boeken. Is hij
dan in feite geen schilder-schrijver ? “Ik ben geen
schrijver in de gangbare betekenis van het woord maar ik
ben wel geweldig aangetrokken door l’écriture.
Ik hou van structuur. Ik wil een mooi evenwicht bereiken
tussen woord en beeld… In Vlaanderen zegt men te vaak
dat een schilderij geen woorden hoeft te bevatten….ik
ben het daar niet mee eens, want het woord heeft een bedoeling
en is bron van inspiratie.”
“Ik ben geen grote babbelaar maar wel een lezer. Ik
heb mij laten vervoeren door de verhalen van Jean Ray, John
Flanders, teksten van Peter Handke, Jef Geeraerts, Emile
Verhaeren, Roger Caillois, Ward Ruyslinck, Monica Van Paemel
en Arthur Rimbaud. Ik had ook het genoegen aan enkelen te
kunnen vragen gedichten en teksten te schrijven over een
door mij gekozen thema. Daarna werden mijn illustraties
aan die tekst gehecht. Er is een mysterie verbonden aan
het woord, wat ik ook wens door te geven in mijn etsen.
Ik dank dat het mysterie mooier is dan de werkelijkheid.
Het feit dat deze bekende auteurs hiermee instemden, verheerlijkte
mijn leven…het was een uniek resultaat. Op mijn vraag
zijn dan ook de oorspronkelijke teksten verschenen. Er bestaat
immers wel degelijk een Vlaamse cultuur, er is meer dan
de Vlaamse primitieven… ook in de letterkunde.
Omdat ik het geheime, intieme en verborgen gedeelte van
de kunstwereld verkies, gaat mijn voorkeur ook uit naar
kamermuziek boven groot orkest, verkies ik gedicht boven
roman, hou ik van bescheidenheid boven pretentie.”
IK
VOEL ME SINT-SEBASTIAAN
“De
passie voor een tekst en de weerspiegeling van zijn inhoud,
zijn altijd de basis geweest van mijn grafische en picturale
uitdrukking.
Een lange afgelegde weg heeft mij toegelaten een persoonlijk
artistiek vocabularium op te bouwen met een eigen symboliek.
De boom, het paard, de vogel, het lichaam in beweging, de
stad: vormen er de funderingen van. Deze symboliek staat
me toe de diepere dimensie van mijn innerlijk gevoelsleven
weer te spiegelen."
“Ik
werk dan ook weinig naar de natuur, mijn wereld wordt uitsluitend
opgebouwd door visuele herinneringen. Ik streef naar de
frisheid van het ogenblik. Ik voel mij zoals Sint Sebastiaan,
door de pijlen van mijn sensaties doorboord, terwijl ik
schilder of ets.
Daarom ben ik steeds aangetrokken geweest door kunstenaars,
schrijvers of schilders, die het bestaan op mystieke wijze
hebben onderzocht, die aan het dagelijkse leven een symbolische
dimensie hebben kunnen geven.”
“Mijn fantasie en mijn sensaties komen tot uiting
in de stilte van mijn atelier, een plaats tussen hemel en
aarde in het hartje van Le Marais een plekje naast de Place
des Vosges, waar ik tijdens het luisteren naar Bach, Mozart
of Schumann, maar tevens ook jazz muziek, gewiegd en geïnspireerd
wordt.
Daar stel ik mij steeds de vraag of het bestaan van een
artiest nog zin heeft in onze huidige wereld?
En telkens komt in mijn geheugen het beeld van De Ekster
op de Galg van Pieter Breughel naar voren. Op de grond wordt
er gedood, geplunderd en verkracht; terwijl de kunstenaar,
zoals de ekster op de galg, het spektakel met een geveinsde
onverschilligheid bekijkt. Maar hij interioriseert het wee
en welzijn van de mensen rondom de galg.
Ik wil hopen dat wij als kunstenaars: het oor dat hoort,
het oog dat opmerkt en zoekt, de toeschouwers en het geweten
zijn van een wereld waarin de mensen zich elkaar verslinden.
Ik voel mij als de broze band tussen de koele werkelijkheid
en de mystiek ervan. Daarom hou ik afstand van wat mode
is, van de misleidende glans van de nieuwigheid, de bedwelming
van het ogenblik. Ten slotte luidt mijn leuze: Vraagstellingen
boven bevestiging en twijfel boven zekerheid.”