| |
|
|
Zuid-Afrika,
voor velen een politieke rimboe gewikkeld in een zwerm rebellen
die achtervolgd worden door corrupte politie. Maar niet voor
Liesbeth Schouteden (31). Vijf jaar geleden nam ze samen met
haar man hals over kop de beslissing om wijn te telen op het
Zuid-Afrikaanse landgoed. Beiden hadden nog nooit kaas gegeten
van het wijnwereldje, maar dankzij de steun van de lieftallige
buren zijn ze er toch in geslaagd om de mensen te laten proeven
van hun zoete wijntjes ‘Mooi Bly’.
De
ingeving
Liesbeth
is van opleiding fotografe en haar man sociaal-assistent.
Maar de vreugde die ze beleefde tijdens haar studiejaren moest
snel plaatsmaken voor de harde realiteit. “Ik heb veel
plezier beleefd aan mijn studies maar ben er nooit rijk van
geworden in België.” Haar ouders baatten toen een
kaaswinkel uit en zo is ze op het idee gekomen om zich in
de wijnsector te storten want na kaas komt wijn. Maar alvorens
ze onder een schemerende zon druifjes van haar wijnranken
kon plukken om te verwerken in een heerlijk zoet wijntje,
had ze een startkapitaal nodig. Dankzij de sponsoring van
haar ouders had ze voldoende financiële kracht om samen
met haar man een stuk grond in Zuid-Afrika te kopen van 33
hectare. Die steun kwam er alleen op voorwaarde dat Liesbeth
haar ouders zou meesleuren in het wijnavontuur, wat voor haar
geen enkel probleem was. Alvorens te beginnen met de wijnproductie
verhuurden ze de landelijke cottages op hun terrein aan toeristen,
wat ze nu nog altijd doen als extra bijverdienste. De huisjes
die ze ter beschikking stelt aan Afrikaanse liefhebbers zijn
eigenlijk vakantiehuisjes. De cottages bieden genoeg comfort
aan om een luxueuze vakantie te beleven in een rustieke omgeving,
er is een woonkamer, een keuken, een eetkamer, een badkamer,
een groot terras en een eigen tuintje. Toen ze eindelijk wat
geld hadden kunnen sparen, kon de bouw van de wijngaard beginnen.
“Dat verliep allemaal wel vlotjes, maar je moet eerst
leren kruipen en dan leren lopen.” Na een jaar hard
werken was de wijngaard en het label volledig klaar. Haar
eerste flessen witte wijn liggen nu al in de rekken en de
volgende weken mogen de druiven voor de rode wijn geoogst
worden.
Het
proces
Hun
grondgebied was bij aankoop in erbarmelijke staat, er stonden
vier cottages en een schuur op van 1910 dat het hoofdhuis
moest voorstellen. Ze zijn dan onmiddellijk in actie geschoten
met de renovaties. De cottages kwamen het eerst aan de beurt
omdat Liesbeth&co tijdelijk een onderkomen moesten hebben.
Toen de vier gerenoveerde cottages in de fabelachtige Afrikaanse
natuur pronkten, startten ze met de werken aan het hoofdhuis
en de bouw van twee nieuwe cottages, een tuin en een zwembad.
Als dan eindelijk het harde labeur achter de rug was gingen
de ouders van Liesbeth hun stek zoeken in het hoofdhuis. Maar
Liesbeth en haar man kregen blijkbaar niet genoeg van het
werkzweet en besloten om hun eigen huisje op het domein te
bouwen, pas
daarna kon de wijngaard echt van start gaan. Haar man is constant
bezig met de druivenplantjes te upgraden, betere meststoffen
toe te dienen en beter te snoeien. “Wijnplantjes zijn
iets heel ongelooflijk, je moet daar echt heel veel mee bezig
zijn.” Liesbeth en haar man kenden absoluut niets van
wijn telen. In het begin hadden ze een farmmanager ingehuurd
om alles in goede banen te leiden maar dat prijskaartje was
onhoudbaar. Net toen brachten Liesbeths buren, allemaal boeren,
licht aan het eind van de tunnel. Ze raadden haar aan om de
manager te ontslaan en beloofden haar dat ze steeds bij hen
te rade konden. Liesbeth kreeg inderdaad allerhande hulp om
van haar wijngaard een succes te maken, zo kreeg ze soms een
extra tractor en lessen om er het veld mee te kunnen bewerken.
Al haar buren zijn Zuid-Afrikanen die zowel hun moedertaal
als het Engels onder de knie hebben. Liesbeth&co hadden
daar een enorme ruggesteun aan. De plaatselijke boeren zijn
dan ook enorm vriendelijk en gastvrij, ze staan werkelijk
voor iedereen open. Er is ook helemaal geen concurrentie te
bespeuren tussen de wijnboeren, wel moet iedereen ervoor zorgen
dat zijn stuk grond schoon is, zonder gif en onkruid, want
anders kan de vuiligheid zich verspreiden over de andere champs.
“We hebben nu bijvoorbeeld een buurman die zijn wijngaard
niet onderhoudt met als gevolg dat al zijn onkruid een weg
vindt naar mijn plantjes. Hij heeft dit jaar ook een sprinkhaanplaag
gehad, enorme beesten, en die komen zomaar ons terrein bestormen.
Dat is een catastrofe.”
Waarom
Zuid-Afrika?
Liesbeth
en haar familie zijn echte avonturiers. Ze hadden nog nooit
op Afrikaanse bodem gestaan en toch waagden ze hun kans om
een toekomst in de Regenboognatie op te bouwen. Ze kozen voor
Zuid-Afrika omdat het land relatief dicht bij de deur ligt,
andere opties waren Nieuw-Zeeland, Australië of Canada.
Maar aangezien de lange afstanden met het moederland schrapten
ze die landen van hun lijstje. Dan was er nog een tweestrijd
tussen Argentinië en Zuid-Afrika. Maar gelukkig opteerden
ze toch voor de Afrikaanse cultuur want Argentinië is
nu in een deken van chaos gewikkeld en de mogelijkheid om
daar een wijngaard uit te baten is nihil.
De
verkoop
‘Mooi
blij’ is een heel kleine organisatie, je zal hun wijn
nooit terugvinden in de rekken van de supermarkten. Daarom
heeft Liesbeth en haar man in Kapellen een bedrijfje dat instaat
voor de distributie van de wijn. De wijn komt dan terecht
bij kleine wijnhuisjes en delicatessenzaken, voornamelijk
in België. “We willen ons distributienet wel uitbreiden
naar Duitsland en Engeland, maar we hebben nog geen invoerder
gevonden, die zijn alleen geïnteresseerd in grote namen.”
Maar de verkoop kreeg pas echt een boost toen ze in een uitzending
van VTM en ATV op het beeldscherm kwamen. “Daar hebben
we wel geluk mee gehad. Een van onze vrienden in Zuid-Afrika
is freelance journalist geweest bij ATV. Hij heeft heel veel
voor ons gedaan en wij zijn hem daar ook heel dankbaar voor.”
Heimwee
Als
echte Vlaamse gourmande mist Liesbeth onze bourgondische keuken.
Vooral beulingen en grijze garnalen doen haar nog altijd saliveren.
Verder heeft ze heimwee naar de Belgische cultuur. “Ik
geef toe dat Zuid-Afrika een prachtig land is, zeker als je
er met je wagen doorrijdt, dat is schitterend. Maar ik mis
een beetje cultuur. In Antwerpen, Londen en Parijs vindt ik
veel meer cultuur met al die prachtige bouwwerken. In Kaapstad
kan je wel spreken van een cultuur maar dat is totaal niet
vergelijkbaar.”
Zwarte
vriendschap
Liesbeth
haar vrienden situeren zich in alle kringen en nationaliteiten.
Op haar wijngaard krijgt ze heel veel steun van haar Afrikaanse
‘boerenburen’, het zijn kameraden in hart en nieren
geworden. Een buurman is zelfs peter van haar jongste kindje.
Minstens tweemaal per week trommelt ze haar buren bijeen voor
een gezellige barbecue of feestje. Die bijeenkomsten zijn
wel noodzakelijk om leven in de Afrikaanse brouwerij te brengen.
In het plaatselijk dorpje vlakbij, Wellington, is geen bal
te doen. Na 18 uur verandert het dorpje in een spookdorp waar
zelfs bij zonneschijn geen hond over straat loopt. Liesbeth
kan ook goed opschieten met de lokale jongeren. “De
Afrikaanse jeugd is veel braver en beleefder dan de Belgische.
Wij zeggen bijvoorbeeld uit beleefdheid ‘u’ en
zij zeggen ‘tannie en oom'. Jongens van 18 jaar spreken
mij aan met ‘hello tan’nie’ (hallo, tante),
zo oud ben ik nu ook weer niet, maar zij zeggen dat uit beleefdheid.
De jeugd is veel strenger opgevoed met meer waarden en normen.”
Toekomstplannen
Liesbeth is er rotsvast van overtuigd dat ze haar oude dagen
op Afrikaanse bodem zal doorbrengen. Ze heeft wel even getwijfeld
omdat de naburige krottenwijk zich in een angstig tempo uitbreidt
richting haar terrein. “We hebben er echt wel schrik
van gehad maar aan de andere kant wisten we op voorhand dat
we moesten samenleven met Kleurlingen, en daar zit ik absoluut
niets mee in. In die krottenwijk is niet iedereen bedreigend
of gevaarlijk, misschien één persoon op honderd.
Maar zo’n krottenwijk telt 100.000-en personen en dan
krijg je een grote concentratie schelmen en gangsters die
samenkoeken. Maar toch prefereer ik een krottenwijk boven
een vervuilend industrieterrein voor mijn deur. In elk geval,
Afrika ligt in mijn hart en mijn hart ligt in Afrika, en dat
zal altijd zo blijven.”
Jo
Demeyere-Dekeyser

|